Uitleg bij de inhoud van een fiche

  • op de voorzijde van de fiche wordt het desbetreffende geval omschreven, de algemene informatie (muur, dak, vloer), het type isolatie (binnenzijde, buitenzijde) en de samenvatting van de simulatieresultaten met validering van de oplossing. Opmerkingen aangaande de plaatsing, het voorschrijven en de gebruiksvoorwaarden alsook informatie over de materialen is voorzien. Een vergelijking van de efficiëntiecriteria, kostprijs en moeilijkheidsgraad van de plaatsing vervolledigen de informatie.
  • op de achterzijde staan de gedetailleerde resultaten van de 3 uitgevoerde simulaties met enkele relevante cijferwaardes. Het geheel van simulaties werd getest gedurende een periode van 5 jaar.
  • Bovenaan de bladzijde staan de testwaarden vermeld voor het uitvoeren van de simulaties volgens de Glasermethode (ongunstig geval met een relatieve vochtigheid van 80%).
  • De Glaser-grafiek met toelichtingen over het al dan niet bestaande risico op inwendige condensatie
  • De Wufi©-grafiek vermeldt het verloop van het totale vochtgehalte in de wand door de tijd, met toelichting bij de resultaten
  • De Wufi-Bio©-grafiek vermeldt het verloop van het vochtgehalte van de sporen, in vergelijking met het kritische vochtgehalte.

De resultaten met Glaser:

De software berekent de verzadigingsdruk (PS) en de partieeldruk (PP) in functie van de temperatuur (t°) en de eigenschappen van de gebruikte materialen (lambda- en mu-waarden) en geeft het risico op inwendige condensatie. Een grafiek illustreert de berekende waarden.

glaser

 

De resultaten met Wufi©:

De software geeft het profiel van het waterdampgehalte voor een bepaalde periode. Als het jaar na jaar neigt te stijgen, zal er duidelijk een risico bestaan op wateraccumulatie in de wand en dus het gevaar dat dit schade toebrengt aan de wand als de verzadigingsgrenswaarden bereikt worden.

De methode geeft ook het watergehalte weer in ieder materiaal wat toelaat de materiaalkeuze te valideren: als er een aanzienlijke hoeveelheid water permanent in het materiaal aanwezig is, kan dit het materiaal beschadigen en zijn, voornamelijk isolerende, eigenschappen onherstelbaar verminderen en zelfs teniet doen.

In het geval van sommige isolatiematerialen zoals houtvezel of cellulosewol, verstrekken de fabrikanten de informatie. In het geval van het materiaal hout wordt als grenswaarde 20% vochtgehalte genomen waarop schimmels zich kunnen beginnen ontwikkelen.

Voorbeeld van een grafiek met vochtgehalte: voor het geheel van de wand (figuur hieronder).

M1-H2O
De graaf hierboven toont de uitdrogingscapaciteit van de wand, en het behoud van het evenwicht tussen de flux van binnenkomende en uitgaande damp, aangezien er geen dampaccumulatie in de wand optreedt in de loop der jaren. Het vochtgehalte van de wand vormt geen gevaar voor de levensduur en de efficiëntie van de isolatie.

 

De resultaten met Wufi bio©:

Schimmels ontwikkelen pas onder bepaalde temperatuurs- en vochtigheidsvoorwaarden. De aard van het oppervlak speelt ook een rol in het vergroten van het risico.

Iedere kiem, permanent aanwezig in de omgevingslucht, heeft een osmotisch vermogen waardoor ze vocht uit de omgeving kan opnemen. Dit vermogen wordt bovendien gekenmerkt door de eigenschap om vocht op te slaan. Wanneer de kritische opslaghoeveelheid bereikt is, kan de biologische activiteit uitbreken en de sporen doen ontkiemen. Onder deze grens zijn de sporen aanwezig maar inactief.

De software maakt een grafiek die de curve weergeeft van de kritische waarde van de wateropslagcapaciteit van de sporen alsook per gesimuleerd geval de hoeveelheid water dat in de sporen aanwezig is. Als de kritieke waarde overstegen wordt, is er schimmelvorming op de wand.

M1-BIO

 

Opmerking over de materialen:

Een opmerking over vochtgestuurde dampschermen en dampremmende membranen (met een variable mu-waarde) is hier aangewezen. Deze membranen hebben de eigenschap dat ze meer of minder waterdamp kunnen doorlaten: in de winter, als de waterdamp van binnen naar buiten gaat, heeft het membraan een hoge mu-waarde (tot 50 000 voor het meest gebruikte membraan). Omgekeerd zal in de zomer de transfert van buiten naar binnen bevorderd worden om het uitdrogen van de de wand te bevorderen (lage mu-waarde, 1250 voor hetzelfde membraan).

Sommige materialen hebben een verschillende lambda-waarde in droge of vochtige toestand, zoals dat bijvoorbeeld het geval is voor baksteen. De waarden in vochtige toestand zijn minder gunstig dan de waarden voor droge toestand.

Een ademend onderdak betekent dat dit dampdiffusieopen is. Het betreft de hele groep van onderdaken op basis van geotextiel, celluloseplaten of cementvezels. Uitgesloten zijn polyethyleen en bitumineuse membranen. Een niet-ademend onderdak verplicht de plaatsing van een zeer sterk dampscherm, wat het geval kan zijn in een vertrek of een gebouw waar de dampproductie heel hoog is.

Voor de bepleistering voor buitenmuren: in de simulaties wordt verwezen naar pleisters die compatibel zijn met een plaatsing op isolatie, m.a.w. pleisters die diffusie van de waterdamp mogelijk maken.

 

Testomstandigheden:

De initiële testomstandigheden voor de Wufi© simulatie zijn dezelfde als voor Glaser voor de Rse-waarde (warmteovergangsweerstand aan het buitenoppervlak) en Rsi-waarde (warmteovergangsweerstand aan het binnenoppervlak). De waarden van RVe (relatieve luchtvochtigheid extern) en RVi (relatieve luchtvochtigheid intern) zijn in functie van het referentieklimaat. Bij de start van de simulatie nemen we een ongunstige situatie met een RVi van 80% (situatie van een zeer vochtige werf, wat toelaat de uitdrogingscapaciteit van de wand na te gaan), ook in de wand. De waarden van Te (temperatuur extern) wordt bepaald door het referentieklimaat en voor Ti (temperatuur intern) ingesteld op 20°, die kan oplopen tot 25° (d.m.v. een vereenvoudigde relatie gebaseerd op de buitentemperatuur, norm EN 15026). De andere informatie die noodzakelijk is voor de simulatie zijn de standaardwaarden van Wufi.
Met “binnen” (intern) en “buiten” (extern) bedoelen we de grens tussen het beschermde en niet-beschermde volume (al dan niet blootgesteld aan de weeromstandigheden en eventueel vorst).