De creatieve en praktische richtlijnen voor het ontwerp waren eenvoudig: een woning met een bureaugedeelte voor de ontwerper, rekening houdend met de bosrijke omgeving, de oriëntatie van het perceel en de stedenbouwkundige voorschriften. Een eerder klassieke opstelling die toch wat kunstgrepen vereiste om een paar obstakels te omzeilen en ten volle te kunnen genieten van de uitzonderlijke omgeving.
Aangezien het mooiste uitzicht op het bos langs de noord-westkant lag, hebben we gekozen voor grote raampartijen langs deze zijde van het huis, legt Gert Willemen van het ontwerpbureau e-Projecten uit. Langs de zuidkant opteerden we voor een ommuurde tuin met zwemvijver. Ook langs deze zijde werden grote raampartijen voorzien om maximaal te kunnen genieten van het invallende zonlicht in de winter. De oriëntatie van het perceel, minder geschikt door de grote bomen aan de zuidzijde, heeft het ontwerp bepaald.
De architect wilde materialen gebruiken met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk en kwam als vanzelf uit bij hout in heel wat verschillende vormen. Heel het gebouw is opgetrokken uit I-liggers zowel voor de vloeren, wanden als het dak. Het houtskelet werd uitgevoerd in houten FJI-liggers (Finjoist) en KERTO (multiplex) 40 x 300 mm en langs buiten bekleed met houtwolplaten (Celit 3D) van 18 mm dik (thermische isolatie) en langs de binnenzijde met OSB3-platen van 15 en 18 mm (luchtdichtheid). Voor de isolatie van de I-liggers werd ingeblazen papiercellulose gebruikt (Dammstatt).
Door de grote glaspartijen op het gelijkvloers moesten om constructieve redenen een aantal metalen liggers en kolommen gebruikt worden. Hun aantal is echter beperkt gebleven omdat de architect waar mogelijk gelijmd gelamelleerde liggers heeft toegepast.
Hoe vreemd het ook mag klinken, afgaand op de bosrijke omgeving waarin deze mooie villa van 190 m2 (bewoonbare oppervlakte) werd gebouwd, toch stonden de bouwvoorschriften geen volledige houten gevelbekleding toe. Gert Willemen zag zich genoodzaakt om zijn toevlucht te nemen tot een ander materiaal voor een deel van de gevelbekleding. Ik heb uiteindelijk gekozen voor een oplossing met Eternitplaten met betonuitstraling voor het gelijkvloers en een horizontale houten bekleding in Platowood (thermisch behandeld vuren) voor de verdieping. Om oververhitting in de zomer te vermijden, werden twee zonneweringen voorzien: vaste horizontale open oversteken aan de zuidzijde en verticale opendraaiende luiken in Platowood aan de westzijde.
De uitvoering van de ramen illustreert het oog voor detail van de architect. Was het u al opgevallen dat niet alle buitenschrijnwerk zichtbaar is? Om de raamkaders onzichtbaar te maken, werden ze rechtstreeks in de ruwbouw ingebouwd. Wat een simpel idee lijkt, is echter niet zo makkelijk in praktijk uit te voeren. Een van de belangrijkste struikelblokken was het vermijden van vochtproblemen. Zonder te veel in detail te willen treden, wil hij nog kwijt dat de zichtbare raamkaders uitgevoerd werden in gevernist vuren, de onzichtbare in afzelia.
Voor de afwerking binnen viel de keuze op o.a. bamboe. Dit materiaal loopt als het ware als een rode draad doorheen het interieur: vloerbekleding, keuken en – trap. Deze springt onmiddellijk in het oog. De trap werd uitgevoerd in bamboemultiplex. De aan- en optredes worden gevormd door stroken die haaks op elkaar zijn gelijmd en geschroefd. Men loopt dus over de kopse kant van de multiplex. Het was mijn bedoeling om een lichte, zelfdragende trap te maken in één enkel materiaal, besluit de interieurarchitect.
