Lage-energiewoning in houtskeletbouw, grotendeels opgetrokken door de bouwheer.
Realisatie van een didactische overdekte speelplaats op een schoolplein in Schaarbeek. Deze overdekte speelplaats symboliseert het leerproces met hoogtes en laagtes met een beroep als einddoel.
Het gelijkvloers van de bestaande woning bestond uit verschillende kleinere ruimtes, de donkere leefruimte had een onpraktische indeling.
Binnen het bestaand volume werden de ruimtes herschikt tot een ruime open leefruimte met haard en afgeschermde bureauhoek.
Een lichtstraat tussen de bestaande woning en een nieuw volume laat het licht door een vide tot in de leefruimte binnenvallen.
Het programma voorzag ook een uitbreiding met een logeerkamer. Een nieuw modern en contrasterende padoek-houten volume (houtskelet) werd op de bestaande voorbouw geplaatst. Een groot schuifraam biedt toegang tot een zonneterras met weids uitzicht op het natuurlandschap.
De inrichting voorziet in het ‘multifunctioneel’ en ‘dubbel’: en dus optimaal gebruik van de ruimtes: zo is het tv-meubel ook de trap naar boven, wordt een schuifdeur een magneetbord, verbergt een grote bibliotheekkast de vroegere schouwen, …
… of hoe een houten uitbreiding op de verdieping ‘licht’ en ‘ruimte’ brengt in de woonkamer op het gelijkvloers …
In een vredig kader in het Zwitserse Pompables staat sinds 2008 een volledig gevouwen, houten kapel. Ze werd ontworpen als een tijdelijke constructie die gebruikt zou worden tot de renovatie van de originele kapel in een van de gebouwen van het diaconesseninstituut opnieuw toegankelijk zou zijn (eind 2009). De zusters voelden zich echter al snel thuis in de verrassende, innovatieve ruimtes en wilden hun nieuwe houten kapel uiteindelijk behouden. Het idee van een warme, gezellige geloofsplek, opgebouwd in een nobel, goedkoop materiaal, sprak hen geweldig aan.
Hani Buri, onderzoeker bij IBOIS (het door professor Yves Weinand geleide laboratorium voor houtconstructie van het EPFL) ontwikkelde een nieuwe informaticatool die het mogelijk maakt om op origami geïnspireerde vormen te genereren, hun structureel gedrag te analyseren en concrete bouwplannen op te stellen. Dankzij deze uitvinding kon de kapel in een recordtempo gerealiseerd worden (twee maanden). Voordien waren er alleen nog maar prototypes op kleinere schaal gebouwd.
Een dun oppervlak dat geplooid wordt, wordt stijver. Dit maakt dat men de buitenkant en de structuur van het gebouw kon opbouwen met grote houtpanelen zonder gebruik te maken gebinten, die bij een traditionele houtconstructie wel nodig zijn. Deze techniek is een rechtstreeks gevolg van de nieuwe ontwikkelingen in de houtindustrie. Voortaan kan men zonder meerkost massieve, grote panelen met onregelmatige insnijdingen construeren (voor elk stuk verschillend). Dit maakt de bouw van zeer complexe creaties mogelijk. De massieve, gelijmde panelen uit vurenhout zijn 45 millimeter (verticale panelen) en 60 millimeter dik (horizontale panelen) en hebben allen een ver- schillend formaat. Ze werden aan elkaar gekoppeld met stukjes metaal en nadien bedekt met een luchtdichtingslaag en een bekleding in houtpanelen. Om de oorspronkelijk voorziene afbraak te bevorderen, werd het geheel met vijzen in elkaar gezet. De helft van de insnijdingen is verticaal, wat de montage op de werf een stuk makkelijker maakte. De gekantelde dakvlakken zorgen ervoor dat het hemelwater naar alle kanten kan wegvloeien. De twee kopgevels, die door hun transparante structuur met verticale en diagonale stijlen doen denken aan de structuur van een glas-in-loodraam, zorgen voor een aangename natuurlijke lichtinval.
EPFL IBOIS / THV Local architecture-Bureau d’Architecture Danilo Mondada-Shel &ndash: Architecture, Engineering and Production Design
IBOIS&thinsp:: ibois.epfl.ch – yves.weinand@epfl.ch
SHEL&thinsp:: hani.buri@hefr.ch, yves@weinand.be
Bureau d’études Yves Weinand&thinsp:: www.weinand.be
Bouwheer Institution des Diaconesses de St-Loup &ndash: 1318 Pompaples
Verantwoordelijke&thinsp:: Zuster Marianne Morel
Aannemers hout l Lambelet SA l Schilliger Bois SAS (panelen)
Foto’s l ©: Fred Hatt, Lausanne Financiële ondersteuning l Office fédéral de l’environnement OFEV
Bron : Architraaf (mei 2014, Nr 180 – Rubriek Hout)
Alain Gilles
Het hout zichtbaar laten om de verhevenheid te benadrukken
Het is door toedoen van Susanna Campogrande, curator van de tentoonstelling ‘La matière des nuages’ over houtdesign in Wallonië en Brussel, dat de paden van designer Alain Gilles en fabrikant van houten meubels voor kinderkamers Mathy-by-Bols elkaar gekruist hebben. Een ontmoeting die is uitgemond in de creatie van de massiefhouten schoolbank Vessel, in afwachting van het vervolg van de collectie.
Toevallige ontmoetingen kunnen vaak wonderen doen. Terwijl ze een tentoonstelling over houtdesign voorbereidde voor rekening van het AWEX, komt Susanna Campogrande op het idee van een samenwerking tussen Alain Gilles en het team van Jean-Marie Bols. De twee mannen zitten vlug op dezelfde golflengte. Drie maanden later wordt hun eerste gezamenlijke realisatie voor de tentoonstelling naar Brazilië verscheept.
De heruitgevonden schoolbank
We wilden niet zomaar een expositiestuk creëren, legt designer Alain Gilles uit. Het project moest ook deel kunnen uitmaken van een collectie van Mathy-by-Bols. Vandaar het idee om een bank te creëren omdat dit element ontbrak in de catalogus van de fabrikant. Aangezien ik zelf kinderen heb, stelde ik voor om een schoolbank te ontwerpen omdat ik in de handel nooit het model van mijn dromen heb gevonden. Nadat we het over het idee eens werden, begon ik aan het archetype van een oude schoolbank te werken om het te herbewerken tot een eenvoudig en grafisch, maar niet te kinderlijk of rond model.
Massieve eik
Vanaf de eerste besprekingen, is het project gericht op massief hout en meer in het bijzonder eikenhout. Gewoonlijk werken we vooral met vurenhout en een beetje beukenhout. Het idee van eikenhout vormde een kans voor ons omdat we zin hadden om verder te gaan in het gebruik van lokale houtsoorten, voegt Jean-Marie Bols toe. Wat mij betreft, drong ik aan om het hout zichtbaar te houden om het contact met en de verwevenheid van het materiaal te benadrukken, gaat Alain Gilles verder. Hout is opnieuw in de mode omdat mensen op zoek zijn naar authenticiteit en naturel. Deze oplossing is uiteraard duurder, maar we zijn niet van plan Ikea te beconcurreren. Deze bank is een voorwerp dat ontworpen is om lang mee te gaan en van generatie op generatie over te gaan.
Traditionele en moderne technieken
De Vessel schoolbank is een samengaan van productietechnieken die het traditionele (ouderwetse verbindingen met pen en gat) combineren met het moderne (digitale afsneden). Digitaal frezen is een van de specialiteiten van het gereedschap van Mathy-by-Bols, die we hebben ontdekt om het materiaal aan de bovenzijde van de bank uit te hollen om de ideale diepte voor de mobiele module te bereiken. De voor de module gekozen oplossing doet denken aan de geometrie van houten speelgoed. We hebben geprobeerd om ze zoveel mogelijk te vereenvoudigen om enkel de essentie over te houden.
Nominatie op de Meubelbeurs van Brussel
De feedback van de Braziliaanse tentoonstelling was uitstekend. In mei 2014 werd dezelfde tentoonstelling voorgesteld in het ‘Centre Wallonie-Bruxelles’ in Parijs. Bovenop de feedback en de interessante contacten, bracht het project de ontwerpers ook een nominatie voor de Balthazar op in de categorie ‘country style’ op de Meubelbeurs van Brussel in november 2013*. Deze zichtbaarheid en erkenning maken deel uit van de extraatjes die bijdragen tot de herovering van de Belgische markt door de fabrikant. In 1999 realiseerden we 88 % van ons zakencijfer in België en in 2013 vertegenwoordigde België nog maar 12 % van ons zakencijfer. We gaven voorrang aan de internationale markt en het is nu pas dat de Belgische markt ons herontdekt en zich bewust is van de kwaliteit van ons werk, zegt Jean-Marie Bols.
Samenwerking
Wanneer we zijn samenwerking met de fabrikant ter sprake brengen, put Alain Gilles zich in lovende woorden uit: de medewerkers van Jean-Marie Bols zijn mensen met wie ik graag samenwerk, ze zoeken naar oplossingen. Als designer breng ik een idee aan waarover we een dialoog aanknopen. Ieder heeft zijn prioriteiten: ik de essentie van het design niet uit het oog verliezen en hij zijn fabriek doen draaien. Maar het respect en het begrip waren wederzijds.
Vervolg van de collectie
De indruk is wederzijds, vertrouwt Jean-Marie Bols ons toe. Een uitbreiding van de collectie in de geest van de schoolbank wordt trouwens voorbereid. Met hetzelfde DNA, maar zonder plagiaat te plegen, verduidelijkt de designer. Een rek, een boekenkast, een klein opbergmeubel worden momenteel ontworpen en het is niet uitgesloten dat er later ook een bed wordt ontwikkeld. Voor de volledigheid geven we nog mee dat de Vessel schoolbank ook beschikbaar is in gelakte versie om makkelijker op te gaan in de stijl van de andere collecties van de meubelmaker.
*De Fusion-collectie van Mathy-by-Bols (designer David Enthoven) sleepte op de Meubelbeurs van Brussel in november 2013 de Balthazar in de wacht in de categorie ‘innovatie’.
Meer info:
Alain Gilles : info@alaingilles.com
Mathy-by-Bols : info@mathy-by-bols.be
Een gemengd passiefgebouw in Sint-Jans-Molenbeek
De gemeente Sint-Jans-Molenbeek zocht een nieuwe bestemming voor een braakliggend spoorwegterrein. Bedoeling was enerzijds om een groene injectie te geven aan de buurt, en anderzijds om een aantal woningen te combineren met gemeenschapsvoorzieningen. En dat allemaal met de nodige aandacht voor ecologie. Het resultaat is een passiefgebouw waar hout een belangrijke rol speelt.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorziet ieder jaar een budget voor een aantal ?wijkcontracten?. Dat zijn projecten die bepaalde wijken gaan herwaarderen, door bv. openbare ruimtes, woningen of groen te realiseren. Project L28 kadert in zo?n wijkcontract. Een wedstrijd werd uitgeschreven en B-architecten kwam samen met de landschapsarchitecten van Fondu Landscape Architects als winnaar uit de bus.
