Bouw van een laagenergie-vakantiehuisje van 6 m bij 4,5 m in verduurzaamd grenen met 9 slaapplaatsen en een keukentje. Wandisolatie in minerale wol van 14 cm dik, dakisolatie in minerale wol van 20 cm dik. Extensief sedumdak. Vloerisolatie in vermiculiet van 10 cm dik.

Deze typische woning van de modernistische stroming van de jaren ’60 was op architecturaal vlak kwaliteitsvol ontworpen. Ondanks de eenvoudige aanblik, was de plattegrond, ingedeeld in drie zones – dag-, nacht- en nutsruimten –, nochtans bijzonder goed samengesteld. Hij is perfect op de ligging van het terrein afgestemd, waarbij de voorzijde volledig op het zuiden gericht is, en biedt een veelheid aan uiteenlopende visuele perspectieven waarbij een erg mooie hiërarchie op het gebied van de indeling en de ontdekking van de verschillende ruimten gevrijwaard blijft. Aanvankelijk gebouwd voor een alleenstaande dame, rezen er niettemin diverse wezenlijke problemen om te voldoen aan de noden van een hedendaags gezin en drong er zich een herziening van de ruimten op. Uit de analyse van de noden bleek dat er meer dan 100 m² aan het gebouw moest worden toegevoegd, terwijl er niet aan het architecturaal concept geraakt mocht worden. Het is op het dak dat het nieuwe nachtgedeelte het daglicht zal zien. De inkomhal wordt naar boven toe uitgebreid en verbindt voorts de drie behouden ruimten op de begane grond met de ouders- en kindervleugel op de eerste verdieping. De keuze voor het houtskelet als bouwsysteem lag van in het begin al voor de hand. Het lichte gewicht maakte het mogelijk om de constructie te overbelasten, maar ook vooral om het skelet niet bovenop de draagmuren te hoeven plaatsen. De nieuwe muren worden opgetrokken op een netwerk van stalen balken dat op zijn beurt op punctuele schoren gemonteerd is. Hieruit volgt een indeling en een dimensionering die beantwoorden aan de programmatische eisen en een grotere soepelheid in de architecturale vormen.

Het project bestaat uit de toevoeging van twee kamers aan de woning. De uitbreiding wordt op natuurlijke wijze tussen de rijhuizen geïntegreerd om de bouwlijn aaneen te sluiten. De ruimte op de begane grond kan als carport gebruikt worden. Hout is tegenwoordig gekend voor zijn ‘ecologische’ aspecten. Het wordt sinds mensenheugenis gebruikt, maar het zijn vooral zijn fysieke en structurele eigenschappen die op de voorgrond geplaatst worden. Geen beton, staal of andere zware structuurelementen. Het gebruik van hout heeft ons in staat gesteld om elk gebruik van metselwerk te vermijden dat tot bouwverstoringen had kunnen leiden. De structuur wordt rechtstreeks aan de zijmuren vastgeklonken. De opengewerkte buitenbetimmering geeft een lichte en hedendaagse toets aan het nieuwe volume. Het profiel en de afmetingen van de ramen passen bij de aanpalende gebouwen.

Dit project is ontstaan uit de noodzaak om enerzijds extra ruimte te creëren en anderzijds het oude platte dak te vervangen. Een extra uitdaging was de vraag van de bouwheer om de trap ergens anders dan boven de al bestaande traphal te plaatsen.

De voordelen van hout bij optoppen

De eigenaar van de bovenste verdieping, met dakterras, van een appartementsgebouw heeft een loftgevoel gecreëerd door een extra verdieping bovenop zijn appartement te plaatsen. Het nieuwe woonvolume bestaat uit een vuren houtskeletbouw afgewerkt met een ceder gevelbekleding en is om meer dan één reden een interessante oplossing.

Het appartement op de vierde en hoogste verdieping van dit Brusselse gebouw uit de jaren 40 was met een woonkamer en een slaapkamer van eerder bescheiden omvang. De basisakte van het appartementsgebouw voorzag echter in het exclusieve privé-gebruik van de overloop en het dakterras voor de eigenaar van de 4 verdieping, legt architect Nicolas Van Eetvelde uit. De eigenaar heeft hier handig gebruik van gemaakt en d.m.v. een extra volume op het dak zijn leefruimte uitgebreid.


Uitzicht

Het nieuwe volume met een oppervlakte van 45 m2 is polyvalent en omvat een slaapkamer of leefruimte en een douchekamer die verstopt zit in een grote wandkast. Zowel aan de voor- als achterzijde van het gebouw bieden de terrassen een schitterend uitzicht op Brussel. Om hier ten volle van te kunnen genieten werd er zoveel mogelijk glas gebruikt in de voor- en achtergevel. Alleen de technische ruimte en de nachtzone kregen een afgesloten gevel.

Optoppen in hout

De keuze voor hout lag voor de hand: zowel om constructieve redenen (lichtheid van het houtskelet) als esthetische (warme uitstraling).

Steunend op de gemene muren

Het nieuwe volume steunt niet op de dragende binnenmuren omdat hun kwaliteit en hun juiste samenstelling moeilijk in te schatten was, vervolgt de architect. De voorgestelde oplossing bestond erin om langs beide zijden op de gemene muren te steunen en een lichte houtskeletconstructie te bouwen. De structuur bestaat uit 2 metalen dwarsbalken en een houten balklaag. Deze balklaag vormt langs de voorzijde een overkraging boven de uitspringende glaspartij en langs de achterkant een pergola, die tegen oververhitting langs de zuidkant moet beschermen.

Licht, snel, –
Houtskeletbouw is een ideale methode voor optoppen omdat het een lichte structuur is maar ook omdat de bouwknopen gemakkelijk aangepakt kunnen worden. Bovendien is het een snelle methode, de werf was op 6 maanden afgerond. Met een kraan werd al het materiaal op het dak gehesen en ter plaatse gemonteerd.

Open gevelbekleding

De gevels van het nieuwe woonvolume werden afgewerkt met een gevelbekleding in onbehandeld ceder. Door de opengewerkte uitvoering krijgt de gevel een speels en levendig karakter, verklaart de architect. De pergola werd uitgevoerd in meranti en het terras in ipé. Behalve de raamkozijnen in meranti die zwart werden geschilderd om te contrasteren met de gevelbekleding, werd al het hout natuurlijk gelaten.

Info

Ontwerp: Van Eetvelde Architectes, www.vaneetveldearchi.be

Onderaannemer houtskeletbouw: Bati Del sa, www.bati-del.com

Prijs per m2 : 1500 €/m2 excl. BTW

Sporthal in verlijmde meerlaagse houtplaten

Het atheneum Charles Janssens in Elsene beschikt over een moderne sportzaal waarvan de structuur helemaal in hout is. De dakconstructie uit gelijmd gelamelleerde balken is klassiek, de muren daarentegen werden opgetrokken uit verlijmde meerlaagse houtplaten.