Ontwerp: e-Projecten, Gert Willemen, Kinderwelzijnsstraat 20A te 2920 Kalmthout (03/666 21 61 &ndash: gert@eprojecten.be)
Uitvoering: zelfbouw, in samenwerking met Jan Heymans schrijnwerkerij (schrijnwerk en meubilair)
Prijs per m2: 1500 €/m2 excl. BTW (meubilair inbegrepen), exclusief zwemvijver en tuinberging.
Foto’s : Stefan Jacobs
De beursorganisatoren en het Duitse Beheer van waters en bossen wilden indruk maken en schreven een architectuurwedstrijd uit voor een uitzonderlijke houtconstructie. Van bovenop de heuvel moest de belvedère een uitzonderlijk uitzicht bieden op het park Festungsplateau en de stad. Ondanks de concurrentie van vier Duitse teams haalde het Belgische team, samengesteld uit het architectenbureau Dethier Architectures en het studiebureau Ney & Partners, de opdracht binnen.
Van bij de start van het project hebben de Belgische architecten en ingenieurs intensief samengewerkt om de grote lijnen van het ontwerp uit te zetten. Geïnspireerd door een eerder project met Artbois hadden ze oorspronkelijk een vierkante belvedère in gedachten. De vorm is, om budgetaire redenen, echter vrij snel geëvolueerd naar een driehoek en dus 3 traveeën in plaats van 4.
Binnen ieder deel circuleert de bezoeker in een rechthoekige tunnel opgebouwd uit een vloer, 2 zijwanden in houten ’traliewerk’ en een dak. Heel de structuur rust op Corten-stalen palen in Y-vorm. De vloer, die rust op dwarsliggers die om de 2 m werden opgesteld, stelde geen noemenswaardige problemen. Het houten ’traliewerk’ daarentegen was een enorme uitdaging voor de stabiliteitsingenieurs.
Gezien de aanzienlijke opgelegde belastingen (500 kg/m2) en de windbelasting hadden de ontwerpers met simpele diagonalen kunnen werken. Hoewel robuust is deze oplossing visueel heel massief. Daarom werd ervoor gekozen om de diagonalen te ontdubbelen en de balksecties te verfijnen. In praktijk betekent dit dat er twee traliewerken naast elkaar geplaatst werden zodat de diagonalen elkaar kruisen. Het probleem van knik, onvermijdelijk bij kleinere balksecties, werd opgelost door de elementen onderling te verbinden. Dit was een krachttoer omdat de traliewerken niet parallel lopen, de binnenste korter is dan de buitenste en bovendien niets recht is.
Nog een uitdaging van formaat voor de ingenieurs: de windverbanden. Oefen een kracht uit op één van de zijden van een vierkant en het vervormt tot een ruit. Om geen stijve stalen kaders te moeten gebruiken, hebben de ontwerpers de stijfheid eigen aan de structuurvorm (gesloten structuur) benut. Deze stijfheid wordt verzekerd door de windverbanden die ingewerkt zijn in de vloeren en dakcomplex.
De verbindingen zijn het resultaat van de exemplarische samenwerking tussen het studiebureau en de aannemer. Er werd met overleg gestart van bij de voorbereidende fase om met de mening en oplossingen van de aannemer rekening te kunnen houden in het ontwerp. Er moesten niet minder dan 460 verschillende verbindingen uitgewerkt worden. Het is dankzij het veelvuldige overleg dat bijvoorbeeld het idee van de gebruikte steekbanken ontstond. De aannemer heeft een soort zaagmachine bedacht die pengaten van 1 m diep op 10 mm dikte zonder afwijkingen kan maken.
Rekening houdend met de verplichting om te werken met lokale houtsoorten koos het Belgische team voor douglas en lorken. Alle initiële studies werden uitgevoerd op basis van het gebruik van onbehandeld hout zonder spint, een techniek die, voornamelijk in Frankrijk, vaak toegepast wordt bij bruggen en passerellen. Vanuit deze optiek werden alle voorzorgen genomen om stagnatie van water te vermijden en een goede verluchting van de verbindingen te voorzien. Toch werden, omwille van de kostprijs van de houtsortering en de voorkeur van de bouwheer, alle houtbalken uiteindelijk behandeld. De gelijmd gelamelleerde structuur werd uitgevoerd in douglas en de bekleding van de onderflenzen in lorken.