Het gebouw werd uitgewerkt als een stedelijke sculptuur dat als herkenningspunt dient en direct aansluit op de nieuw ingerichte groene ruimte. De benedenverdieping biedt onderdak aan collectieve voorzieningen: een kinderdagverblijf voor 24 kinderen, een polyvalente ruimte voor de buurtbewoners en een lokaal voor de parkwachters. Op deze sokkel rust een kubusvormige blok met acht woningen. Elke woning geniet van een breed uitzicht over de omgeving en beschikt over een mooi terras dat bij de leefruimte aansluit.
De woningen beantwoorden aan de passiefstandaard, waardoor ze een minimum aan energie verbruiken. Oorspronkelijk was het gebouw niet als passiefgebouw ontworpen. Maar toen we de wedstrijd wonnen, vroeg de gemeente om het ontwerp op die manier te herbekijken, vertelt Liesbeth Storkebaum, projectleider bij B-architecten. In 2007 had de gemeente namelijk beslist dat alle nieuwbouwwoningen passief moesten zijn. Daarnaast werd het project in datzelfde jaar ook geselecteerd als voorbeeldgebouw voor het Brusselse Gewest. Voorbeeldgebouwen zijn gebouwen die een hoog niveau van milieu- en energieprestaties halen, en daarvoor een subsidie ontvangen. Het gebruik van hout sloot dus het meest natuurlijk aan bij het gevraagde concept.
Het skelet van het gebouw bestaat uit een draagstructuur met betonnen vloerplaten en kolommen. Het is een open ontwerp dat in de toekomst zonder veel problemen kan worden aangepast als de gemeente dat wenst, vertelt Evert Crols, zaakvoerder van B-architecten. De buitengevel is ingepakt met een dikke isolatielaag (40 cm) en bekleed met hout. Hout was niet alleen een interessant materiaal omwille van de ecologische voordelen, maar ook het gewicht speelde een belangrijke rol. Het gebouw steunt aan een kant op palen en we zochten daarom naar een licht materiaal om het gewicht zo laag mogelijk te houden.
Het gevelsysteem is volledig uit hout opgebouwd. Het prefab cassettesysteem uit OSB werd volgeblazen met cellulose-isolatie. Daartegen werd de houten structuur gemonteerd. Als gevelbekleding opteerden we voor Fins thermisch verbeterd dennenhout (Thermowood), vertelt Liesbeth Storkebaum. Het is Europees hout, waardoor de ecologische voetafdruk beperkt blijft. Door het hout thermisch te verduurzamen, wordt het steviger, harder en meer bestand. De gevelplanken zijn trouwens voorvergrijsd, om een uniforme verkleuring van het hout te garanderen.
De gebruikte materialen zijn allemaal gekozen in functie van hun milieubalans. Zowel voor het interieur als het exterieur ging de voorkeur uit naar onderhoudsvriendelijke en ecologisch verantwoorde materialen. En daar scoort naaldhout heel goed in, zegt Liesbeth Storkebaum. De gevelbekleding vereist geen enkel onderhoud in de toekomst. Het hout kan natuurlijk blijven vergrijzen. Voor de vloeren van de terrassen kozen we omwille van de duurzaamheid voor een tropische houtsoort (Paraju) met FSC-label. De gewenste hardheidsklasse is immers niet te vinden in naaldhout. Daarbij kiezen we wel voor hout dat afkomstig is uit duurzaam bosbeheer.
Voor de binnenwanden en de meubels van het kinderdagverblijf werden naaldhout en multiplex gebruikt. We werken graag met materialen met een structuur. We kijken in eerste instantie naar de tekening van het hout en de uitstraling die dat geeft. Daarom schilderen we het hout niet, maar vernissen we het gewoon.
‘Een houten gevel, is dat wel veilig?’ horen we vaak. Dat was onze grootste uitdaging, vertelt Evert Crols. Het gebouw moest uiteraard voldoen aan de brandnormen. De houten gevelbekleding werd behandeld om de juiste classificaties te hebben en beschikt over 1 uur brandweerstand.
Veel mensen zijn het nog niet gewoon om te leven in een passiefwoning. De nieuwe bewoners kregen een handleiding over hoe ze met het gebouw moesten omgaan. Het is bv. belangrijk dat je de buitengevels niet gaat perforeren met schroeven omdat je zo de luchtdichtheid om zeep helpt. Ook de bouwheer dacht proactief mee en voorzag de mogelijkheid om schotelantennes op het dak te plaatsen. Zo voorkomen we dat mensen gaten gaan boren in de gevel en kunnen ze tegelijkertijd meer genieten van hun terras.
– Gevelbekleding: Thermowood dennenhout (Finnforest)
– Passief buitenschrijnwerk: Accoya, kurk, dennenhout (Ewitherm)
– Houten gevelcassettes:, OSB-panelen (Jockheere Wood)
– Terrassen: Paraju, tropische houtsoort van klasse I, met FSC-label
– Binnenwanden en meubels: naaldhout en multiplex, met FSC-label
Ontwerp: B-architecten, www.b-architecten.be
Opdrachtgever: Gemeente Sint-Jans-Molenbeek Studiebureaus: Mouton (www.studieburomouton.be) & Gebotec (www.gebotec.be)
Algemene coö:rdinatie: Liesbeth Storkebaum
Aannemer: Gillion Construct sa (www.gillion.be)
Tuinarchitect: Fondu Landscape Architects (www.f-la.be)
Jaar realisatie: 2011
Prijs/m2: € 1500/m2 (zonder rekening te houden met de subsidies)
Vijf passiefhuizen in houtskeletbouw
Een groepswoningproject is geen gemakkelijkheidsoplossing omdat solidariteit in alle fasen aanwezig moet zijn, van het ontwerp tot de realisatie en daarna in het dagelijkse leven. Michel Toussaint en Christophe De Nys, de architecten van de vijf eengezinswoningen van het project in Hévillers, delen hun ervaringen met ons over de bouw van deze vijf houten passiefhuizen.
Vijf gezinnen van verschillende leeftijden liggen aan de basis van dit project. Vijf dromen van een ander leven, gebaseerd op een sterke sociale dimensie. Ze hebben allen één punt gemeen, een grote bezorgdheid om een duurzame woning te ontwerpen. De ecologische aanpak van de bouwheren kwam overeen met onze visie, legt Michel Toussaint van het architectenbureau Regards Croisés ons uit. Drie van de vijf gezinnen hadden de wens kenbaar gemaakt om met hout te werken en twee gezinnen wilden een passiefwoning. Houtskeletbouw lag daarom voor de hand.
Een gevarieerde structuur
Om aan ieders wensen tegemoet te komen – zoals het naast elkaar schikken van de vijf woningen door ze op gelijkwaardige wijze open te trekken naar het zuiden en de privétuin – en rekening te houden met de gegevenheden van het voor een dergelijk ontwerp betrekkelijk smal terrein – heeft de architect hoger gebouwd dan gemiddeld in de omgeving. Om het effect echter te verzachten, maakte de architect gebruik van een breuk in de gevelplannen, de dakvolumes en de materialen. Deze aanpak stelde hem in staat een gevarieerde structuur voor te stellen naar het beeld van de bouwheren, waarbij voldaan werd aan de behoefte aan dag- en zonlicht, eigen aan elk van de passiefwoningen.
Overal een beetje hout
De structuur van het volledige gebouw is in houtskeletbouw opgetrokken terwijl het palen-balkensysteem werd aangewend voor de realisatie van de grote draagbalken voor de open ruimten, met name op twee hoogtes. Alles wat enigszins van hout gemaakt kon worden, werd uit hout vervaardigd, van de dekvloeren tot de ramen via de isolatie (cellulosevlokken en houtvezels), gaat de architect verder. Voor de buitenbetimmering hebben we gekozen voor behandeld, FSC-gelabeld lorkenhout om een gelijkmatige vergrijzing van de aan regen en zon blootgestelde houten oppervlakken te bekomen.
Houten trappen
Elke woning behoudt evenwel zijn eigen specifieke karakter. Zo was er een eigenaar die houten binnenbekleding wilde, terwijl een andere, die schrijnwerker van opleiding was, zijn eigen trap heeft gemaakt. Het is een spectaculair model in eikenhout dat zonder trapwangen werd ingebouwd. In verhouding tot een klassieke trap, heeft hij ongeveer vijf keer minder hout gebruikt. Nog een andere eigenaar heeft een massiefhouten trap gebouwd zonder trapwangen, met aantreden en optreden in Z-vorm.
Akoestische isolatie
Het akoestisch vraagstuk heeft het voorwerp uitgemaakt van een belangrijke studie, verduidelijkt de architect van Regards Croisés. Enerzijds omdat we met houtskeletbouw werken en anderzijds omdat de binnenvolumes van de verschillende woningen nauw met elkaar verbonden zijn. We hebben de aanpalende structuren dus van elkaar gescheiden en binnen de houten draagstructuren akoestische dozen gecreëerd aan de hand van een techniek van droge dekvloeren, om een veruit hoger akoestisch prestatieniveau te bekomen dan van een klassiek huis.
Beheer van de variabele geometrie
Alle cliënten hebben tot de bouw van deze gemeenschappelijke woning bijgedragen. Sommige cliënten hebben een groot deel van de binnenafwerking voor hun rekening genomen, terwijl één lid van de groep, een aannemer houtskeletbouw, zijn huis volledig zelf gebouwd heeft. Het beheer van deze variabele geometrie en van de specifieke eigenschappen van een groepswoningproject vergt veel meer tijd en betrokkenheid van de architect. Behalve de eisen op het gebied van architectuur, coördinatie van de werkzaamheden van de onderaannemers en het beheer van de details met betrekking tot het bouwsysteem, vereist een dergelijk project heel wat psychologisch inzicht om voortdurend het evenwicht te behouden tussen het individuele en het collectieve project, vat Michel Toussaint samen.