Oorspronkelijk hadden de ontwerpers voorzien om te werken met een klassieke structuur van T- en I-balken en multiplexplaten (Kerto). Maar door de afmetingen van de sportzaal kon de fabrikant de platen niet in éen enkele partij leveren. Omdat de algemene aannemer en de de architecten van het bureau R2D2 Architecture niet met platen van verschillende oorspong wilden werken, om esthetische verschillen te vermijden, moesten ze op zoek naar alternatieven.

Alternatieven?

Via gesprekken met een onderaannemer kwamen de architecten op het idee van de verlijmde meerlaagse houtplaten. Deze oplossing bood niet alleen de gewilde garanties op esthetisch vlak maar kon ook zeer snel uitgevoerd worden aan een concurrentiële prijs. De offerte van de onderaannemer was interessanter voor de verlijmde meerlaagse houtplaten met een isolatie langs de buitenzijde in houtwol, verklaart architect Vincent Szpirer. We hadden het volste vertrouwen in de aannemer en hebben ons dat nog niet beklaagd.

Moeilijk toegankelijke werf

De keuze voor hout werd ingegeven door de ligging van de werf: gelegen middenin een huizenblok neemt de nieuwe zaal exact de plaats van een oude speelplaats in en de gevels komen langs de gemene muren. De moeilijke bereikbaarheid van de werf en de plaatsing van grote bouwelementen bepaalden de aanpak. De houtplaten boden heel wat voordelen op het vlak van de montage: makkelijk, snel en precies. Heel de houten structuur werd trouwens d.m.v. een kraan over de huizen heen tot op de werf gehesen.

Houten structuur

De draagmuren en de vloeren werden uitgevoerd in zichtbaar gelaten massieve verlijmde houtplaten in vuren. De dakstructuur bestaat uit gelijmd gelamelleerde liggers in vuren. Het merendeel van de houtplaten is 12 cm dik, 7 meter hoog (volledige hoogte) en 2 meter breed.

Afwerking

De verlijmde meerlaagse houtplaten bestaan in verschillende afwerkingen. Aangezien de ruwe afwerking niet aangewezen was omdat het hout zichtbaar blijft, kozen de architecten voor de tussenafwerking. We hadden in ieder geval voorzien om op het einde van de werf nog te schuren en te vernissen omdat het hout altijd wat te lijden heeft onder de weersomstandigheden tijdens de montage. Gezien het Belgische klimaat is deze aanpak een aanrader voor collega’s die met verlijmde meerlaagse houtplaten aan de slag willen, meent de architect.

Akoestiek

Enkel het ruitpatroon van het dak in gelijmd gelamelleerde balken, in de vorm van dakdozen, dempt de nagalm veroorzaakt door het grote volume hout.

Stabiliteit van de afwerking

Eén van de belangrijkste lessen die de architecten uit dit project geleerd hebben, betreft de kwaliteit van de afwerking. Met dit type platen is de stabiliteit van de afwerking gemakkelijk gegarandeerd, al vraagt dit bijzondere aandacht, besluit de architect.

Info

Architectuur : R2D2 Architecture,

www.r2d2architecture.be

Algemene aanneming: In Advance

Onderaannemer houtstructuur: CC Bois, www.cc-bois.com

Ingenieurs : JZH & Partners, www.jzh.be

Prijs per m2 : 1550€/m2 excl BTW

Foto’s : Georges De Kinder, www.georgesdekinder.com

Dorpsfeestzaal met een zichtbaar gelaten dakstructuur en houten gevelbekleding.

Huis in houtskeletbouw gecombineerd met metselbakstenen, dakbedekking en gevelbedekking in WRC shakes en lorken.

Lage energiewoning

Een uitzonderlijke beurshal … en een dak gemaakt door een geautomatiseerde productielijn voor houtskeletelementen

Het bedrijf Mobic, gespecialiseerd in houtskeletbouw, is erin geslaagd in slechts 4 weken tijd ongeveer 5.000 m2 geïsoleerde dakdooselementen te produceren voor de nieuwe beurshal van Libramont. Deze krachttoer is te danken aan een geautomatiseerde productielijn die binnen het bedrijf zelf werd ontwikkeld. Een gepatenteerde technologie die geschikt is om wereldwijd gecommercialiseerd te worden.

Na lang en tevergeefs zoeken hebben de verantwoordelijken van het bedrijf Mobic, uit Harzé in de provincie Luik, moeten besluiten dat het productieapparaat voor houtskeletonderdelen zoals zij het voor ogen hadden, niet te vinden was. Er bestaan wel horizontale assemblagelijnen maar die beantwoorden niet aan onze verwachtingen met het oog op een de zeer gevariëerde productie die we in gedachten hadden, legt Jean-Philippe Moutschen uit.

Groot aantal productiemogelijkheden

Om te beginnen zijn de meeste machines beperkt tot de productie van muren of dooselementen van ongeveer 15 cm dik, terwijl wij een oplossing voor 30 tot 40 cm zochten. Geen enkel model werkt trouwens verticaal. We hebben dan maar beslist onze eigen geautomatiseerde lijn te ontwikkelen.

Eigen ontwikkeling

Patrick Moutschen, de broer van Jean-Philippe en industrieel ingenieur automatisering, kwam op het idee om de robots die gebruikt worden in de auto-industrie om te bouwen om ze te gebruiken voor het maken van dooselementen voor houtskeletbouw. Op basis van de fabricatieplannen voert een operator de instructies in. Zodra de commando’s opgeslagen en geïnterpreteerd zijn door het informaticasysteem kunnen de gesynchroniseerde robots met de productie starten.

Geautomatiseerde productie van dooselementen

Momenteel bestaat de productielijn uit drie robots. De eerste neemt en plaatst de houtplaten op een handgemaakt kader. Eens de panelen tot op de millimeter juist liggen, begint de tweede robot, die voorzien is van een nagelmagazijn, met de assemblage. De derde robot zorgt vervolgens voor de afwerking met een frees. Aan het einde van de lijn worden de dakdozen meteen geïsoleerd met ingeblazen cellullose. Momenteel wordt nog bekeken hoe deze laatste handeling geïntegreerd kan worden in de geautomatiseerde productielijn, vervolgt Jean-Philippe Moutschen.

Tijds- en productiviteitswinst

Volgens de verantwoordelijken van de KMO laten de machines toe om 4 maal sneller te produceren en het personeel te sparen van moeilijk en repetitief werk. In het geval van de werf van de beurshal in Libramont waren de houtplaten van de dooselementen 9 meter lang. Door de robots werd het personeel lastige handelingen met de grote panelen bespaard. Dankzij deze productieoptimalisatie zijn we erin geslaagd personeel vrij te maken op een moment dat houtskeletbouw in de lift zit, zegt de bedrijfsleider. Anders gezegd, we kunnen nu meer bestellingen aan met hetzelfde personeel.