De uiteindelijke vorm van de belvedère werd ingegeven door het materiaal, vertelt Alexandre Rossignon. Het ontwerp en het resultaat zouden heel anders geweest zijn met een ander materiaal dan hout. En ook veel duurder waarschijnlijk. Omschreven als waanzinning door heel wat toeschouwers, heeft dit project de grenzen van hout verlegd. Wij zijn er ervan overtuigd dat hout zijn plaats verdiend in grote hedendaagse projecten. Wedden dat dit project architecten en industriëlen vertrouwen geeft.
– Structuur : + 350 structuurelementen, allemaal verschillend
– Structuur : + de 460 verbindingen op maat, ongeveer 20.880 pennen en bouten en meer dan 1.400 inkepingen
– Grootste overspanning: 20 m
– Grootste uitkraging: 14 m
– Gewicht: 0.97 T/m alles inbegrepen
– 155 m³: hout waarvan 84 m³: hout voor de structuur
– Kostprijs: 580.000 €
– Prijs per m2 : 1.318 €/m2
Architectenbureau : Dethier Architectures, www.dethier.be
Stabiliteit: Ney & Partners, www.ney.be
Aannemer: Holzbau Mohr
Copyright foto’s 1, 2 en 3 : Landesforsten
Hoewel het uitzicht anders zou kunnen doen vermoeden, is deze villa met 650 m2 bewoonbare oppervlakte een houtbouwrealisatie. De enorme raampartijen en dakoversteken waren mogelijk door het gebruik van massieve meerlaagse houtplaten. Dit is een performant product dat de grenzen van de hedendaagse houtbouw verlegt.
Overtuigd van de technische kwaliteiten van de massieve meerlaagse houtplaten (cross laminated timber, CLT) wenste de bouwheer producten van KLH te gebruiken. Deze panelen zijn opgebouwd uit gekruiste plankjes die onder druk verlijmd worden. Volgens de behoefte kunnen de panelen 3, 5 of 7 lagen bevatten met een dikte variërend van 13 tot 40 mm. De grote voordelen van de gekruiste verlijming zijn de goede maatvastheid en de verbetering van de mechanische prestaties en de stijfheid in vergelijking met niet-samengestelde producten. De belasting wordt m.a.w. niet in één enkele richting opgevangen (zoals bij palen of balken) maar in alle richtingen.
Voor eenzelfde prestatie is de dikte van de panelen beduidend kleiner dan die van andere types producten of materialen wat de bruikbare oppervlakte vergroot. Bovendien laten de mechanische prestaties van deze panelen enorme overkragingen toe wat de architecturale vrijheid dan weer bevordert bij hedendaagse ontwerpen.
Het concept van deze woning is gebaseerd op de creatie van zeer eenvoudige volumes. De architecten wilden een beeld van opeengestapelde dozen oproepen. Dat beeld wordt nog versterkt door het gebruik van massieve meerlaagse houtplaten omdat ze enorme ovesteken en uitkragingen mogelijk maken.
Naast de thermische en mechanische prestaties waren de architecten en de bouwheer zeer tevreden over de montagesnelheid van de structuur. Op drie weken tijd was alles gemonteerd. Het was de eerste maal dat de architect deze houtplaten toepaste en hij wijst op de verschillen in aanpak in vergelijking met een klassieke werf. De snelle uitvoering vereist natuurlijk wel een veel grondigere voorbereiding van de plannen. Iedere vierkante centimeter moet getekend worden en ieder detail moet op uiterst precieze plannen vermeld staan. De architecten hebben ook de productieplannen nagekeken omdat het niet mogelijk is, in tegenstelling tot een traditionele werf, het project te laten evolueren tijdens de werken. Het aanzienlijke werk aan het begin van het project wordt echter ruimschoots goedgemaakt door het gemakkelijke beheer van de plaatsing op de werf.