Meer info:
Architectuur: Architectenbureau Regards Croisés, www.regardscroises.be
Hoofdaannemer: TS Construct, www.ts-construct.be
Aannemer speciale technieken: CRIC, www.cric.be
Studiebureau speciale technieken: Alliance Engineering, www.allianceengineering.com
Budget: +/- 1100 €/m² (exclusief BTW)
Omschrijving
Het komt erop aan de energie- en milieuprestaties van een woning te verhogen, terwijl het er eenvoudig en aangenaam blijft om te wonen. Het project van de bouwheer vloeit onder meer voort uit de hoge grondbelasting en de haalbaarheidsstudie. Twee verhuurde verdiepingen dragen bij tot de financiering van het project. De ecologische economie van het project zit vervat in zijn basiswaarden: de lage terreinbezetting, de bebouwingsdichtheid in een buurt die talloze troeven heeft op het vlak van mobiliteit en nabijheid in een gevarieerd stadsweefsel. Het perceel van 125 m² zit geklemd tussen een smalle straat en een dichtbebouwd huizenblok. Het is in de lengte van het oosten naar het westen gericht. De kleine afmetingen en het lage draagvermogen van de bodem hebben de structuurkeuze doen overhellen naar een lichte houtskeletbouw. De bouw vertoont bovendien een betrekkelijk kleine dikte van de buitenwanden, die lichtjes overgedimensioneerd zijn om er het isolatiemateriaal in te verwerken. Volledig gescheiden van de aanpalende gebouwen, werd het skelet op een betonnen vloerplaat geplaatst. De dekvloeren worden gedragen door de zijwanden en een rij zuilen en tussenliggende stalen balken die in de lengte van het gebouw staan opgesteld om het draagvermogen en de onderdelen van de vloerbalken te verlichten. Deze opstelling, zonder structurele wanden, maakt de evolutie, de aanpasbaarheid en de reconversie van de oppervlakken mogelijk. De begane grond wordt logischerwijs ingenomen door ‘publieke’ ruimten: gemeenschappelijke ruimte, afvalbeheer, fietsen, knutselatelier, een ruimte die kan verhuurd worden of een polyvalente ruimte die ter beschikking van de bewoners wordt gesteld. Een op het zuiden gerichte binnenplaats langsheen de scheidingsmuur zorgt voor daglicht. De lichtrijkere verdiepingen worden ingenomen door twee passiefwoningen die volgens de profielen van de aanpalende gebouwen in lagen gerangschikt zijn, zonder het zicht te belemmeren of voor schaduw te zorgen. De woonkamers zijn zo ingedeeld dat men kan genieten van de volledige breedte van het perceel en de verbreding naar de achterzijde. De woonkamer van de triplex bestrijkt de ruimte van oost naar west en neemt een volledig vrije ruimte in. De hoge ramen, de opening van de trapuitsparing en de onderbreking van het plafond voor de achtergevel creëren meer ruimtegevoel. De brede terrassen zorgen voor een royale verlenging van de binnenruimten. Op een later tijdstip zullen de scheidingsmuren worden omgevormd tot groene of weerspiegelende vlakken die integraal deel zullen uitmaken van het project.
Project:
-een driekamerwoning voor de eigenaars: triplex 2de, 3de en 4de verdieping/185 m²/passief/terrassen 35 m²;
-een tweekamerwoning: 1ste verdieping/97 m²/passief/terras 15 m²;
-gemene delen: ingang, parkeerruimte, knutselatelier, afvalbeheer/begane grond/52 m²;
-een ruimte die in eerste instantie bestemd is voor voorzieningen, maar later kan worden omgevormd tot een polyvalente ruimte voor de bewoners: begane grond/60 m²/lage energie;
-binnenplaats (terreplein): 13 m²
Oppervlakten:
-perceel: 125 m² netto
-dekvloeren (bruto):
begane grond: 112 m²
1ste verdieping: 97 m²
2de verdieping: 70 m²
3de verdieping: 65 m²
4de verdieping: 50 m²
Totaal: 394 m²
-oppervlakte terras en groendak: 50 m²
Meer info:
Architectenbureau FORMa*: bn@form-a.net of www.form-a.net
Fotoverantwoording: Georges De Kinder
Hij is schrijnwerker, zij architecte, hij is aan zijn geboortestreek gehecht, zij aan de natuur: samen hebben ze een huis gebouwd aan de rand van de bebouwde kom van een klein Ardens dorp. Het is een lage-energiewoning in houtskeletbouw op palen met een gemengde buitenbetimmering van terracotta en opengewerkt hout. De enige energiebron is een houtkachel die hoofdzakelijk met afval van de schrijnwerkerij gestookt wordt, het regenwater wordt opgevangen en gezuiverd in een bekken, de tuin is een bloemenweide, het dak is groen, het warmwater voor het sanitair wordt verwarmd door de zon, de dubbelstroomventilatie met warmterecuperatie is verbonden met een aardwarmtewisselaar, de isolatie is natuurlijk (houtvezels en cellulosevlokken), de vergezichten zijn ingelijst … Het is er echt ‘goed wonen’!
Milieuvoordelen van het project:
o Natuurlijke materialen (terracotta dakspanen, houten buitenbetimmering, skelethout van inheemse houtsoort, natuurlijke isolatiematerialen (houtvezels, cellulosevlokken), groendak, OSB-panelen zonder formaldehyde, bodembedekking in kurk, ecologische muurverf, houten lambrisering en binnenschrijnwerk) o VMC verbonden met een aardwarmtewisselaar o Houtverwarming met afval van lokale schrijnwerkerij en weinig lokaal brandhout (houtkachel van 10 kW voor de hele woning die in de streek vervaardigd werd) o Thermische zonnepanelen o Zuivering in een bekken o Regenwatertank om wc door te spoelen en voor buitenkraantje o Bloemenweide o Groendak o Twee douches, geen bad o Doordachte elektriciteit (verlichting 24V, energiezuinige lampen en LED) o Alle huishoudtoestellen van klasse A en beter
Als industrieel ontwerper afgestudeerd aan La Cambre, voelde Sylvain Busine zich op een natuurlijke manier aangetrokken tot het materiaal hout. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar toch bijna. Ontdekking van een jonge ontwerper die zijn passie voor design en hout graag met ons deelt.
Waarom ontwerper? Omdat ik van deze manier van ontwerpen en ondernemen hield, waarbij ik rekening moest houden met bepaalde vereisten. Het is kenmerkend voor de creatie in het design, het is geen toeval als men over ‘toegepaste kunst’ spreekt, zegt hij.
Een goed design
In zijn ogen staat een goed ontwerp eerst en vooral ten dienste van anderen, het omvat een herkenbare potloodtrek en respect voor de klant, de machines en de materialen. Voor mij betekent respect voor het materiaal ook werken met gelabeld hout, opletten met de lijmen, de formaldehyde, …
Aantrekkingskracht van hout
Het is niet helemaal zoals bij Obelix gegaan, die in het hout geboren werd, maar Sylvain heeft het geluk gehad een partner te ontmoeten die met het materiaal hout is opgegroeid. Als je schoonfamilie een schrijnwerkerij bezit, vergemakkelijkt dit uiteraard de toegang tot hout. Dit heeft me geholpen om het hout en de machines beter te begrijpen. Wij beleven dit dagelijks en het materiaal is magisch. Zelfs als ik over de mogelijkheid beschik om het te bewerken en als het merendeel van mijn projecten betrekking heeft op hout, tracht ik me niet alleen tot hout te beperken.
Table for two
Het project ‘table for two’ houdt verband met een persoonlijke ervaring. Toen de ontwerper net verhuisd was naar een woning die te klein was om twee bureaus te herbergen, heeft hij zijn eigen tafel ontworpen en gerealiseerd. Een model bestemd voor moderne, door wanden van elkaar gescheiden leefruimten waardoor elkeen over zijn eigen plekje kan beschikken. Van het onderstel tot het tafelblad is alles eenvormig. Alles is samenhangend en heeft een betekenis, voegt de ontwerper toe. Het tafelblad is in laminaat (Abet Laminati) terwijl het onderstel uit es vervaardigd is.
Altijd voorradig
Sylvain Busine heeft geen grote moeilijkheden ondervonden om kwaliteitses te vinden. De kwaliteit van es kan erg verschillen, maar we hebben een heel mooi stuk gevonden, onder meer dankzij het getrainde oog van mijn schoonvader (schrijnwerkerij SMD in Schaarbeek). Ik heb nooit grote problemen ondervonden om me te bevoorraden met inheems kwaliteitshout. Wij hebben het geluk in België over es, eik en beuk van uitstekende kwaliteit te beschikken. Laten we ervan genieten en onze bossen beschermen.
Toolbox voor Bosch
Voor het ontwerp van een gereedschapskist, werd Sylvain gecontacteerd door een evenementenbureau dat een persconferentie voor rekening van Bosch coördineerde. De bedoeling was een nieuw gamma draagbare machines van het merk voor te stellen met behulp van een product in hout dat met deze machines vervaardigd werd. Ik moest dus een object bedenken waarbij het gebruik van een freesmachine, een afkortzaag en een boormachine betrokken was. Ik werd verleid door het idee van een gereedschapskist. We hebben er een veertigtal gemaakt dat verdeeld werd onder de pers en de bedrijfswereld. Bosch heeft het model als het ware aangekocht om het in open source op zijn site aan te bieden. Iedereen kan dus de fotografische toelichting volgen en trachten zijn eigen kist te vervaardigen op basis van het model van de ontwerper.
En de projecten?
Ik werk momenteel aan een klein project dat me erg nauw aan het hart ligt. Het komt erop neer enkele basisobjecten in hout te realiseren zoals een tol, een robot of een ruimteschip waarvan de realisatie de werking van schrijnwerkmachines uitlegt aan kinderen. De schrijnwerkerij zal binnenkort een klas jonge leerlingen verwelkomen en we willen het bezoek zo didactisch mogelijk maken, vertelt Sylvain. De moeilijkheid bestaat erin dit project met andere ogen te bekijken en zich te verplaatsen in de wereld van de kinderen. Als ontwerper zie ik zeer snel de samenstelling van een object. Het komt erop neer voldoende afstand te nemen opdat alle kinderen hetzelfde kunnen zien als ik en de uitleg en de gedachtegang kunnen volgen.
Advies
Kies zorgvuldig uw leveranciers, bouw een vertrouwensrelatie met hen op en benadruk het belang van kwaliteit door duidelijk te zeggen dat u veeleisend bent. Er worden maar weinig professionals beetgenomen. Aarzel niet om een gesprek aan te knopen om op hun ervaring en expertise te kunnen rekenen.
Ontwerp
Het wooncomplex bestaat uit een gebouw met 3 appartementen aan de straatzijde en 4, 2 per 2 gegroepeerde, eengezinswoningen aan de achterzijde van het perceel. De toegang tot de site verloopt via een doorgang die onder een gedeelte van het gebouw aan straatzijde doorloopt. Het ontwerp van de woningen en de buiteninrichtingen wekt een zekere gezelligheid op, terwijl de intimiteit van ieder gezin gegarandeerd blijft. Elke woning beschikt over een terras of privébalkon dat naar het zuiden gericht is en een privétuin voor de eveneens naar het zuiden gerichte woningen die op de begane grond gelegen zijn. De huizen zijn per twee gegroepeerd zodat er een compromis ontstaat tussen de te weinig compacte viergevelwoningen en de tweegevelwoningen die enkel van het daglicht genieten aan de voor- en achterzijde. Deze indeling maakt ook de aanleg mogelijk van een open terrein tussen de twee huizengroepen. Het bestaat uit een gemeenschappelijke en beveiligde speelzone voor de kinderen, die ook gebruikt kan worden voor samenkomsten onder buren (barbecue, enz.). De woonruimten en de slaapkamers zijn bij voorkeur naar het zuiden gericht om van de zon en het zicht op de tuin te genieten. De minder intens gebruikte ruimten zoals de inkomhal, de toiletten en de badkamers zijn naar het noorden gericht en hebben minder ramen. Deze indeling geeft aan de noordgevels een eerder gesloten aanblik, terwijl de zuidgevels rijkelijk uitgeven op de tuin. Elk huis is volgens een split levelmodel georganiseerd waardoor het de natuurlijke helling van het terrein volgt en het risico op aardverschuivingen verlaagt. Het uitstekende gedeelte van de verdieping beschermt de begane grond tegen de hoogstaande zon en op de verdieping zijn screens geplaatst voor de vensters van de slaapkamers.