Libramont

Voor het dak van de nieuwe beurshal werden in een tijdsspanne van 4 weken 520 geïsoleerde dakdozen gemaakt, met een totale oppervlakte van 5020 m2. De snelheid van deze werf heeft de aandacht getrokken van heel wat aannemers. Het bedrijf werd al gecontacteerd door meerdere aannemers, die houten muren moeten maken in bijzondere configuraties, om beroep te doen op de geautomatiseerde lijn. Voor zover de gevraagde hoeveelheden voldoende zijn, is onze lijn snel rendabel. Er worden momenteel trouwens een aantal bestellingen afgewerkt bestemd voor export naar Franse klanten.

Commercialisering

Van zodra de geautomatiseerde band binnen enkele maanden uitgebreid is met het inbrengen van de isolatie zal deze gecommercialiseerd worden door Imax Pro, een zusterbedrijf van Mobic. Het systeem zal meer dan waarschijnlijk voorgesteld worden op de volgende Ligna-beurs. Maar het Luikse bedrijf is niet van plan om te stoppen met ontwikkelen. Er werden al verschillende andere patenten bekomen onder andere voor de fabricatie van sporenkappen met dragende hanebalken voor zolderrruimtes of draagmuren en zelfdragende dakdozen.

In cijfers:

– 520 dakdozen
– 1000 m&sup3: cellulose
– 10000 m2 OSB-platen
– 300 m&sup3: vurenhout voor de gelijmd gelamelleerde elementen

Video van de geautomatiseerde productielijn:

https://www.facebook.com/video/video.php?v=10150713761202776

Info:

Mobic: www.mobicsa.be

Passiefhuis in houtskeletbouw waarin ook voor andere toepassingen hout werd gebruikt (gevelbekleding, beweegbare zonneblinden, …).

Palen-balkenconstructie:
kantoorgebouw met doorgedreven ecologische aanpak

Als studiebureau gespecialiseerd in het optimaliseren van energiegebruik heeft het bedrijf Dapesco al zijn kennis toegepast bij de bouw van zijn nieuwe kantoorgebouw. Het gebouw werd volledig in hout opgetrokken en er werd aan de kleinste details aandacht besteed om het tot een voorbeeldproject te maken.

Door de aard van de activiteiten van de klant lag een ecologische aanpak aan de basis van alle keuzes en beslissingen bij het ontwerp van dit gebouw. En dit zowel op technisch, architecturaal als esthetisch vlak, legt Cathy Van Hemelryck, architect-zaakvoerder van Archiwind, uit.

Hout!

De keuze voor hout was één van de eerste explicite vragen van de bouwheer. Het gebouw is volledig opgetrokken uit hout, niet alleen vanwege het isolerend vermogen maar ook voor de eigenschappen op het vlak van CO2-uitstoot en -stockage. Volgens de audit uitgevoerd, door de verantwoordelijken van Dapesco, werd met het project een CO2-emmissie van 75 ton uitgespaard in vergelijking met een traditionele contructie (dit cijfer werd bekomen door de optie ‘hout’ en ’traditioneel’ te vergelijken, rekening houdend met de CO2-stockage in het hout, nvdr).

Keuze van het bouwsysteem

Van al de wensen die de klant had geuit, was het de vraag naar op termijn moduleerbare ruimtes dat de architect voor het palen-balkensysteem heeft doen kiezen. Dit systeem biedt interessante perspectieven voor de interieurindeling doorheen de tijd. Er werden zowel individuele als landschapsbureau’s voorzien voor een dertigtal medewerkers maar niemand kan de noden van het bedrijf op middellange termijn inschatten. Volgens de architect hebben daarnaast ook de snelle uitvoering van dit, in het atelier geprefabriceerde, systeem en de aanwezigheid van dunne houten binnenwanden doorgewogen bij de keuze voor deze bouwmethode.

Palen-balken

Het palen-balkensysteem is simpel: de gelijmd gelamelleerde onderdelen van de hoofdstructuur zijn in de fabriek voorgefreesd en voorgeboord. De gevels en de puntgevels werden vervolgens toegemaakt met massief hout, wat onmiddellijk ook voor een binnenafwerking in hout zorgt.

Houtsoorten

De structuur en de trappen werden uitgevoerd in vuren, voor de gevelbekleding werd voor lorken gekozen en de raamkozijnen combineren gelijmd gelamelleerd lorken en aluminium. Ondanks de vraag van de gemeente en de aansporing van de architect heeft de bouwheer beslist het hout niet te behandelen. Enerzijds als eerbetoon aan het materiaal en anderzijds om budgetaire redenen.

Dak

Het dak van het gebouw is gebogen om de lichtinval te optimaliseren en verlengd met luifels om het gebouw te beschermen tegen directe zonnestraling in de zomer. De versterkte isolatie van het dak (zelfdragende isolatieplaten Sapisol van 20 cm) en de vloerplaat laat toe het gebouw op temperatuur te houden door de warmteverliezen te beperken. Het dak met een oppervlakte van 120 m2 is bekleed met Derbisolar Flex, een waterdichtingsmembraan met geïntergreerde fotovoltaïsche zonnecellen. De rest van het dak is voorzien van een wit membraan om de temperatuur van het dak te verlagen. Er werden 12 m2 fotovoltaïsche zonnepanelen gemonteerd op een draaisysteem dat de zon volgt. Volgens Dapesco zou de rendementwinst van dit systeem geschat zijn op ongeveer 30%. Tot slot zou nog een mini-windmolen van 5 kw deze gecombineerde opstelling moeten bekronen.

Ventilatie

Voor de ventilatie kozen de ontwerpers voor een Canadese put. De verse buitenlucht loopt door een 40m lange leiding die 2m diep onder de grond ingegraven is alvorens in het gebouw binnen te komen. Deze lucht wordt dus opgewarmd in de winter (omdat de grond warmer is dan de buitenlucht) en afgekoeld in de zomer (omgekeerde principe) voor dat ze in het ventilatiesysteem wordt ingebracht. De ventilatie beschikt ook over een warmtewisselaar die de calorieën van de vervuilde lucht recupereert en de lucht uit de Canadese put opwarmt (proper maar opgewarmd). Tot slot wordt ook de warmte die de servers afgeven, verspreid in het gebouw.

Verlichting

De kantoren worden verlicht met lage-energie neonbuizen die aangesloten zijn op aanwezigheidsdetectors en lichtmeters die toelaten de lichtintensiteit te dimmen als de natuurlijke verlichting volstaat.

Monitoring van het energieverbruik

De volledige installatie wordt gemonitord en bestuurd door een meetsysteem dat de geproduceerde en verbruikte energiestromen registreert om de onregelmatigheden en afwijkingen op te sporen. Dit systeem, één van de pronkstukken van Dapesco, werd al door grote internationale groepen als Accor, Delhaize, Dexia en Ikea gekozen om hun verbruik op te volgen. De meerkost van deze investering bedraagt 10% in vergelijking met een klassieke constructie maar deze is, volgens de verantwoordelijken van het bedrijf, snel terugverdiend door de besparingen op de energiefacturen. Dit systeem anticipeert op een voorstel tot wijziging van de Europese Richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen dat een verplichting beoogt tot het bouwen van positieve-energie gebouwen vanaf 2019.