Het enige nadeel van de CLT-platen is dat ze buiten niet mogen blootgesteld worden aan water. Om esthetische redenen heeft de bouwheer gekozen voor een gevelbekleding in crepi en ook langs de binnenkant werd het hout niet zichtbaar gelaten. Om een continuïteit tussen de buiten- en binnenvolumes te behouden werden de raamkozijnen volledig ingewerkt.
Stabiliteit: Thomas Steuerwald
Aannemer: La maison de demain, www.lamaisondedemain.com
Houtpanelen: iTechn Wood, www.itech-wood.be
Adembenemend dak … in hout
Het nieuwe gerechtsgebouw van Antwerpen, ondertussen enkele jaren oud, is één van die grote projecten die het landschap bepalen. Hoewel het gebouw verrast door zijn groots ogende architectuur is tegelijk geprobeerd de menselijke schaal te respecteren. Dit werd vertaald in een overvloedig gebruik van hout in de publieke ruimtes.
De aandacht wordt onmiddellijk getrokken door het originele dak. Voor de architecten van de tijdelijke vereniging van het Britse Richard Rogers Partnership, het Belgische VK studio en OVE Arup roept het dak beelden op van zeilschepen op de Schelde en wuivende populieren in het Vlaamse landschap. Het is een zeer sterk visueel herkenningspunt en het gebouw vormt als het ware een ingangspoort tot de stad.
Transparentie
Het gebouw moest een afspiegeling zijn van een transparante rechtspraak op mensenmaat. Daarom werd het gebouw zo ontworpen om de inval van natuurlijk daglicht te optimaliseren. Een enorme trap geeft toegang tot een grote centrale lichtovergoten ontvangstruimte (Salle des pas perdus) van waaruit men toegang heeft tot de kantoorvleugels en rechtzalen. De kantoren die niet toegankelijk zijn voor het publiek, liggen het verst verwijderd van de inkomhal en werden uitgerust met geïntegreerde zonneweringen. De 6 grote en 26 kleine zittingszalen bevinden zich op de hoogste verdieping onder de respectievelijke 6 grote en 26 kleine schaaldaken.
Hout voor het publiek
In alle ruimtes in het gerechtsgebouw die toegankelijk zijn voor het publiek werd voor het materiaal hout gekozen om de bezoeker een warm onthaal te bieden. Het type vloerbekleding laat trouwens toe om de private zones van de openbare zones (in hout) te onderscheiden. Alle parketvloeren en trappen, vanaf de ‘ salle des pas perdus’ door de gangen tot aan de zittingszalen werden uitgevoerd in ipé. In de zittingszalen is de houten dakstructuur in vuren zichtbaar gelaten.
Schaaldaken
Het dak van het gerechtsgebouw heeft niet alleen een uitzonderlijke vorm, het is bovendien een echt meesterwerk dat de hele filosofie van het project omvat: innovatie, technisch kunnen en duurzaamheid. Ieder schaaldak bestaat uit 4 houten elementen: twee kleine en twee grote delen, die elkaars spiegelbeeld zijn.
Bouwen in etappes
De bouw van de verschillende geprefabriceerde elementen gebeurde in verschillende stappen. De eerste stap waren de stalen kaders van de schaaldaken, eenmaal gemonteerd werden ze afgewerkt met eerst een brandwerende en vervolgens een decoratieve verflaag.
De tweede stap bestond uit het maken van de houten schaaldaken. Deze zijn het resultaat van een ingenieuze assemblage van een groot aantal vuren plankjes van 25 mm dik op 180 mm breed (7 tot 10 lagen) met behulp van vijzen en lijm om in elkaar vervlochten gelijmd gelamelleerde balken te bekomen in de vorm van een hyperbolische paraboloïden. Dit betekent dat geen enkel element van de schaaldaken vlak is. De dakdelen zijn in totaal samengesteld uit drie lagen lineair gekruist/gevlochten elementen (balken) waarvan de laatste laag zichtbaar blijft langs de binnenkant.
Eenmaal afgewerkt in de ateliers werden de schaaldaken per schip (en vrachtwagen) naar de werf vervoerd om daar op de stalen kaders te worden geplaatst. Ze werden vervolgens bekleed met minerale wol en een waterdichte inox roestvrijstalen bekleding. De staande naden van de inox-platen werden gelast.