Bouwsysteem
De ondergrondse delen (kelders, kruipruimten) en de vloerplaat van de begane grond zijn van beton: metselwerk en holle welfsels. De bovengrondse delen (gevels, daken, vloerplaten en binnenwanden) zijn in houtskeletbouw. Wat het appartementsgebouw betreft, zijn de bovengrondse delen in metselwerk en holle welfsels opgetrokken. De gevels van de begane grond van de huizen bestaan uit skeletten met een dikte van 16 cm, bedekt onder een laag kalkhennepbeton van 30 cm. Op de verdieping bestaan de gevels uit met cellulosevlokken geïsoleerde skeletten van 22 cm, met een extra isolatielaag in de tegenschotten. De daken zijn ook uit hout vervaardigd, volgens een keper/dakgebintsysteem met een dikte van 30 cm en een isolatielaag van cellulosevlokken.
Materialen
De natuurlijke materialen krijgen voorrang: kalkhennepbeton, (ouderwetse) kalkpleisters, buitenbetimmering in onbehandeld hout (warmtegestabiliseerd vuren), ramen in onbehandeld hout, vloerplaat uit gepolijst beton op de begane grond, isolatie met houtvezels, … Als de materialen niet natuurlijk zijn, krijgen gelabelde producten voorrang: rubberen vloer- en muurbedekking, verf met ecolabel, …
Technische installaties
De gebouwen worden verwarmd met lucht-water warmtepompen. Deze dienen ook voor de warmwaterproductie voor het sanitair. Alle woningen zijn uitgerust met een systeem van dubbelstroom mechanische ventilatie met warmterecuperatie.
Waterbeheer
Alle regenwater van de daken wordt opgeslagen om de toiletten en buitenkraantjes van water te voorzien. De volledige bodembedekking in de omtrek is waterdoorlatend opdat het water niet naar de riolering stroomt. De kraantjes verbruiken weinig water. Een looszone achteraan het terrein voert het water af van de afwateringsbuizen van de huizen en de overloop van hun tank.
Onderscheidingen
Het project sleepte de projectoproep ‘bâtiments exemplaires de Wallonie 2012’ in de wacht, die ernaar streeft duurzame constructies op alle vlakken op de voorgrond te plaatsen: verlaging van het energie- en waterverbruik, gebruik van ecologische materialen, het in aanmerking nemen van de menselijke factor en de gebouwde omgeving, kwaliteitsarchitectuur, flexibiliteit, rentabiliteit, enz. Het project viel ook in de prijzen voor het gebruik van kalkhennepbeton in het kader van de projectoproep van de Alliance Emploi Environnement die ernaar streeft de ontwikkeling van productie- en distributieketens van duurzame materialen in Wallonië te bevorderen.
De crèche van Hobscheid
Een grote uitdaging …
Het ontwerp van deze crèche hield verschillende uitdagingen in, waarvan het omvormen tot een passiefgebouw niet van de minsten was. Er moest ofwel een unieke, makkelijk te isoleren, rechthoekige, zielloze blok worden gecreëerd, waarin de kinderen de indruk zouden krijgen zich een immens park te bevinden, of er moesten talrijke studies worden gevoerd om een gebouw te ontwerpen en te realiseren dat tegelijkertijd uitgebreid kon worden, geborgenheid kon bieden aan de twee leeftijdsgroepen (van nul tot anderhalf jaar/van anderhalf tot drie jaar), met een gemeenschappelijke as als uitgangspunt, waarbij evenwel energiezuinige resultaten werden verkregen. In overleg met de bouwheer werd voor de tweede optie gekozen.
De tijd telt …
Er moest snel gewerkt worden om deze nieuwe opvangcapaciteit erg vlug aan de jonge ouders van de gemeente en hun kinderen te kunnen aanbieden. Het is een van de argumenten voor houtbouw, die deze snelheid mogelijk maakt en een erg hoog energierendement oplevert. De crèche werd in minder dan één jaar afgewerkt!
Ecologisch verantwoord
Indien de wetgeving betreffende de bouw van crèches en de daaraan verbonden eisen betrekkelijk beknopt is, met name dat ze zich op dezelfde verdieping moeten bevinden, zijn het pedagogische, sociale en ouderlijke overwegingen die het bewustzijn moeten aanwakkeren om er een plek van te maken die hen herinnert aan de veilige cocon van vóór de geboorte en hen in alle vertrouwen begeleidt tijdens de eerste pasjes in de ontdekking van de wereld die hen verwelkomt. Ecologie brengt het menselijke aspect naar de kern van een interactief netwerk en zijn omgeving. Het is van groot belang dat de crèche jonge kinderen zo ecologische mogelijk opvangt opdat ze niet worden blootgesteld aan producten als formaldehyde-lijmen, oplosmiddelen, enz. Het is ook een ruimte die men zich wil toe-eigenen, die de mogelijkheid biedt om zich creatief uit te leven, waar men zich goed voelt om te spelen, verhaaltjes te vertellen, te smullen en in korte broekjes de gastronomie te ontdekken … Als ‘passiefgebouw’, maakt de crèche gebruik van de nodige technologie om hoge energieprestaties te behalen: zonnepanelen, isolatie en ventilatie, verwarming-koeling met warmtepomp … Als natuurlijk materiaal geeft hout bij aanraking een warm gevoel in de winter en een fris gevoel in de zomer. Het werd namelijk gebruikt voor de hele draagstructuur van het gebouw. In de gemeenschappelijke ruimten en bij de in- en uitgangen, werden de vloeren bedekt met uiterst onderhoudsvriendelijke tegels. In de andere ruimten waar de kindjes zonder schoentjes kunnen rondlopen, kan dit zorgeloos op een laminaatvloer waaronder een verwarmings- of koelingssysteem werd geplaatst zodat ze zich altijd prettig voelen.
Een geborgen crèche
Alles werd in het werk gesteld om er een zo veilig mogelijke plek van te maken. We weten hoe onbewust kindjes zijn van de gevaren in hun veroveringen tijdens de ontdekking van de wereld. Daarom werd met name voor vloerverwarming gekozen waardoor radiatoren met hun uitstekende hoeken konden worden vermeden. De deuren werden in glas vervaardigd om te zien of ze geopend kunnen worden zonder ongevallen te veroorzaken. De deurklinken zijn redelijk hoog opdat enkel volwassenen de deuren kunnen openen. Scharnierbeschermers voorkomen dat kindjes er met hun vingertjes klem komen te zitten. Aan alles werd gedacht om zoveel mogelijk veiligheid te bieden.
Een stimulerende crèche
Of zoals architect Noben het verwoordt: ‘De architectuur van een crèche moet bijdragen tot de opvang en het welbehagen van de jonge kinderen, waarbij de aandacht uitgaat naar hun intellectuele en psychomotorische prikkels via visuele prikkelingen en hun ontplooiing via aansporing tot sociale integratie door middel van creatieve activiteiten.’ Daarom helpen de architecturale aanpak en de visuele stimuli de kinderen in hun ontwikkeling, met behulp van bekwaam personeel, hun psychomotoriek, hun prikkels en hun interesse voor de ontdekking van de wereld. De kleuren zijn vrolijk en levendig, de dieren zijn opvallend, de spiegels weerkaatsen de beelden, …
De Zetel: houtvakmanschap en creativiteit van Belgische bodem
Al meer dan 85 jaar bewijst zitmeubelfabriek De Zetel uit Ardooie haar liefde voor stoelen uit eiken- en beukenhout. Wat in 1924 begon als een klein meubelbedrijf, groeide ondertussen uit tot een trendsetter die internationaal wil doorbreken. Uniek én van Belgische bodem.
Ons bedrijf staat voor vakmanschap en traditie en is tegelijkertijd vooruitstrevend en innovatief, vertelt David Behaegel, sales representative bij De Zetel. Hij behoort tot de 4de generatie van het familiebedrijf en zet mee zijn schouders onder de nieuwe strategie van het bedrijf. Om concurrentieel te zijn, moet je blijven vernieuwen. Vroeger verkochten we onze producten niet rechtstreeks en leverden we alleen aan andere fabrikanten. Maar door de crisis merkten we dat er minder bestellingen binnenliepen. Er verdwijnen in West-Europa steeds meer fabrikanten, dus kwamen we op het idee om ons eigen label op de markt te zetten.
In 2011 begon het bedrijf met een grootschalige vernieuwingsoperatie. Ons bestaande gamma is nu onderverdeeld in ‘families’ waardoor het voor onze klanten gemakkelijker wordt om bv. een stoel, armstoel en tafel van hetzelfde merk te bestellen. Ondertussen bestaat de catalogus uit 4 productgroepen: Z-Classics, Z-Comfort, Z-Churches en de Z-Creations. Het sluitstuk van het hele vernieuwingsproject volgt op 1 januari 2014 wanneer de nieuwe website online gaat en je de hele collectie op één centrale pagina kan terugvinden.
Omdat onze markt uiterst trendgevoelig is, is het van belang dat we blijven investeren in nieuwe producten. Dat is ook de reden waarom we in 2011 onze collectie Z-Creations op de markt hebben gebracht. De collectie is van de hand van verschillende Belgische ontwerpers en is vervaardigd met het grootste respect voor hout. Z-Creations richt zich vooral op de horecamarkt, en de collectie bestaat uit massief houten, personaliseerbare stoelen, die industrieel geproduceerd kunnen worden.
Bij de collectie Z-Creations speelt innovatief design een belangrijke rol. Jaarlijks worden er zo?n 5 à 6 nieuwe modellen voorgesteld. De Zetel werkt hiervoor echter niet met een vast team van ontwerpers. Designers bieden zich vaak spontaan aan met een ontwerp dat ze graag verwezenlijkt zouden zien. Als het licht intern op groen gezet wordt, ontwikkelen we een eerste prototype. De finale test volgt uiteindelijk op een vakbeurs. Zit de prijs goed? Past het ontwerp bij de rest van de collectie? We horen daar alle reacties uit de eerste hand. Daarna beslissen we of we het ontwerp al dan niet opnemen in onze collectie.
Nieuw talent vindt zijn weg naar het bedrijf, maar De Zetel gaat ook zelf actief op zoek naar mooie ontwerpen. Bij de lancering van Z-Creations schreef De Zetel een ontwerpwedstrijd uit voor interieurarchitecten en designers. Het winnende ontwerp werd een onderdeel van de collectie.
Op de internationale beurzen profileert het bedrijf zich als een kwalitatief Belgisch label. Welke reacties brengt dit teweeg? Op Maison & Objet, een van de meest toonaangevende vakbeurzen voor interieur en woondecoratie, geloven veel bezoekers niet dat zoiets nog kan in West-Europa. Ten eerste door de hoge arbeidskosten, maar ook doordat we alles van begin tot einde zelf opvolgen. Naast het design volgen we ook de productie en de verkoop nog allemaal zelf op. We stellen 80 personen tewerk en produceren zo’n 4000 stoelen per week. Het maakt ons uniek en dat proberen we uiteraard zoveel mogelijk uit te spelen.