Info:

Architect : Archiwind, Cathy Van Hemelryck, www.archiwind.be
Houtbouwconstructeur: Stabilame, www.stabilame.be
Bouwheer: Dapesco, www.dapesco.com

College Saint-François d’Assise in Tubize:
een gemengde structuur ingepakt met afzelia

Omdat ze extra klaslokalen nodig hadden, is het college Saint-François d’Assise in Tubize begonnen met een omvangrijk renovatie- en nieuwbouwproject. Dit project stond in het teken van energie-efficiëntie en is opgebouwd rond een gemengde structuur waarbij beton en hout worden samengebracht. De nieuwe vleugel met zijn houten bekleding is niet alleen een modern antwoord op een praktische noodzaak maar ook een mooi visitekaartje.

De werken bestonden uit de afbraak van één van de collegegebouwen en de heropbouw van een nieuwe vleugel volgens het ‘lage-energieprincipe’. Het omvat een ondergrondse verdieping, een gelijkvloers en 3 verdiepingen (waarvan één voorbehouden voor de administratie) en herbergt 14 klassen van 50 m2 met een opvangcapaciteit van 350 leerlingen.

Visitekaartje

Dit gebouw was de gelegenheid om een nieuwe en frisse uitstraling te geven aan de school, zegt de architect Frank Norrenberg van het bureau Trait Architects. De materiaalkeuze voor de gevelbekleding werd hierdoor volledig bepaald. Voor de zware gevels met een risico op vandalisme (gelijkvloers) hebben we blauwe steen met baksteen gecombineerd. Voor de gevels (verdiepingen) waar het risico op vandalisme kleiner is, hadden we een voorkeur voor hout vanwege de lichte en warme uitstaling. Alleen de derde, wat achteruit springende, verdieping werd niet met hout bekleed maar met zink en verwijst op die manier naar het dak.
Langs de straatkant heeft de architect gekozen voor een lijnenspel gevormd door houten latten met tussenruimte om voor een beetje afscherming tegen inkijk te zorgen en een bescherming tegen oververhitting door de zuidelijke oriëntering. De gemengde gevel wordt geritmeerd door vaste houten luiken, die ook voor reliëf zorgen.

Afzelia

Voor de gevelbekleding had de architect kunnen kiezen voor het klassieke ceder maar hij verkoos afzelia. De architect verklaart zijn keuze: afzelia is een houtsoort met een hogere hardheid en dichtheid. Anderzijds verkleurt deze houtsoort ook homogener. Met afzelia komen we niet voor verrassingen te staan en hebben we een garantie op lange termijn op duurzaamheid en schoonheid. Het hout werd alleen brandwerend behandeld (A2), in de autoclaaf met het product Burnstop van Fire-Proof. In tegenstelling tot wat sommigen denken beschadigt of verkleurt deze behandeling het hout niet.

Gemengde structuur

Vanuit technisch oogpunt is een dragende structuur in hout perfect haalbaar. De zeer strenge eisen qua brandveiligheid zijn één van de remmende factoren om voor deze optie te kiezen. In het geval van een schoolgebouw is een gemengde beton/houtstructuur een ideale oplossing. De architect voegt daar aan toe dat ondanks het feit dat de gemengde structuur al haar nut bewezen heeft het nog steeds een nieuwigheid blijkt te zijn voor de klassieke aannemers. Buiten de gebruikelijke bouwschema’s treden blijft een uitdaging.

De voordelen van hout

Het gebouw is dus opgebouwd uit een gemengde structuur van vloerplaten, palen en balken in gewapend beton aan de buitenkant bekleedt met een houtskeletbouw, geïsoleerd met cellullosevlokken. Bij een gemengde aanpak biedt houtskeletbouw meerdere voordelen, vervolgt Frank Norrenberg. Om te beginnen op het vlak van ruimtewinst. De wanden zijn minder dik dan bij andere technieken en geven toch hetzelfde resultaat op het vlak van bijvoorbeeld isolatie. Deze techniek biedt ook een kwaliteitsgarantie voor de luchtdichtheid (makkelijk aan te tonen via ‘blower door’ of thermografische tests). Tot slot bieden de gebruikte materialen een zeer interessante CO2-balans.

Akoestische plafonds

Ook in de klaslokalen zelf is hout aanwezig. Het binnenschrijnwerk is in afzelia, de raamkozijnen zijn langs de binnenkant ook in hout en langs de buitenzijde in aluminium. Akoestisch gezien is het niet de geluidsoverdracht via de vloeren die een probleem kan vormen maar wel de de nagalm. Dit is dan ook de reden waarom de lokalen voorzien werden van akoestische plafonds en fibralith-platen (houtvezel gemengd met kalk).

Lage energie

Om te beantwoorden aan de lage-energie aanpak werd het gebouw uitgerust met drievoudige beglazing en een ventilatiesysteem met dubbele flux die ongeveer 85% van de energie recupereert. Het systeem met wielwisselaar zorgt eveneens voor een goed luchtvochtigheidsniveau voor optimaal comfort in de winter. Op een paar details na had het gebouw aan de passiefnormen kunnen beantwoorden. Het beschikbare budget liet echter niet toe om de enkele noodzakelijke verbeteringen, nodig om het label te halen, aan te brengen.

Info :

Ontwerp: Trait Architects
T : 02/5372131
F : 02/5378172
W : https://www.trait-architects.eu

Studiebureau: MC-carré
W : www.mc-carre.be

Aannemer: CBD
W : www.cbd.be

Prijs per m2: 1200 EUR

Tankstation met winkel en motel in Bastogne: een houten luifel die niet zou misstaan in een meetkundehandboek

Ontwerp een tankstation dat het zonder publiciteitslogo kan stellen en waarvan het uitzicht alleen volstaat om de aandacht te trekken. De opdracht was duidelijk. Het resultaat is dat evenzeer. En helemaal bekleed met hout.

Het oorspronkelijke ontwerp was structureel gezien conventioneler maar de klant wilde een sterkere blikvanger. Anderzijds vroeg stedenbouw om het gebouw als een soort van toegangspoort tot de stad op te vatten. Geïnspireerd door de vorm van het terrein is de architect Jacques Windeshausen, van het bureau Architecture & Aménagement, terug in zijn meetkundeboeken gedoken.

Eigenzinnige vorm

De vorm van de luifel is het resultaat van het naast elkaar plaatsen van twee ‘v’, legt de architect uit. Het snijpunt beschermt het midden van de luifel en leidt als het ware naar de ingang van de winkel. De ‘zijvleugels’ van het dak werden naar buiten toe omhoog gezet om de klanten een open en gastvrij gevoel te geven.

Warm onthaal

Het gebruik van hout was niet opgelegd door de opdrachtgevers maar ze hadden, geïntrigeerd door een tankstation in hout in het Groothertogdom Luxemburg, hun interesse in het materiaal wel laten blijken. Het warme imago van hout paste perfect in hun visie op de inrichting. Het was ook een manier om aan de brandstoffen een meer ecologisch karakter te verlenen.