Gevlochten balken
De ‘gevlochten’ balken uit gelijmd gelamelleerd vuren waren één van de grote uitdagingen van dit project. Ze werden uitgevoerd door het Duiste bedrijf Merk Holzbau, dat een team van 30 tot 60 mensen ter plaatste had voor de montage.
Richard Rogers Partnership : www.richardrogers.co.uk
VK : www.vkgroup.be
Arup : www.arup.com
Merk Holzbau : www.merk-holzbau.de
Energiezuinig, beperkte CO2-uitstoot, performante isolatie, open naar het zuiden en gesloten naar het noorden: alle elementen zijn aanwezig voor een ‘bioklimatisch’ huis. Dit concept heeft ons echter niet verhinderd om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen (GSV) te respecteren: rechthoekig volume met 2 dakvlakken van 35°, gevelhoogte tot de dakgoot minimaal 4m50, verticale raamopeningen, dakbedekking in antraciettinten, gevelbekleding in lichtgrijze tinten. De enige inbreuk op de de GSV is het gebruik van hout in de gevelbekleding: dit materiaal niet gebruiken leek ons ondenkbaar rekening houdend met het bioklimatisch concept omwille van het CO2-opslagcapaciteit van hout. Bovendien zal de kleur van deze gevelbekleding wonderwel aansluiten bij de nabij gelegen gebouwen omdat het hout na vergrijzing dezelfde grijstint zal hebben als de lokale steen. Daarnaast zorgen een tweede bouwvolume in steen, ingeplant langs de kant van het dorp, en een aangepaste tuinaanleg (hagen, fruitbomen,…) voor de integratie van het gebouw in de omgeving.
Het betreft een nieuwbouw lagere school op een site waar voorheen containerklassen stonden. Een project in het kader van de Open Oproep en in opdracht van het Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Voor de buitenbekleding werd gekozen voor een afwerking met planken in thermisch verduurzaamd grenen. De draagstructuur van het dak en de duplexvloeren bestaat uit gelamelleerde houten liggers. Het concept is zodanig opgevat dat de liggers lopen van voor- naar achtergevel en dat bijgevolg de duplexvloeren per klas kunnen worden aangepast qua vorm en afmeting.
Uitbreiding van een villa
Op en ’top’ houten buitenbekleding
Voor deze uitbreiding werden de platgetreden paden van de traditionele architectuur verlaten en koos de jonge architect ervoor het nieuwe volume volledig, dak incluis, te bekleden met ceder.
Oorspronkelijk hadden de architect en de eigenaars van deze villa, gelegen in de provincie Luik, een uitbreiding op de begane grond in gedachten. Helaas moest dit idee al snel opzij geschoven worden vanwege de stedenbouwkundige voorschriften. Alleen een oplossing met een oversteek, zoals een carport, was toegestaan om de villa te vergroten met een garage, twee kinderkamers, een doucheruimte, een speelkamer en een bureau. De architect heeft zich heel creatief moeten tonen om het project te laten goedkeuren door de bevoegde overheden, de materiaalkeuze was daarentegen veel makkelijker. Hout was een vanzelfsprekende keuze omdat een familielid van de bouwheer in de houtsector werkt. De bouwheer heeft, geconfronteerd met de complexiteit van de uitvoering, wel beroep gedaan op een professionele schrijnwerker.
Inspiratie
Tijdens zijn opleiding ontdekte de architect dankzij een vriend een gelijkaardig project in Duitsland. De houten ‘enveloppe’ werd in dat project horizontaal uitgevoerd. Een oplossing die de architect niet wilde voorschrijven om esthetische problemen met een niet-homogene vergrijzing van de bekleding te vermijden. Hij verkoos dus een verticale uitvoering. De uniforme veroudering van de houten buitenbetimmering is trouwens één van de elementen waar de architect het meest tevreden over is. De werf werd 4 jaar geleden opgeleverd en de gevelbekleding in Western Red Cedar is mooi verouderd en heeft zelfs een lichtoranje schijn behouden.