Massief hout loopt als een rode draad doorheen alle collecties van De Zetel. Al vier generaties lang produceert De Zetel haar stoelen volgens de regels van de kunst uit hout. Met de nadruk op eikenhout en beukenhout. Het hout is hoofdzakelijk afkomstig van Frankrijk en Slovakije en is FSC-gecertificeerd. Vroeger werden de boomstammen in hun geheel aangevoerd, vertelt David Behaegel, maar om de transportkosten te drukken, worden ze nu als kleine ruwe blokjes hout aangevoerd. Vanwaar de keuze voor massief hout? Aangezien we vooral voor de contractmarkt werken, komen onze stoelen terecht in bv. scholen, horecazaken, rusthuizen, enz. Onze stoelen worden dus heel intensief gebruikt en dat betekent dat de kwaliteit van de stoelen voor ons van groot belang is. We proberen met onze comfortabele, hoogkwalitatieve stoelen, onze service en een correcte prijs zo het verschil te maken.
Kwaliteit en duurzaamheid horen bij ons als twee handen op één buik, vertelt David Behaegel. De Zetel gaat prat op zijn actief duurzaamheidsbeleid. De laatste jaren hebben wij als bedrijf ontzettend veel geïnvesteerd in een duurzaam productieproces. Zo zijn wij als één van de weinige stoelenfabrikanten ter wereld zowel FSC- als PEFC-gecertificeerd. Op die manier dragen wij ons steentje bij tot een verantwoord bosbeheer. Daarenboven worden zowel onze fabriek als onze kantoren verwarmd op basis van het houtafval dat gerecupereerd wordt tijdens het productieproces. In 2006 schakelden we voor onze spuiterij over naar watergedragen lak. En eind 2011 werden er zonnepanelen geïnstalleerd op de daken van de productiehallen. Zo beperken wij onze ecologische voetafdruk tot een minimum.
De Zetel begon ooit als een klein familiebedrijf, maar ze hebben grote ambities, zoveel is duidelijk. We willen internationaal doorbreken, vertelt David Behaegel. Hun aanwezigheid op internationale beurzen, de verkoop van hun producten in o.a. Frankrijk, Duitsland en Verenigd Koninkrijk en hun samenwerking met bekende Belgische designers zijn nog maar het begin. In de nabije toekomst gaan we ook samenwerken met buitenlands talent. Op dit moment voeren we bv. gesprekken met Duitse, Engelse en Nederlandse designers.
Dat de nieuwe strategie werkt, bewees het bedrijf onlangs nog. Design Vlaanderen reikt elk jaar het Henry van de Velde Label uit, het kwaliteitslabel van de Vlaamse Gemeenschap dat innovatieve en goed vormgegeven objecten en projecten beloont en onder de aandacht brengt. De Mine-chair van Studio Segers, onderdeel van de collectie Z-Creations, ontvangt begin 2014 dit prestigieuze Label.
Project voorgesteld in het kader van de samenwerking met het tijdschrift architraaf www.architraaf.be
Gelegen in een gezellig domein, beschikt het jongerenontspanningscentrum ‘Jochen-Klepper-Haus’, een kasteeltje in rode baksteen van het einde van de 19de eeuw, al jarenlang over een interessant aanbod. Uitgerust met een kampeerterrein en ruime buitenruimten, geniet het interregionale uitstraling.
In 2009 werd beslist tot de ontwikkeling van het centrum in het kader van een architectuurwedstrijd. Het project voorzag in drie evenementenzalen en bijkomende infrastructuren die de verwezenlijking van een gemeenschapshuis in de wijk Selb-Plössberg mogelijk maakten. Daarnaast moesten de nieuwe gebouwen bijdragen tot de ontwikkeling van een nieuwe dynamiek in een regio die gekenmerkt is door de teloorgang van de porceleinindustrie en tot voorbeeld strekken op het vlak van architectuur, toegankelijkheidsvoorwaarden en duurzame bouw.
Helemaal in contrast met de oude villa, wordt de nieuwbouw gekenmerkt door een minimalistische houtstructuur van 61 m lang en 12,5 m breed, die volkomen in het hellende terrein opgaat. Door haar doorlatendheid schept de constructie een natuurlijke band tussen de binnen- en de buitenruimten. De grote glazen ramen zetten het bijzondere karakter van de site in de schijnwerper: groepjes bomen en open plekken, de villatuin in het westen en het uitzicht op het landschap in het oosten. De aanpassing van het gebouw aan de topografie van de omgeving komt tot uiting via de verschillende hoogtes van de ruimten die aangepast zijn aan het hellende terrein, wat aan het gebouw een silhouet schenkt dat doordrongen is van sereniteit.
De vormelijke expressie houdt rechtstreeks verband met de uitvoeringprocedés van de materialen: de smalle houten kokerliggers voor de plafonds en de muurelementen werden vooraf in de fabriek gefabriceerd en geïnstalleerd. De kenmerkende gevel in gekantrecht lorken voor een gespannen membraan werd ter plaatse gemonteerd. Hout is ook het meest gebruikte materiaal aan de binnenzijde van het hoofdgebouw: oppervlakken in natuurlijk vuren creëren een aangename en rustgevende sfeer. Zelfs de structuurelementen van de panelenplafonds, die om akoestische redenen op bepaalde plaatsen doorboord zijn, werden zichtbaar gelaten.
Ontwerp van de structuren: MKP, Dornbirn, AT
Bouwheer: Stad Selb
Foto’s: Copyright Fernando Alda, Sevilla, ES
Project gefinancierd door Sibomat
De stad La Louvière wenste een voorbeeldgebouw op het gebied van energieprestaties en een constructie die de kinderen en het personeel van de crèche zoveel mogelijk comfort bood. Op basis van de normen van de ONE (nvdr: ‘Kind en Gezin’ in Vlaanderen) en de energie-eisen, heeft het architectenbureau Carnoy-Crayon een passiefcrèche ontworpen met 36 bedden, volgens een origineel bouwsysteem dat het beste van hout en beton combineert.
De hedendaagse architectuurstijl van de crèche geeft de sterke wil weer om duurzaamheid aan te prijzen en de natuur opnieuw een plaats te geven in de betrachtingen van de architect. Gelegen in een oud mijnbekken, verrijst het gebouw op een terrein ingericht als natuurzone om de kinderen aan te sporen de flora in een klein gebied, dat door de natuur heroverd werd, te observeren.
Twee aanvullende volumes
Het project bestaat uit twee volumes: het eerste, in de vorm van een ‘huis’, herbergt de ruimten voor de volwassenen (keuken, kantoren, opslagruimte, technische lokalen), terwijl het tweede de lokalen omvat die voor de kinderen bestemd zijn. Zoals in een droom lijkt deze ruimte zich los te willen maken van het huis en op veroveringstocht in de natuur te trekken, vertelt architect Damien Carnoy. Zijn materialen en vormen lijken eerder aan te sluiten bij de bomen en de natuur.
Van volumetrie tot bouwsysteem
Omdat alle functies van de crèche op dezelfde verdieping zijn ondergebracht, heeft de architect de lage compactheid van het gebouw moeten compenseren door een optimalisering van de schil om de passiefstandaard te behalen. Vandaar zijn keuze voor een structuur die hout en beton combineert. De constructie is een combinatie van zware (betonnen) wanden en lichte (houten) wanden, wat het mogelijk maakt het beste te halen uit de inertie- en isolatiekenmerken van elk bestanddeel.
Een première in België
De binnenstructuur van de crèche bestaat uit een betonnen vloerplaat waarop de muren en betonnen wanden steunen en die uitgevoerd werd op een houtskelet van balken en palen. Het is een première in België, zegt de architect. Deze techniek heeft het mogelijk gemaakt de inertie te optimaliseren door de koudebruggen via de houten draagstructuur te beperken. Voorts hebben we dankzij de constructie op palen een parking kunnen aanleggen onder de crèche, wat de natuurlijke omgeving rond de crèche maximaal verruimt waardoor er een overdekte ruimte voor het onthaal van de kinderen ontstaat.
Duurzame materialen
Alle materialen en technieken werden gekozen met het oog op een ideale consensus waarbij rekening gehouden werd met criteria als de hernieuwbare oorsprong van de grondstoffen, de ononderbroken grijze energie (tot aan de afbraak), de impact op de gezondheid van de bewoners, de invloed op de kostprijs van het gebouw, het uitvoerings- en onderhoudsgemak.
Houtstructuur
De houtstructuur van de crèche die de betonnen inertiemassa omvat bestaat uit lorken hoofdbalken met afmetingen van 600 bij 600 mm op palen in azobé en secundaire balken in lorken met commerciële afmetingen van 8 bij 23.
Isolerend kaderwerk
De buitenwanden zijn vervaardigd uit L-balken die samengesteld zijn uit hout en een kern van harde, plantaardige vezels, aan de binnenkant bedekt met OSB-panelen en aan de buitenkant met regenwerende panelen van 16 mm in houtdeeltjes met hoge dichtheid. De isolatie werd verkregen door inblazing van cellulosevlokken, gemaakt op basis van gerecycleerd papier en geïmpregneerd met boriumzout met schimmel-, insecten- en brandwerende eigenschappen.
Buitenbedekking in afzelia
Een groot deel van de crèche is bedekt met parementwerk in afzelia. Wij hebben deze houtsoort gekozen omwille van zijn natuurlijke duurzaamheid zonder behandeling tegen slechte weersomstandigheden, gaat de architect verder. Deze houtsoort vergrijst, maar wordt niet aangetast. Verder halen we nog aan dat de hele structuur et het buitenschrijnwerk uit PEFC-gecertificeerd hout vervaardigd is.
Meer info:
Architect: Damien Carnoy, bureau Carnoy-Crayon, www.carnoy-crayon.be
Aannemer: De Graeve, www.degraeve.be
Stabiliteit: Luc Delvaux, www.iradelvaux.be
Speciale technieken: MK Engineering, www.mkengineering.be
Verwarmde vloeroppervlakte: 522 m²
Prijs: 2.150 €/m²
Bouwjaar: 2011
Aanvankelijk wilde de gemeente Schaarbeek het oude gebouw laten renoveren. Een zwaar en gewaagd project met het oog op een lage-energieconstructie. In het licht van de argumenten van de architect, werd het gebouw afgebroken en in een uitgesproken hedendaagse stijl heropgebouwd in houtskeletbouw. Of hoe een oud gebouw omvormen tot een kwalitatieve en betaalbare sociale woning.
De staat van het oorspronkelijke gebouw was te slecht om een renovatie volgens de lage-energiestandaarden te overwegen. Aangezien we een gebouw ter beschikking wilden stellen van de bouwheer en de sociale huurders dat op lange termijn een goede bewoonbaarheid, een grote gebruiksbetrouwbaarheid en een betere rentabiliteit van de toegewezen openbare investering bood, hebben we gepleit voor een afbraak van het bestaande gebouw, licht Johan Nielsen van architectenbureau Manger Nielsen toe.