Originele assemblage

Eenmaal de vorm op papier stond moest de architect alleen nog een manier vinden om het ontwerp op ware grootte uit te voeren. In samenwerking met de firma Lamcol en twee studiebureau’s kon de architect beginnen met het in elkaar passen van de verschillende puzzelstukken. De luifel is opgebouwd uit een metalen ruggengraat en een houten skelet, dat op de centrale kolom bevestigd werd met scharnieren gelijkend op deurscharnieren. De ‘pen’ is eigenlijk een lange onzichtbare plaat. Er is haast geen enkele bout of moer zichtbaar. Deze oplossing laat een relatief gemakkelijke, snelle en onzichtbare montage toe. Het spreekt voor zich dat er zeer veel aandacht besteed werd aan de verbindingen, zegt Marcel Schutz, van de firma TVB. De speciale elementen werden zo bedacht en geprefabriceerd om het afstellen van de scharnieren op de werf mogelijk te maken.

Gelijmd gelamelleerd skelet

De architect heeft lang getwijfeld om voor de secundaire structuur (skelet) een eerder dichte beplanking te kiezen. Hij wilde geen veranda-effect krijgen maar meer een lichtdoorlatende plankenvloer. Dit is de reden waarom bij de uiteindelijke uitvoering meer hout gebruikt werd dan structureel gezien nodig was. Heel de structuur in gelijmd gelamelleerd vuren werd vervolgens bedekt met acrylaatplaten en de punten van de luifel werden bekleed met stalen delen die meteen ook dienst doen als waterspuwers. De regenwaterrecuperatie werd geïntegreerd in de stalen draagstructuur. De structuur in gelijmd gelamelleerde elementen werd behandeld met een kleurloze lazuur.

Hout en staal

In het begin waren de ontwerpers van plan de grote bogen van de ‘ruggengraat’ in hout te maken. Met het oog op torsieproblemen werd dit idee al snel aan de kant geschoven. De ‘grote ribben’ vormen een oversteek van 10,8 m die moest gedragen worden door de ruggengraat. De oplossing in staal was een mooi compromis waarbij stabiliteit en lichtheid verzekerd waren. Staal en hout zijn heel complementair en perfect samen te gebruiken.

Decor

Het gebouw achter het tankstation werd ontworpen als achtergrond als het ware een decor voor de luifel. Oorspronkelijk zou dit gebouw alleen een benedenverdieping tellen voor de commerciële ruimte van 600 m2 maar de stedenbouwkundige dienst vroeg om de gevelbekleding één verdieping hoger te maken voor het visuele effect. Na rijp beraad en een nieuwe marktstudie besloten de eigenaars om op de eerste verdieping een motel in te richten met 8 kamers. Het gelijkvloers is een ’traditionele’ bouw (beton) maar het motel werd volledig opgetrokken in houtskeletbouw en letterlijk bovenop de betonnen basis geplaatst.

Gevelbekleding in douglas

De gevel van de winkel en het motel is afgewerkt met een verticale bekleding in geautoclaveerd douglas wat voor homogeniteit zorgt. De gevelbekleding werd op zijn beurt volledig geprefabriceerd in het atelier, in panelen van 1,2 tot 1,5 m breed. De gevelbekleding verbergt de trap die naar het motel leidt en de buitengalerij die toegang geeft tot de verschillende kamers. Het visuele effect is verrassend omdat men vanaf het tankstation niets vermoedt maar als men uit de kamers komt men een uitzicht heeft over het plein.

Winterse werf

De bouwwerken, die plaatsvonden van november tot februari, vorderden aan een goed ritme. En dit ondanks de slechte weersomstandigheden, verklaart de architect. Dit was zeker niet het geval geweest als we met een ander materiaal dan hout hadden gewerkt.

Info:

Ontwerp: Jacques Windeshausen, Architecture & Aménagement, architecture.amenagement@skynet.be
Houtstructuur: Lamcol, www.lamcol.be
Montage : Techniques & Valorisations du bois (TVB), www.tvb.be

Houten brug over de Our in Auel, voor de RAVEL wandel- en fietsweg van St-Vith naar Burg-Reuland

Passiefhuis in houtskeletbouw

Lage-energiewoning in houtskeletbouw

Huis in massieve houtplaten ‘Holz100’ met een dikte van 20-36 cm, hout afkomstig van bomen gekapt boven 800m

Op het noorden georiënteerde lage-energiewoning in houtskeletbouw

Hal, toonzaal en conciërgewoning in houtskeletbouw

Lage-energiewoning in houtskeletbouw

Moderne villa in lorken

De bouwheer wou een moderne en ecologische woning op een beboste kavel in Rixensart … maar moest wel eerst de stedenbouwkundige dienst zien te overtuigen. Met uitgebreide argumenten over het energiegebruik werd stedenbouw uiteindelijk over de streep getrokken.

Het terrein, wat lager gelegen langs een invalsweg naar Rixensart, was volledig bebost. Hier wilde de bouwheer een moderne, in de omgeving geïntegreerde, villa met een opengewerkte achterzijde.

Oriëntatie van het terrein

Het gebouw in L-vorm werd op het terrein ingeplant rekening houdend met enerzijds de aanwezige bomen, om de meeste opmerkelijke elementen te behouden, en anderzijds de buren, om de inkijk te beperken, legt François Stekke, van het architectenbureau stekke + fraas uit. Door de eerder beperkte grootte van het perceel was er zijdelings weinig ruimte om de inkijk met de buren te beperken. Omdat de klant de achterzijde van de woning sowieso wilde opentrekken naar het achterliggende groen, kon de architect dit probleem omzeilen en bovendien gebruik maken van de zuidgerichte tuin.

Over de indeling van de ruimtes van de nieuwe woning had de bouwheer een zeer duidelijk omlijnd idee: opengewerkte achterzijde, een dubbelhoge ruimte, 4 kamers, een bureau, een dubbelhoge bibliotheek, een garage voor 2 wagens, …

Stedenbouwkundige vergunning

Het grootste probleem bij dit project was het bekomen van de stedenbouwkundige vergunning. De verkavelingsvoorschriften legden namelijk heel wat bepalingen op die niet meteen overeenkwamen met het project dat de bouwheer voor ogen had (zadeldak, dakgoothoogte, -). Nadat de eerste aanvraag tot afwijking op de voorschriften werd afgewezen, heeft de bouwheer de raad van een lokaal verkozene opgevolgd: een tweede dossier indienen dat de nadruk legt op het lage energiepeil van de woning. We hebben niets gewijzigd op architecturaal vlak maar wel een zeer gedetailleerd dossier opgesteld over de lage-energieaspecten, vervolgt de architect. Door het voorgeschreven model met ons project te vergelijken in een doorgedreven energiestudie zijn we erin geslaagd om ‘objectieve argumenten’ aan te brengen die de reële voordelen aantonen. De stedenbouwkundige diensten staan weigerachtig tegenover dit soort vrijstellingen uit schrik precedenten te creëren. Uiteindelijk werd het geduld van de bouwheer, na meer dan een jaar administratief gehakketak, beloond.