Weinig traditionele uitbreiding
Bij het zien van het voorontwerp waren de bouwheren wel verrast, geeft de architect toe. Het was allesbehalve een traditionele chalet, de onconventionele aanpak heeft wat uitleg vereist maar de bouwheren waren snel overtuigd. Om toch een zekere continuïteit te behouden met de bestaande woning werd voorgesteld om de gevelbekleding van de uitbreiding ook te gebruiken voor een deel van het bestaande gebouw.
De expertise van de schrijnwerker
Eenmaal het architecturale project en de afmetingen bepaald waren, kon de jonge architect rekenen op de vakkennis van de schrijnwerker om over een aantal keuzes te overleggen en de technische details te verfijnen. De ervaring van de schrijnwerker was van onschatbare waarde, zegt de architect, die nog maar net gestart was. Het overleg met de architect heeft ons toegelaten om heel wat details op te lossen omdat sommige elementen, technisch gezien, zeer moeilijk te tekenen waren, zegt de schrijnwerker.
Groot dakraam
Door het niveauverschil tussen de villa en de aanbouw werd de nok van de uitbreiding verhoogd om op die manier de bewoonbare ruimte te vergroten met een mezzanine, verlicht met een raampartij in het dak. Het driehoelige deel van het daktimmerwerk voor de schuifpui was één van de krachttoeren van dit project, legt de schrijnwerker uit. Andere uitdagingen waren de moeilijk te tekenen aansluitingen, de belasting van het 2m brede raamkozijn op de structuur en de hoeveelheid personeel voor de plaatsing.
Houtskelet
De andere grootste moeilijkheid betrof de vloerstructuur in gelijmd gelammeleerde liggers van de eerste verdieping omdat ze de uitkraging en de volledige belasting moest kunnen opvangen. Voor de assemblage werd beroep gedaan op een ingenieur om de stabiliteit te verzekeren en de skeletbouw stijver te maken. De struktuur telde ongeveer 18 profielen aan de balkuiteindes (23×40 cm) en deze werden allemaal verstevigd met 8 schroeven.
Dubbel dak
Tijdens zijn studies heeft de architect stage gelopen bij een metaalbouwbedrijf gespecialiseerd in industriële hangars. Ervaring die hij goed heeft kunnen gebruiken bij het realiseren van het dubbele dak. Ik heb de principes van het Duitse project aangepast vooral wat betreft de aansluitingen van het dak en de helling van de dakvlakken. Het dak bestaat eigenlijk uit een eerste metalen industriële dakstructuur waarop een lattenstructuur werd aangebracht om de gevelbekleding op te bevestigen (zie details op de illustraties).
Oog voor detail
Er werd zeer veel aandacht besteed aan de afwerking. Op het hellende vlak van het dak was het onmogelijk om in het verlengde van de vertikale gevelbekleding te blijven door de snijhoek. Nochtans merkt niemand dit. De afvoer van het regenwater werd geïntegreerd achter de gevelbekleding. De garagepoort, bijna onzichtbaar voor het achteloze oog, is een ander voorbeeld van de detailafwerking.
Duur van de werken en prijs
De bouwheer heeft de voorbereiding van de werf (afbreken van de garage achteraan) voor zijn rekening genomen. Daarna is de schrijnwerker gestart met de structuur in gelijmd gelamelleerde elementen en de gevelbekleding. Na zes maanden waren de werken voltooid. De uitbreiding heeft iets minder dan 115.000 euro gekost voor een grondoppervlakte van 54 m², 32 m² bewoonbare oppervlakte op de eerste verdieping en 34 m² voor de garage en de carport. Het project werkt inspirerend want de schrijnwerker werd al gevraagd voor een gelijkaardige realisatie. Wordt vervolgd…
Collège du Biéreau in Louvain-la-Neuve
De gebouwen, die een dertigtal jaar geleden werden opgetrokken om het hoofd te bieden aan de snelle bevolkingsgroei in Louvain-la-Neuve, leverden al vlug problemen op met de structuur, het comfort, het beheer, de energiekosten, enz. Gezien de situatie, ging de directie een weddenschap aan over de toekomst door de bouw van een compleet nieuwe kleuterschool en turnzaal met passiefnormen. Een voorbeeld dat navolging zou moeten krijgen.