Kwaliteitsvol wonen tegen een betaalbare prijs
De argumenten van de architect werden gunstig onthaald en enkel de kelders werden bewaard. De rest van het gebouw werd volledig in houtskeletbouw heropgebouwd. Deze bouwwijze strookt met de ecologische overtuiging van ons bureau en past perfect bij dit project. Door voor een eenvoudige structuur te kiezen en met weinig kostbare maar hernieuwbare materialen te werken, was het mogelijk een kwalitatieve woning voor te stellen tegen een betaalbare prijs, binnen het oorspronkelijk aan dit project toegewezen budget.
Optimalisering van de binnenruimten
Het beperkte hoekperceel (ongeveer 4,5 x 8m) heeft de opdracht van de architect zeker niet vergemakkelijkt. Desondanks beschikt het huis over vier mooie kamers en twee badkamers, comfortabele ruimten met veel daglicht. De keuze van typologie, doorboringen en gevelmaterialen werd gemaakt om de dialoog met de dichtbebouwde wijk te verrijken, maar ook om de binnenruimten te optimaliseren. Het streven naar licht- en zoninval hebben Manger Nielsen Architects ertoe gebracht de gebruikelijke vormgeving van de sociale woning te herdenken en elementen te integreren die algemeen gesproken voorbehouden zijn aan een meer exclusievere architectuur, zoals de dubbele hoogte van de woonkamer.
De uitdagingen van passiefbouw
De grootste moeilijkheid van het project school in het beheer van de luchtdichtheid. Enerzijds op het vlak van het ontwerp, met name de contactpunten tussen de passieve en niet-passieve delen (grote inkomsluis) en anderzijds op het gebied van de uitvoering, omdat aan deze fase heel wat overleg voorafging met de onderneming die met de werken belast was. Met een behoefte aan primaire energie van om en bij de 105 kWh/m²/jaar, vormt dit door het Plate-forme Maison Passive gecertificeerde gebouw het ideale antwoord voor sociale verhuur omdat de lasten extreem laag zijn.
Prefabricatie
De prefabricatie van houtskeletten biedt talrijke voordelen. Sommige gebouwenconfiguraties zoals dit hoekperceel laten evenwel geen tolerantiemarges toe. Door toedoen van een onnauwkeurige meting op het vlak van de loodrechte stand van de scheidingswanden, was de aannemer verplicht om het skelet ter plaatse te herstellen, waardoor de tijdwinst van het atelier verloren ging.
Droge montage en zichtbaar hout
Omdat hij in de ‘houtfilosofie’ wilde blijven, wilde de architect niet al te veel gips of metselwerk gebruiken. De droge montage is binnen waarneembaar en we hebben de OSB-platen aan de binnenzijde zichtbaar gelaten, zegt hij. Wat de houtdetails betreft, werd er veel werk verricht op het gebied van de stabiliteitsberekeningen om de overstek (ondersteund door een drievoudige balk) en het hoge raam met grote afmetingen te beheren. Het stoomdoorlatende gevelcomplex vormt een ander sterk punt van het project. We hebben gekozen voor een platformsysteem waarbij de dekvloeren in de diepte van de gevels worden geplaatst en hebben tussen de vloerbalken een membraan toegevoegd om de risico’s op condensatie in de isolatielaag (23 cm cellulosevlokken) tegen te gaan. Deze methode heeft het rendement van de luchtdichtheid en het ademend vermogen van de gevel verhoogd.
Lessen
Het ligt niet voor de hand om sociale woningen te vinden met zulke grote vensters of binnenruimten. Aanvankelijk schrikten sommige technische details de aannemer af, maar de zorgvuldige voorbereiding van de technische details en het uitstekende overleg ter plaatse hebben ervoor gezorgd dat het project tot een goed einde kon worden gebracht.
Nieuwigheden
Als architecten worden we regelmatig aangesproken door fabrikanten die nieuwigheden op de markt brengen. Waakzaamheid blijft geboden, maar ik geef toe dat warmtebehandelde buitenbetimmeringen erg veelbelovend zijn. Zolang ze correct aangewend worden, bieden ze nieuwe oplossingen die de grenzen verleggen van wat mogelijk is, besluit Johan Nielsen.
Meer info:
Bouwheer: Gemeente Schaarbeek
Architectuur: Manger Nielsen Architects, www.mangernielsenarchitects.eu
Hoofdaannemer houtskeletbouw en buitenbetimmering: Rose’s Natural Homes, www.rosesnaturalhomes.be
Buitenramen: Coene, www.menuiseriecoene.be
Passiefgebouw van 189 m² bruto bovengronds, gecertificeerd door het Plate-forme Maison Passive
Prijs: 1493 €/m²
Bouwjaar: 2013
Eind juni heeft de UCL haar volledig gerenoveerde Place des Sciences ingehuldigd. Het exotische hout heeft plaatsgemaakt voor Belgisch hout uit duurzaam beheerde en PEFC-gecertificeerde bossen. Een primeur die navolging zou kunnen vinden.
Na 40 jaar goede en trouwe dienst, had de Place des Sciences op de site van de UCL van Louvain-la-Neuve een grondige renovatie nodig op gebied van zowel het structuurbeton als het azobé dat erover heen lag. Uiteenlopende opties werden overwogen om de bedekking te vervangen, maar uiteindelijk werd er voor hout en in het bijzonder voor Belgisch eikenhout gekozen, legt Carole Deferière, ingenieur-architect belast met het project, uit. We hebben inderdaad voor een nieuwe bedekking in hout gekozen om de ziel van het plein en zijn unieke visuele aanblik te bewaren.
Eik als buitenvloerbedekking
De UCL deed beroep op twee deskundigen om een duurzame oplossing voor het plein voor te stellen. Zelfs als eik geen houtsoort is waar men gewoonlijk aan denkt voor een terras, moet u weten dat eik perfect aangepast is voor dit type van gebruik mits inachtneming van enkele voorzorgsmaatregelen.
Terras op vlonders
Eik is een matig duurzame houtsoort (duurzaamheidsgraad 2-3 op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 het duurzaamst is). Het kan dus niet zomaar in contact met de bodem worden gebruikt, zonder enige behandeling of andere voorzorgsmaatregel. De deskundigen hadden evenwel het ingenieuze idee om een metalen vlonder te gebruiken als draagstructuur voor de houten vloer, zodanig dat de uitvoering zorgt voor een minimaal contact tussen het hout en de draagstructuur en een perfecte ventilatie onder de houten vloer. Het hout komt dus niet in contact met het stilstaande water. De gebruiksklasse is een klasse 3 (overeenstemmend met die van een raam of buitenbetimmering) en geen klasse 4 (overeenstemmend met het gebruik van hout dat rechtstreeks in contact is met de bodem).
Details van de uitvoering
Het plein overdekt een parking, licht Olivier Mareschal, gedelegeerd bestuurder van de firma De Graeve, toe. Op de dekvloer van de parking fungeren betonnen langsbalken als draagstructuur voor de houten vloer. De dekvloer bestaat uit een draagstructuur van gegalvaniseerde vlonders, gedimensioneerd voor een last van 750 kg/m². Op deze structuur zijn eiken balken aan de onderzijde bevestigd met behulp van inox ringschroeven (6 stuks per balk) en krammen.
In het begin vreesde de aannemer voor uitlijningsproblemen, zowel horizontaal (uitlijning van de planken) als verticaal (ongelijkheden van de draagstructuur). Uiteindelijk werden de uitlijningen perfect uitgevoerd en waren de kleine onnauwkeurigheden eerder te wijten aan de toegestane afwijkingen van de houtsecties dan aan de uitvoering. De veranderingen van de afmetingen van enkele millimeter in de dikte van de balken zijn het gevolg van het winterverlet waardoor de werf stilgelegd moest worden en het hout uit de droogkamer in die periode enkele erg natte wintermaanden doormaakte alvorens te worden geplaatst, gaat hij verder. Het succes van de werf is vooral te danken aan de goede voorbereiding. Elke balk, vlonder of metalen steunstuk werd met AutoCAD ontworpen, waardoor geen enkele aanpassing op de werf moest gebeuren.
Droging van het hout
Voor deze drukke doorgangsplaats die regelmatig gebruikt wordt voor het organiseren van evenementen (vaak opbouwen/afbreken van podia), wilden de bouwheren de massieve aanblik bewaren. Ze hebben daarom met weinig conventionele maten gewerkt van 63 bij 210 mm (en 2400 mm lang). Een uitdaging van betekenis voor de zagerij die met het zagen, het drogen en het schaven van het hout belast was. We hebben het lastenboek strikt gevolgd en de ca. 40 m³ hout of 700 m² (horizontaal) in een tijdspanne van twee maanden geleverd, legt Martial Camps van zagerij Vica-bois uit. Idealiter waren twee of drie maanden meer aangewezen om de werking van het hout te beperken, maar de planningsvereisten van de bouwheren gunden ons niet zoveel speelruimte. Het hout was niettemin al meer dan een jaar in productie! We moesten het hout 8 maanden (in openlucht) laten drogen alvorens het naar de droogkamer ging (meer dan 4 maanden) om het met een vochtigheidsgraad van ongeveer 25 % te kunnen leveren. We streefden er daarom naar het evenwichtsvochtgehalte zo dicht mogelijk te benaderen zonder het hout evenwel overmatig te laten drogen omdat dit noodgedwongen talrijke vervormingen en barsten in de planken teweeg zou hebben gebracht. Nu ze geplaatst zijn, drogen ze langzaam maar zeker en zullen ze het wisselvallige weer trotseren!
Valorisatie van het Belgisch loofhout
Tijdens de inhuldiging van de Place des Sciences, was Emmanuel Defays, algemeen directeur van de Office Économique Wallon du Bois, in het bijzonder tevreden over de keuze voor eik. In de eerste plaats vanuit een symbolisch oogpunt, omwille van de plaats die het hout als materiaal toebedeeld kreeg in het hart van de studentenstad, maar ook vanuit een technisch oogpunt, door de valorisatie van Belgisch loofhout als terrasbedekking, een afzetmogelijkheid die door architecten nog onderbenut blijft. Deze uitvoeringswijze op vlonders is veelbelovend, temeer omdat de bevestigingen onzichtbaar blijven en de bouwheren de voordelen kunnen genieten van prefabricatie.
Meer info:
Hugues Frère, www.houtinfobois.be
STUDENTEN ARCHITECTUUR BUIGEN ZICH OVER DE BOSHUT
Zoals waarschijnlijk elk kind ter wereld, droomde Benjamin Jaclin over zijn eigen boshut. Als masterstudent architectuur aan UCL-LOCI (Brussel), wijdt hij zijn eindwerk aan de uitdagingen en de nieuwe architecturale expressies van hedendaagse boshutten. Een theoretisch onderwerp dat hij besliste in de praktijk te brengen via het project K-BaN.