Hout, een logische keuze

De keuze voor hout lag niet vooraf vast maar kwam als vanzelf uit de bus omdat het de meest logische aanpak was vanuit milieu-oogpunt. Met uitzondering van de vloerplaat werd de volledige constructie uitgevoerd in houtbouw en geïsoleerd met ingeblazen cellulose (met een dikte van 35 cm voor het dak en 20 cm voor de muren). Dit soort isolatie is niet alleen recycleerbaar maar ook energievriendelijk. Vervuilende producten en materialen werden zoveel mogelijk geweerd.

Gevelbekleding

De houten gevelbekleding, goed voor een totale oppervlakte van 275 m2, werd uitgevoerd in Siberisch lorken. De bekleding zal door de eigenaar met lazuur afgewerkt worden. Deze esthetische keuze bepaalde ook de houtsoort. Omwille van de gewenste afwerking was het niet opportuun om ceder te kiezen, een houtsoort die trouwens ook duurder is. De gevelelementen werden op maat gemaakt. De latten van 6 cm breed en 18 mm dik zijn vastgemaakt met ‘Z-profielen’ die een voeg van 2 mm laten. De gevel werd langs de binnenzijde voorzien van een technische voorzetwand. Deze voorzetwand kreeg op de ‘kritieke’ punten een bijkomende isolatielaag.

Ook voor de trap en de vloer op de bovenverdieping werd Siberisch lorken gebruikt. Het houtskelet en het daktimmerwerk werden uitgevoerd in grenen.

Verschillende aannemers

Omdat met verschillende aannemers gewerkt werd, was een rigoureuze opvolging van de werf noodzakelijk om de verschillende werken op elkaar te laten aansluiten zonder tijd te verliezen. Maar algemeen genomen zijn de werken zeer goed verlopen, vindt François Stekke. De aannemers waren niet aan hun proefstuk toe en beschikten over een goede technische kennis.

Akoestische details

Een van de belangrijkste kopzorgen was de akoestiek van het gebouw. Voor de wanden werd voor een eerder klassieke oplossing gekozen: tussen de stijlen werd rotswol geplaatst en afgedekt met OSB- en Fermacellplaten. In de plankenvloeren werd de ruimte tussen de balken opgevuld met rotswol en afgedekt met OSB-platen. Op de grond werden Pan-terre platen gebruikt. Dit zijn geluidsisolerende platen op basis van twee celluloseproducten: gerecycleerd papier en vlaslemen. Voor het gebruiksgemak op de werf werden gyprocplaten, die lichter zijn dan Fermacellplaten, gebruikt voor de plafonds.

Info
Architecten: stekke + fraas www.stekkeplusfraas.be

Houtbouw: Dessine-moi une maison www.dessinemoi.be

Ruwbouw : Maisium www.maisium.be

Prijs per m2 : 1150 EUR excl.BTW (een aantal afwerkingen, uitgevoerd door de bouwheer, niet meegerekend)

Mathy-by-Bols, kinderkamermeubelair

De creativiteit maakt het verschil

Op een moment dat heel wat meubelfabrikanten uit onze contreien verdwenen zijn, is de kinderkamerspecialist Mathy-by-Bols erin geslaagd om zich aan te passen in een zeer snel wisselende markt. Om het verschil te maken met de grote ketens heeft de KMO uit Mariembourg resoluut ingezet op creativiteit. Een troef die ook meer en meer internationaal uitspeeld wordt.

In tegenstelling tot heel wat bedrijven die ondertussen verdwenen zijn, bestaat deze kinderkamerfabrikant nog geen generaties lang. Het bedrijf werd opgericht in 1987 op een moment dat heel wat traditionele familiebedrijven zich genoodzaakt zagen zware investeringen te doen om bij te blijven. Mathy-by-Bols startte van nul en kon een structuur opzetten die volledig op maat was van de beoogde productie.

Voorturend vernieuwen

Na 3 jaar activiteit verwoestte een brand de installaties. ‘Deze tegenslag was niet makkelijk om te verwerken maar we zijn er bovenop gekomen en we hebben meteen de hele structuur van het bedrijf en onze manier van werken herbekeken,’ legt de bedrijfsleider Jean-Marie Bols uit. Het bedrijf steunde teveel op één enkele persoon en we zijn geëvolueerd naar een organisatie die beter in staat is om op, voornamelijk internationale, kansen in te spelen.

Marktevolutie

De meubelsector is de laatste jaren aanzienlijk geëvolueerd en dan voornamelijk door de globalisering. In de jaren negentig bestond het grootste deel van de productie van het bedrijf uit de klassieke grenen bedden. Deze markt is op een aantal jaren tijd bijna volledig overgenomen door Oost-Europese fabrikanten. Het verdwijnen van deze afzetmarkt en de opkomst van het internetshoppen hebben het landschap volledig hertekend. Ook de verkoop van tweedehands spullen via internet (vb. eBay) heeft de verkoop van kinderkamers doen dalen.

Nichemarkt

In vergelijking met de grote producenten is de grootste handicap van de kleine meubelfabrikant de productiekost. Aangezien ‘goedkoop’ produceren geen optie was, restte de KMO geen andere keuze dan een nichemarkt vinden die nog niet bediend werd door de grote verdelers. Eén van die niches was die van de creatieve producten: designmeubels met een originele toets die zich duidelijk onderscheiden van de klassieke collecties. De creatieve aanpak werd ook doorgetrokken in de verkoop: grote keuze in afwerkingsmogelijkheden, korte levertermijnen, levering aan de particulier (het bedrijf werkt met exclusieve verdelers). Al deze ingrediënten laten toe om weerwerk te bieden aan de ketens en de Aziatische en Oost-Europese producenten.

Derde generatie meubels

De fabrikant is na 25 jaar naar eigen zeggen bezig aan de derde generatie meubels. In het begin was het geverniste bed het topproduct van de collectie. Vervolgens kwamen de ontelbare afwerkingsmogelijkheden en kleuren. Ondertussen worden er naast massieve meubelen ook collecties in MDF en multiplex aangeboden.

Creativiteit

De eerste collecties werden door het bedrijf zelf ontworpen maar tegenwoordig doet de fabrikant beroep op externe designers in zeer uiteenlopen stijlen: David Enthoven (collectie David en ontwerpen op bestelling), François Lamazerolles (Cabane en New Classic), Paule Brochère (Volute), Rudy Kerremans (Victor), Christophe Boulin (bibliotheek Louane). Het bedrijf is zich bewust van het potentieel van originele collecties maar het is niet hun bedoeling ieder jaar een nieuwe lijn uit te brengen. Een bepaalde lijn lange tijd aanbieden is ook een manier om zich te onderscheiden van de ketens. Het hout dat voor de meubels gebruikt wordt is vuren uit de streek van Ciney en uit Scandinavië.