Iedereen heeft wel een herinnering aan een boshut in zijn achterhoofd. Het onderwerp is universeel. Het is grappig om vast te stellen dat de boshut waarschijnlijk het meest representatieve bouwelement is van de architectuur, waarover het minst gepraat wordt, zegt Benjamin Jaclin. De boshut is nochtans steeds meer in de mode. Ze dringt zich overal een beetje op, nu eens als hotel, dan weer als restaurant. Vanuit een architecturaal oogpunt valt er zoveel te vertellen over het onderwerp dat ik hiermee verder wilde gaan.
Van de theorie naar de praktijk
Het idee van project K-BaN is om aan het eindwerk een praktische dimensie te geven, gaat hij verder. Ik wilde het onderwerp in een bouwervaring omzetten om met de realiteit van ons toekomstig beroep in contact te komen, wat in het kader van onze studies eerder zeldzaam is. De bedoeling was om een prototype uit te werken en vooral om het te bouwen. K-BaN werd een voorwendsel om in de praktijk een prototype van ‘minihuis’ en alle vragen betreffende de bouwmethode, de dichtheid, de stabiliteit, de isolatie en de assemblage te bestuderen.
Een collectieve realisatie
Het project werd midden oktober 2012 gelanceerd en via een conferentie aan de studenten van de school voorgesteld. Een twintigtal studenten uit alle jaren wilde zich in het avontuur storten. Door middel van minimaal één workshop per maand, organiseerde de groep studenten verschillende brainstorming- en analysesessies over de definitie van de boshut, de plannen, de bouw, … Dit onbegeleide collectieve werk wierp vragen en discussies op die uitmondden in de organisatie van een cyclus van drie conferenties over hout als materiaal.
Conferenties over hout
Het kwam erop neer te leren en referentiepartners te vinden om onze vragen te beantwoorden. Stilaan kruisten we het pad van meerdere professionals uit de houtbouw die hun kennis met onze groep wilden delen.
– Stéphane Charron, ingenieur aan het WTCB, gaf een presentatie over houten wanden en met name over de vragen met betrekking tot de overdracht en de dichtheid.
– Benoît Jourez, onderzoeker aan het Laboratoire de Technologie du Bois (SPW, Gembloers), gaf een presentatie over de natuurlijke duurzaamheid en de vijanden van bouwhout door dieper in te gaan op de evolutie van het onderzoek en de technische vooruitgang.
– Hugues Frère, verantwoordelijke van Hout Info Bois, sprak naar aanleiding van de conferentie van Benoît Jourez over de praktische toepassingen en de uitvoeringsdetails van hout. We waren onder de indruk van het enthousiasme en het project van Benjamin Jaclin en hebben dan ook beslist om het te sponsoren, licht Hugues Frère toe.
Constructie met natuurlijke grandeur
Tijdens de eerste twee weken van juli 2013 gaan de studenten naar Finistère voor de bouw van het eerste prototype van K-BaN in een vakantiedorp. We wilden ook dat deze hut echt haar nut bewees en door zoveel mogelijk mensen gebruikt werd om lessen te trekken uit hun feedback, legt Benjamin Jaclin uit, om zijn keuze voor de camping te verantwoorden. Op basis van hun ervaringen, ga ik daarna een voldoende flexibel prototype ontwerpen om het eventueel te commercialiseren. Dit eerste ontwerp is dus slechts het begin van een langetermijnproces.
Lessen
Een schooljaar is een erg korte periode voor een project van deze omvang. Het beheer van zo’n groep vergt inderdaad heel wat tijd. Het idee van de conferenties werd enorm gewaardeerd, zowel door de studenten als door de professoren, maar we zouden nog veel meer kunnen doen. Dit soort ontwikkelingen wakkert de nieuwsgierigheid aan en is een ware goudmijn op het vlak van leren. Indien dit project u ook aanspreekt, is het mogelijk om het te steunen. U vindt meer informatie op de hierna vermelde site.
Meer info:
Benjamin Jaclin
kbanproject@gmail.com
https://k-banproject.jimdo.com
Realisatie: 2013
Bouw van de uitbreiding van een woning in houtskeletbouw
De houtstructuur klimt hogerop!
Het grote publiek weet dit waarschijnlijk niet, maar het concept van de klimzaal is een Belgisch idee dat teruggaat naar het einde van de jaren ’80. Een sport die onophoudelijk hogerop klimt. Zo hoog dat de uitbaters van zaal New Rock in Oudergem onlangs beslist hebben om hun installaties opnieuw uit te breiden. In houtstructuur uiteraard.
Oorspronkelijk ontwikkeld voor de training van bergbeklimmers en klimfanaten, groeide indoor klimmen snel uit tot een volwaardige sport, waarvan de beoefenaars steeds talrijker zijn. Ingericht in een schuur, moest de zaal in Oudergem reeds een eerste keer uitbreiden twee jaar na haar opening. De uitbaters lieten toen naast de vorige toren, een toren bouwen van 19 m hoog. Vandaag is een nieuwe uitbreidingsfase in aanbouw.
Houtskelet = 2 in 1
Aangezien de bouwheer zelf een bouwer van houten klimmuren is, lag de keuze voor een houten gebinte, waarin de specifieke steunelementen van de klimmuur rechtstreeks verwerkt waren, voor de hand, legt architect Lambert Martin van Atelier Martin et Associés uit. Hout biedt inderdaad het voordeel van twee functies te kunnen combineren opdat het houtskelet en de structuur van de klimmuur één geheel vormen. Naast dit voordeel, is hout ook goedkoper (tussen 15 en 20 %) en brandwerender (RF 1H voor de wanden en het dak).
Specifieke eisen
Het ontwerp van een goede klimmuur vereist een ware beheersing van deze sport. Een discipline die de architect regelmatig beoefent, die overigens sinds de uitvinding van deze sport betrokken was bij de bouw van heel wat zalen in binnen- en buitenland. Het huidige project bestaat erin de bestaande toren uit te breiden om het klimoppervlak te vergroten en tegelijk een gezellige ruimte te creëren waarin diverse functies zijn ondergebracht, zoals de klimmuur, het onthaal, de bar, de ontspanningsruimte en de vestiaires. De nieuwe uitbreiding meet 10 bij 13 meter aan de grond en 19 m aan de top.
Grote overspanningen
De beoefening van de klimsport in een zaal vergt een grote, vrije ruimte zonder dwarsbalken. Deze gegevens hebben de keuze bepaald van de portieken en de belangrijkste delen in gelijmd- gelamelleerd hout, voegt de architect toe. De wanden bestaan uit een geïsoleerd kaderwerk in houtstructuur met glaswolpanelen van het type Comfortpanel32 met een dikte van 120 mm. Alle buitenwanden zijn bedekt met een isolatielaag van 80 mm van polystyreenschuim die afgedekt is met een pleisterlaag. De isolatie van het dak is vervaardigd uit IKO Enerthem ALU NF panelen met een dikte van 102 mm. Deze isolatielaag en het nieuwe dak omhullen zo de bestaande toren.
Structuur van de muur
De klimstructuur steunt dus rechtstreeks op de verticale draagstructuren van het gevelkaderwerk. De uitstekende structuren van het kaderwerk maken het mogelijk om beide structuren op elkaar aan te sluiten. Het ontwerp van de klimmuur vormt de basis om de verticale structuren te plaatsen.
De eigenlijke klimmuur is ook volledig uit hout vervaardigd. Op basis van multi-geperforeerde panelen van 1,20 bij 1,20 m met submodules die de realisatie van complexe vormen mogelijk maken ter beoefening van de klimsport op elk niveau, van beginnend tot gevorderd klimmer.
Meer info:
Architectuur: Atelier Martin et Ass. sprl www.ateliermartin.be
Studiebureau: Exas
Bouw van de klimmuur: Top Rock Construction www.newrockescalade.be
Onderneming gelijmd-gelamelleerd: AVLN www.avln-bois.be
Dakwerken: CONSTRUCT’ART sprl
Ruwbouw: GOES sa
Prijs: +/- 500.000 € exclusief BTW (geschatte begroting voor het gebouw en de muur)
In 2006 stelde Hout Info Bois aan twee Waalse gewestministers voor om per Waalse provincie een architectuurwedstrijd op touw te zetten. De nadruk lag op het gebruik van hout in de sociale huisvesting. De ontwerpen moesten streven naar energiebesparing en optimale waterzuivering voor het leefmilieu. Deze wedstrijd oogstte veel succes bij de architecten. Sinds vorige zomer werd het ontwerp van de architect die in de regio Luik de wedstrijd won bewaarheid. De eerste houten sociale woningen werden in Fontin, in de regio Luik, ingehuldigd.
Aangevat in 2006, was het de bedoeling van de wedstrijd om voorbeeldontwerpen te selecteren voor vijf sites (één per Waalse provincie), waarvan de werfopvolging daarna werd toevertrouwd aan vijf sociale huisvestingsmaatschappijen. De site van Fontin, in een residentiële buurt, stak hoog uit boven de vallei van de Ourthe met mooie vergezichten over het omliggende platteland. Geïnspireerd door de eigenheden van de site, wonnen de architecten AM Goffinet, Jehoulet en Csik architects deze wedstrijd.
Bewustwording van de logica van de houtbouw
Om kosten te besparen vroeg het gewest aan de architecten om hun plannen lichtjes te herzien en op een iets groter perceel drie in plaats van één sociale woning te bouwen. Het kwam erop neer de meerkosten ten opzichte van een traditionele constructie te beperken. ‘De uitdaging was tweevoudig’, legt architect Nicolas Csik uit. ‘Enerzijds binnen het vooropgestelde budget blijven en anderzijds de architecten bewustmaken van de bouwprincipes van de houtbouw, zoals bijvoorbeeld het belang van luchtdichtheid. Het tweede punt lag minder voor de hand omdat de sociale huisvestingsmaatschappijen de werf hadden toegewezen aan de laagstbiedende. Het was een metselaar die uiteraard al met onderaannemers had samengewerkt, maar deze traditionele bouwer had geen enkele ervaring met houtbouw. In dit project school de uitdaging eerder in de uitvoering dan in het ontwerp.’
Houtskelet
Technisch gezien zijn de woningen in tweeën opgesplitst: een gemetste sokkel waar een licht volume in houtskelet op rust. Van buiten naar binnen bestaat de wand van de muren uit een horizontale buitenbetimmering in ceder, een regenafstotend paneel met openingen voor dampverspreiding met een dikte van 18 mm (type DWD), een houtskelet geïsoleerd met ingeblazen cellulosevlokken (met een dikte van 160 mm) en een soepel dampmembraan. Dit membraan is voor de inblazing van isolatiemateriaal versterkt door een houten betengeling waarop een binnenafwerking in gipskartonplaten is aangebracht. De spouw tussen het membraan en de afwerking wordt gebruikt voor de doorvoering van leidingen (elektriciteit, verwarming, sanitair) en is geïsoleerd met rotswol van 4 cm dik. Het buitenschrijnwerk is uit meranti vervaardigd.
Een balkraam
Op de achtergevel op de eerste verdieping heeft de architect een venster voorzien dat bijna de volledige breedte van het gebouw bestrijkt. Gelet op het redelijk beperkte volume van de kamers en om de dakrand ter hoogte van de dakgoot te verkleinen, hebben de ontwerpers bedacht om de steunbalk van het gebinte te gebruiken als bovenste deel van het raam. Een interessant technisch detail dat twee functies combineert om meervoudige balken te voorkomen.
Experimentele fase
Zowel de sociale huisvestingsmaatschappij Ourthe Amblève Logement als de architect houden goede herinneringen over aan het project dat in de zomer van 2012 werd opgeleverd. ‘Het was een erg mooie ervaring waarover we uiterst tevreden zijn’, gaat de architect verder. ‘Op zichzelf beschouwd is hout niet het meest geschikte materiaal voor de realisatie van sociale woningen van een dergelijke, kleine omvang. Niet omwille van het materiaal, maar wel omwille van de structurele werking van de toewijzing van overheidsopdrachten aan de laagstbiedende, die niet noodgedwongen gewoon is om met hout om te gaan. Op grotere schaal daarentegen, vanaf het moment dat men een tiental woningen overweegt, biedt hout volgens de architect ernstige voordelen ten opzichte van een traditionele aanpak. Zo zouden de systematisering en de tijdwinst die verband houden met de bouw van houtskeletten in het atelier ervoor kunnen zorgen dat houtbouw concurrentiëler wordt dan een klassieke constructie.
Foto’s: &Copy : Caroline Dethier
Meer info:
Architectuur: Air-Lab, www.air-lab.be
Prijs: 345.000 € voor de 3 volledig afgewerkte woningen met carport
Omdat hij wilde bewijzen dat een passiefgebouw niet per se een bunker hoeft te zijn en dat een duurzaam en energiezuinig onroerend goed niet noodzakelijk extra kosten moet opleveren voor de bouwheer, heeft architect Christian Bayet net twee energiepositieve passiefwoningen gebouwd. En als het Klipveld-project de standaard werd voor de huizen van de toekomst?
Men kan alleen maar vaststellen dat sommige vooroordelen goed ingeburgerd zijn. Neem bijvoorbeeld de passiefgebouwen. Voor het grote publiek zijn het bunkers met een strakke architectuur en kleine vensters die men best niet opent. ‘Niets is minder waar’, gaat architect Christian Bayet in de tegenaanval.
Demonstratie met natuurlijke grandeur
‘Mijn vrouw en ik waren op zoek naar een terrein om aan te tonen dat het mogelijk was om in Brussel passiefbouw te promoten die betaalbaar was. Door ons op de marktprijs (nieuwbouw in Ukkel) te concentreren, slaagden we erin aan te tonen dat het mogelijk was om, zonder meerprijs voor de koper, volgens bijzonder performante standaarden op het gebied van energie en duurzaamheid te bouwen’, legt de architect uit.
Twee in elkaar grijpende woningen
In plaats van voor rijwoningen te kiezen, ging de voorkeur van de ontwerpers uit naar het idee om de twee woningen in elkaar te laten passen om zo meer typologische diversiteit, een hedendaagse architectuur en ruimere volumes te bieden. Uitgerust met nu eens grote ramen, dan weer hoge plafonds van meer dan 4m80, gingen de twee woningen tegen de gevestigde ideeën in dankzij een ingenieus plan van opeenvolgende overlopen om maximaal van de natuurlijke lichtinval te kunnen genieten.
Energiepositief gebouw
De eerste woning strekt zich met 4 kamers en een tuin van 160 m² over 193 m² uit, terwijl de tweede woning, van het penthouse type, 179 m² bestrijkt en drie kamers en een terras van 45 m² telt. De verwarmingsbehoeften bedragen respectievelijk 12 en 9 kWh/m²/jaar en de energie die vereist is voor de verwarming, de productie van sanitair warm water en elektriciteit voor de gebouwen wordt ter plaatse opgewekt (en is volledig hernieuwbaar).
Houtskelet
Vanuit bouwoogpunt, koos de architect resoluut voor een massieve oplossing voor de begane grond en een houtskelet voor de bovenste verdieping. Het kaderwerk van de gevels bestaat uit FJI-balken van 36 cm dik die met cellulosevlokken zijn ingeblazen. Aan de binnenkant zijn de kaders verstevigd met behulp van vochtwerende platen die ook als dampscherm fungeren. Aan de buitenkant zijn de kaders afgesloten met houtvezelplaten.
Buitenbetimmering
‘De keuze van de buitenbetimmering is altijd moeilijk’, vertrouwt de bouwheer ons toe. ‘Wij wilden een houtsoort die mettertijd niet veroudert, die onbehandeld gebruikt kon worden, die niet naar rood neigt, die wij voor een grotere harmonie zowel voor de buitenbetimmering als voor het terras konden gebruiken, die voorradig en FSC of PEFC-gelabeld was. Aanvankelijk dachten wij aan robinia, een houtsoort die een zeker ecologisch voordeel biedt omwille van haar Europese oorsprong, maar wij hebben dit spoor verlaten wegens een gebrek aan kleureenheid. De gevels en de terrasvloer werden uiteindelijk uit ipé vervaardigd.’ Voor de buitenbetimmering werden de terrasplanken in de breedte in drie gelijke delen gezaagd om een reliëf- en schaduweffect te creëren, met een lichte afschuining van de onderste en bovenste vlakken om voor een goede afwatering te zorgen. Rond de vensters aan de voorgevel, fungeren grote lijsten in natuurlijk ceder ter versiering als zonnewering.
Een rolmodel
Genomineerd voor de Belgische energieprijs 2012 in de categorie ‘ecobuilding award’ en geselecteerd voor de wedstrijd ‘voorbeeldgebouwen 2011’, toont dit project op meesterlijke wijze dat deze denkpiste de standaarden voor de toekomst inhoudt. Niet alleen ecologisch, maar ook economisch. En dit zonder toegevingen. Wat de critici betreft die de moeilijkheden die de aannemers tijdens de bouwfase zouden hebben ondervonden aanhalen, moet u weten dat de aannemer die dit project in de wacht sleepte geen enkele ervaring had op het vlak van passiefbouw en dat de werken rimpelloos zijn verlopen.
Meer info:
Architectuur: Ariade Architectes, Christian Bayet, www.ariade.net
Studiebureau energieprestatie: Ariade Carbone, Muriel de Lathouwer
Prijs: 1620 €/m²
Aurélien Fraisse, jong meubelmaker
Voor zijn eindwerk meubelmakerij koos Aurélien Fraisse voor een originele tafel, geïnspireerd op de Art nouveau-stijl. Een mooie technische en esthetische uitdaging die drie houtsoorten combineert – olijfes, wengé en beuk – en die opschudding zou moeten veroorzaken.
Belast met de bouw van een meubelstuk van het ontwerp tot de realisatie, geeft Aurélien Fraisse toelichting bij het wordingsproces van zijn project. Ik beschikte over voldoende tijd om in het atelier te experimenteren en legde me de tweevoudige verplichting op om enerzijds de grondstof niet te verminken en anderzijds de mechanische eigenschappen te overstijgen, legt de jong afgestudeerde uit. Met een grote bewondering voor de Art Nouveau en zijn vitaliteit, haalde ik mijn inspiratie bij de realisaties en de denkers uit die stroming. Andere realisaties hebben me ook geïnspireerd, zoals het ‘bureau 4480’ van Guillaume Dulau, de creaties van meubelmaker Joseph Walsh of de lijmloze gelamelleerde stoelen van Salomé de Fontaignieu. Ik liet me leiden door maquettes en de techniek mondde uit in vezelachtige, plantaardige, lichte vormen die het levendige verbeelden.
Gebruik van hout op een intelligente manier
Op het ogenblik van de cruciale keuze van de houtsoorten, liet de student zich omwille van zijn soepelheid en vormgeheugen verleiden door de es. Aangezien het dessin van het tafelblad weelderig was, wilde hij een tweede houtsoort met fijne aderen gebruiken om de olijfes tot zijn recht te laten komen. Meerdere opties boden zich aan en hij koos wengé als fineerlaag, een erg donkere, fijne houtsoort. Voor het onderstel van de tafel opteerde hij uiteindelijk voor beuk.
Achtereenvolgende uitdagingen
Op technisch gebied verduidelijkt Aurélien dat hij het hout niet drooggestookt heeft: de lamellen werden gebogen gelijmd, met een ongelijmd deel dat een leemte creëert. Door het niet droog te stoken, heb ik alleen maar van de soepelheid van de es gebruikt gemaakt om de lamellen te bevestigen. Het fineren van de wengé vormde een ware technische uitdaging omdat deze houtsoort een zorgvuldige toepassing vereist. De grootste moeilijkheden schuilen in de lijming van de gebogen lamellen en het zagen van het essen tafelblad. Ik heb een olijfessen plaat in lamellen van 3 mm dik gesneden, maar de meubelmachines zijn niet echt geschikt voor een dergelijke dikte. Men zou dus kunnen stellen dat ik de fineerlaag van 3 mm dik zelf heb gemaakt. Wat de rest betreft, heb ik bijzonder veel aandacht besteed aan het inleggen van de vezels en de zwaluwstaartassemblage.
Tussentijdse projectevolutie
Zelfs als het basisidee in de loop van de tijd niet veranderd is, is het project niettemin geëvolueerd op het vlak van het dessin. Vanaf het begin wilde ik een indruk van beweging creëren. Dit werk heeft me mettertijd het definitieve dessin van het tafelblad doen herzien.
Commercialisering
Dit project was enerzijds een experiment en hield anderzijds het maken van een prototype in. De jonge meubelmaker kent nu de meest complexe productiestadia die voor verbetering vatbaar zijn. In het licht van het eindresultaat, is Aurélien Fraisse van oordeel dat het prototype op kleine schaal in de handel gebracht kan worden. Dit project was erg verrijkend en ik ben erg opgetogen dat ik het idee volledig heb kunnen uitvoeren. Voor mij is de Art Nouveau een uitgesproken moderne stijl die een innovatiebron kan zijn.
Andere projecten?
Ik heb ook een commode in een herbewerkte Lodewijk XV-stijl gerealiseerd. Een technisch verrijkend en vernieuwend project omwille van zijn positionering in de ruimte omdat het een meubel met een uitstekende hoek betreft. Wordt vervolgd …
Meer info:
Aurélien Fraisse: aurelien.fraisse@laposte.net
De woning komt aan de straatzijde zeer gesloten over. Het volume op het gelijkvloers wordt met een gelijmde baksteen afgewerkt, deze ruwe oppervlakte versterkt het gesloten karakter. Het volume bovenaan wordt afgewerkt met houten gevelbekleding wat het geheel verzacht.
In het interieur wordt gespeeld met verschillende plafondhoogtes. In de leefruimtes krijgen we een hoogte van bijna 3 meter met even hoge raampartijen. Hierdoor krijgt een beperkte oppervlakte toch een heel ruimtelijk gevoel. De open keuken behoort visueel volledig tot de leefruimte, maar door met een lagere plafondhoogte te werken, krijgt zij toch een aparte entiteit.