Kansen grijpen

Door de vraag van een klant om een bestaand product aan te passen (‘hutbed’) kwam de meubelfabrikant op het idee om het ontwerp in een outdoorversie aan te bieden, met een eenvoudig montagesysteem met pen-en-gatverbindingen (zonder schroeven) van designer David Enthoven. Om de 3 modellen van de hut Lola bij de verdelers voor te stellen, maakte Mathy-by-Bols maquettes op schaal 1/3. De schaalmodellen, die op prachtige poppenhuizen lijken, hebben niet alleen de verdelers over de streep gehaald maar ook een heel nieuwe markt aangeboord, die van het speelgoed. Dit is niet de hoofdactiviteit van het bedrijf maar de diversifiëring is een bijkomende troef voor de toekomst van de zaak, die zo’n 35 medewerkers telt.

Export

De groei van het bedrijf is voor een groot deel te danken aan de export van hun producten. Al 12 jaar neemt Mathy-by-Bols tweemaal per jaar deel aan de meubelvakbeurs Maison & Objet in Paris. Dankzij de contacten op deze beurzen heeft het bedrijf zijn uitvoer jaar na jaar zien stijgen. Vandaag de dag is de internationale verkoop goed voor meer dan 85 % van de omzet.

Watergedragen lakken

Watergedragen lakken voor binnengebruik staan nog niet zo lang op punt. Vorig jaar heeft het bedrijf dan toch de stap gezet en meer dan 100.000 euro geïnvesteerd in dit type afwerking. Naast een aanpassing van de ateliers (omwille van de langere droogtijd) en een volledige reorganisatie van de interne circulatie, was voor deze techniek een performanter verwarmings- en luchtontvochtigingssysteem nodig.

Info:
Mathy-by-Bols :

www.mathy-by-bols.be

info@mathy-by-bols.be

Reuzenparasol

Na Bilbao en het Guggenheimmuseum (Gehry), Barcelona en de Agbar Toren (Nouvel) heeft nu ook Sevilla met de Metropol Parasol zijn architecturale blikvanger.

Aanvankelijk was er een parkeerterrein voorzien op de Plaza de la Encarnaci&oacute:n maar door belangrijke archeologische vondsten zag het gemeentebestuur zich verplicht om de stedenbouwkundige plannen te herzien. In 2004 won de Berlijnse architect J.Mayer H. de internationale architectuurwedstrijd voor de heraanleg van het plein. Hieruit volgde de realisatie van de ‘Metropol Parasol’, resultaat van een gedurfd uitgangspunt zowel op architecturaal als technisch vlak. De projectmaquette werd trouwens al opgenomen in de collectie van Museum of Modern Art (MoMA) in New York. In dit dichtbevolkte stadsgebied koos J. Mayer H. om met hout te werken, het materiaal dat zijn voorkeur wegdraagt. Door bijna 3 400 elementen te verbinden heeft de architect een speels maar complex weefsel gecreëerd. Om het materiaal te beschermen en het uitzicht te wijzigen werd het afgewerkt met twee lagen polyurethaanvernis.

Metropol Parasol is opgebouwd uit 6 parasollen van ieder 28 meter hoog. De structuur strekt zich uit over een oppervlakte van 11 000 m2 en zal de voorbijgangers ongetwijfeld beschermen tegen de zon in de zomer. De architect Jurgen Mayer H. werkte voor de uitvoering van dit unieke gebouw samen met de firma Finnforest. De geometrische vormen en de zeer grote afmetingen waren een enorme uitdaging voor de montage. Het plein werd bekleed met graniet om het te integreren in de stedelijke context. De vloerbekleding loopt door op de sokkels van de kolommen tot op vier meter hoogte om dan de houtstructuur prijs te geven. Brede trappen nodigen de bezoeker uit om de esplanade te gebruiken en het schaduwspel en het gebouw te ontdekken.

De bezoeker kan kiezen tussen een passerelle die in de structuur loopt ofwel één die er bovenop ligt en zo genieten van een panoramisch zicht op het stadscentrum. Van op afstand en in contrast met het geheel van omliggende huizen trekt de structuur, die 150 op 75 m meet, resoluut de kaart van de lichtheid door de finesse van de bekleding. Deze gigantische parasol die wat weg heeft van een paddestoel moet een dynamisch en hedendaags herkenningspunt worden voor de inwoners van Sevilla.

De structuur omvat:

– ondergronds: een archeologisch museum en tentoonstellingsruimtes

– op de begane grond: marktplein

– op het dak: een restaurant en een promenade met panoramisch zicht op de stad

&ldquo:Metropol Parasol benut het potentieel van de Plaza de la Encarnaci&oacute:n om het nieuwe hedendaagse stadscentrum te worden. Zijn rol als unieke stadsruimte temidden van de middeleeuwse wijken van Sevilla bestaat uit bieden van een grote verscheidenheid aan activiteiten zoals musea, ontspanning en winkels. Deze combinatie draagt bij tot de aan trekpleister voor zowel toeristen als inwoners van Sevilla&rdquo: legt J&uuml:rgen Mayer H. uit.

Materialen

De parasollen werden uitgevoerd in Kerto-Q houtplaten. De platen werden samengesteld tot gevlochten roosters van 1,5 m x 1,5 m. De afmeting van de verschillende dragende elementen werd aangepast aan de reële belasting en is bijgevolg zeer variabel. De dikte van de afgewerkte elementen bedraagt tussen 68 mm en 311 mm. Het meest indrukwekkende van de 3400 houtelementen meet 16,5 m x 3,5 m. Alleen de funderingen en de cilindervormige torens zijn uit beton. De Kerto-platen worden uit vuren gemaakt en kunnen tot 24,5 m meten. De mechanische eigenschappen van vuren maken deze houtsoort uitermate geschikt voor deze toepassing. Om de Kerto-Q platen te beschermen tegen de weersomstandigheden en de grote hitte werden ze behandeld met een waterafstotende maar dampopen polyurethaanvernis.

Het project Metropol Parasol resulteerde in een zeer nauwe samenwerking tussen architecten, stabiliteitsingenieurs, brandveiligheidspecialisten en houtbouwexperten. De voorwaarde voor een efficiënt verloop van de werken was o.a. de uitwisseling van elektronische gegevens (3D-modellen) tussen alle Duitse en Spaanse partners. De gegevens van het architectuurmodel van J.Mayer H. werden rechtstreeks in de berekeningsoftware van de ingenieurs ingevoerd.

&ldquo:Metropol Parasol is een zeer complexe houtstructuur die nieuwe perspectieven opent voor de houtbouwkunde. Het is waarschijnlijk de meest complexe houtstructuur die tot nu toe werd gebouwd. De zeer grote afmetingen en de grote verscheidenheid aan belastingen en geometrische vormen waren een enorme uitdaging voor een houtconstructie en de ingenieurs. Het uiteindelijke resultaat toont aan dat Finnforest de uitdaging samen met zijn klant, de algemene aannemer Sacyr, tot een goed einde heeft kunnen brengen&rdquo: vertelt Mika Kallio, directeur van de afdeling Bouw binnen de groep Finnforest.

De individuele elementen van de ruitstructuur werden tot op de millimeter precies verzaagd en gefreesd met een numeriek aangestuurde machine. Toch werden nog heel wat taken manueel uitgevoerd zoals bijvoorbeeld het boren van 35 000 gaten van 70 centimeter diep voor het verlijmen van de staalstaven die de verbinding vormen tussen de elementen.

Ongeveer 3 400 verschillende onderdelen werden vervaardigd in de componentenfabriek van Finnforest in Aichach, nabij Munchen, in Duitsland. Vandaar werd 2 500 kubieke meter Kerto per vrachtwagen naar Sevilla vervoerd. De onderdelen werden vervolgens door het Spaanse bedrijf Apimosa SL bedekt met een polyuretaanvernis. Metropol Parasol heeft geen dak en is blootgesteld aan de weersomstandigheden en moest dus op een andere manier bechermd worden. De architecten kozen voor een nieuw beschermingssysteem: het, in de autoclaaf voorbehandeld, Kerto-Q werd behandeld met een waterafstotende maar dampopen tweecomponenten polyurethaanvernis van 2-3 mm dik.

De structuursterkte van de Metropol Parasol wordt voornamelijk bepaald door de 3 000 verbindingen tussen de Kerto-Q elementen die het balkenrooster vormen. De ingenieurs van Arup en Finnforest hebben een innovatieve montage ontwikkeld op basis van staalstaven die in het hout verlijmd worden met epoxyharslijm. Rekening houdend met de extreem warme temperaturen in Zuid-Spanje werd de hele assemblage verhit om, zelfs bij hoge temperaturen, een goede hechting van de verbindingselementen te verzekeren. Kerto, dat geproduceerd wordt in de fabrieken van Finnforest in Finland, wordt al decennia succesvol gebruikt in houtbouwconstructies. Kerto-Q, de Kerto-variant met gekruiste fineerlagen, was de enige mogelijkheid in hout omdat het aan twee essentiële voorwaarden van de Metropol Parasol voldoet: met name de dimensiestabiliteit van de elementen en een grote weerstand t.o.v. de constructiekrachten van het project. Het aanbrengen van een polyurethaanvernis en de techniek van de verlijmde en verhitte staalstaven is een nieuwe methode die ongetwijfeld opgenomen zal worden in de lijst met veel gebruikte houtbouwtechnieken .

Metropol Parasol – Het project in cijfers:

– 2 500 m&sup3: Kerto
– 3 400 verschillende elementen
– 700 ton staal met ongeveer 70000 stukken
– Kleinste metalen verbinding 2,88 kg
Capaciteit: 13,1 ton bij druk: 8,54 ton bij trek
– Grootste metalen verbinding 69,13 kg
Capaciteit: 136,3 ton bij druk: 125,1 ton bij trek
– Ongeveer 11000 metalen onderdelen voor de assemblages ter plaatse
– Ongeveer 12000 metalen hoekbalken (schuifspanningherstel)
– Ongeveer 2000 windverbandonderdelen

Tekst op basis van Architectenkrant (nr 255) – december 2011 / januari 2012

Voor meer informatie: www.architectenkrant.be

Notariaat in Beveren

Discrete excellentie

Om het stoffige imago uit vervlogen tijden van zich af te schudden, koos dit notariskantoor uit de streek van Beveren resoluut voor een architecturaal visitekaartje. De nieuwe passiefbouw straalt moderniteit, klantvriendelijkheid en excellentie uit. Troeven die nog eens extra benadrukt worden door een mooie gevelbekleding in thermisch behandeld beuken.

Gezelligheid is waarschijnlijk niet het eerste wat bij u opkomt als u aan een ‘notaris’ denkt. Normaal, want u bent waarschijnlijk nog nooit binnen geweest in dit notariaat in de buurt van Beveren. Het moet gezegd dat de architecten van het bureau EX-IT Architectuur er alles aan gedaan hebben om te breken met het wat grijze imago uit het verleden en de waarden van een modern beroep in de verf willen zetten.

Op vraag van de klant

De klant wilde een ontwerp dat streeft naar maximale efficiëntie en klantvriendelijkheid, legt Iwan Vermeirsch uit. Zijn notariaat moet een discrete excellentie uitstralen. Hij ziet in de architecturale vormgeving een ideale en efficiënte manier om zijn moderne visie op de toekomst van het notarisberoep te ondersteunen.

Symbolische architectuur

Het ontwerp staat in het teken van laagdrempelige publieke dienstverlening. Daarom werd het gebouw letterlijk en figuurlijk open getrokken naar het publiek door op het gelijkvloers de gevel volledig in raampartijen uit voeren.

Eens binnen in het gebouw zorgen de geleidelijk sluitende zijgevels voor een meer geborgen sfeer. Op de eerste verdieping bevindt zich, boven de inkom, een uiterst discrete aktenzaal. Vanuit deze zaal werd een doorkijk voorzien waardoor men als het ware door een bril naar de buitenwereld kijkt.

Werkruimte

Voor de werknemers werd een landschapskantoor ingericht waar ze ongestoord kunnen werken maar waar toch genoeg onderling contact mogelijk is om een aangenaam groepsgevoel te creëren, vervolgt de architect. De kantoren liggen aan de achterzijde van het gebouw met uitzicht over de omgeving en bieden een comfortabel en aangenaam werkklimaat. De achtergevel is pal op het zuiden georiënteerd en door over de hele hoogte ramen te voorzien, maken de architecten gebruik van het invallende zonlicht om het gebouw in de winter te verwarmen. Er werd uiteraard een vaste zonnewering geplaatst om oververhitting in de zomer te vermijden.

Houtuitstraling

De materiaalkeuze voor de gevelbekleding draagt eveneens bij tot de moderne en klantvriendelijke uitstraling van dit notariaat. Het was van het grootste belang om met een milieuvriendelijke oplossing voor de dag te komen, bevestigt Iwan Vermeirsch. De voorbeeldfunctie die de notarissen willen bekleden met hun passiefbouw komt ook in de buitenbekleding van het gebouw tot uiting. Om ecologische en esthetische (kleur) redenen werd de gevelbekleding uitgevoerd in Thermowood. Dit is hout dat thermisch behandeld wordt om de duurzaamheid te verhogen. Dit vormt daarom een goed alternatief voor bedreigde exotische houtsoorten zoals padouk of andere houtsoorten met een hoge duurzaamheid.
De houten gevels werden zwevend aan de betonnen kern opgehangen.

Duurzaamheid van het gebouw

Het is de bedoeling dat de bijzondere vorm van het gebouw de bezoekers prikkelt en stimuleert om na te denken over het gebouw. Uiteindelijk zijn het de eigenaars en bezoekers die bepalen hoe lang een gebouw zal meegaan en hoe duurzaam het is, besluit de architect.

Meer info

Architect: EX-IT Architectuur, Iwan Vermeirsch & Luc Van Leuvenhage, Kloosterstraat 33 te 9120 Beveren (03/755 36 30 &ndash: www.ex-it.be)
Houtleverancier: Brems

Foto’s: EX-IT Architectuur