Begin jaren zeventig werd er geen belang gehecht aan energie en duurzame ontwikkeling. In Louvain-la-Neuve schoten bouwprojecten als paddenstoelen uit de grond omdat men het hoofd moest bieden aan de snelgroeiende bevolking. Het collège du Biéreau was hier geen uitzondering op. Bovenop de stabiliteitsproblemen en de gigantische energiefacturen, werd de school ook nog eens geconfronteerd met vandalisme. Er is inderdaad maar weinig sociale controle op de campus, legt architect Pierre Somers van Trait Architects uit.
Duurzame onderneming
Aanvankelijk wilde de schooldirectie de gebouwen van de kleuterschool renoveren. Aangezien de fundering jammer genoeg niet ideaal was, werd de afbraak onafwendbaar. Het nieuwe project moest een duurzame onderneming worden, gaat de architect verder. Als drijvende kracht achter het project, moesten we de denkoefening uitbreiden naar alle onderdelen van het project: de materiaalkeuze, de constructietechnieken, de energiebezuinigingen op korte en lange termijn, het onderhoud van het gebouw, enz. Toen de passiefstandaard ter sprake kwam, werd de norm een vanzelfsprekendheid, ondanks de beperkte middelen van de schoolinstelling.
Hout, je kunt er niet omheen
Vanaf het ogenblik dat de materiaalkeuze ter sprake komt, zegt Pierre Somers, is hout omwille van zijn talloze voordelen een voor de hand liggende keuze: koolstofput, lage grijze energie, uitvoeringsgemak, enz. Om uiteenlopende redenen, die met name verband houden met de verplichting van een overheidsopdracht, was de architect voorstander van een gemengd bouwprincipe, dat de voordelen van de verschillende materialen combineert: de binnenmuren in snelbouwblokken, de vloerplaat in beton en de schil in met cellulosevlokken geïsoleerde houtskeletbouw.
Klassieke houtskeletbouw
Het houtskelet is betrekkelijk klassiek. Met een dikte van ongeveer 30 cm, bestaan de wanden (van binnen naar buiten) uit een afwerkingslaag, latwerk, een (Intello) dampscherm, L-vormige balken (TJI/FJI), cellulosevlokken, houten buitenpanelen (Cellit), een verluchtingsspouw en een buitenbedekking in bak- of leisteen. Op het (plat) dak varieert de dikte van het skelet tussen 35 en 40 cm.
Grote ramen
Aangezien het gebouw als school dienstdoet, tooien meerdere grote vensters van 4,65 m breed bij 2,90 m hoog de gevels. In plaats van binnen met betonnen zuilen als steunpunten te werken, ging onze voorkeur uit naar rechtstreeks in het houtskelet geplaatste metalen profielen, wijst Pierre Somers aan. Rekening houdend met de beperkte zaagsnede ten opzichte van de dikte van het houtskelet en het isolatiemateriaal, was er geen enkel probleem wat de koudebruggen betreft.
Passief versus school
In tegenstelling tot wat sommigen zouden kunnen denken, biedt het samengaan van de passiefstandaard met de schoolfunctie talrijke voordelen, vertrouwt de architect ons toe:
– Aangezien de bezettingsgraad van een klaslokaal (3 m²/pers.) veel hoger is dan die van een woning (30 m²/pers.), is de interne warmtetoevoer er niet alleen hoger, maar ook constanter;
– De hoge bezettingsdichtheid vereist een regelmatigere luchtverversing (op basis van de norm van 30 m³/u/persoon, behaalt men een verversingsbehoefte van 750 m³/u in een klaslokaal tegenover 150 m³/u/persoon in een woning), wat het rendement en de relevantie van de mechanische dubbelstroomsventilatie doet toenemen;
– Het ventilatiebeheer werkt bovendien een betere luchtkwaliteit in de hand, of het nu het CO²-gehalte of de luchtvochtigheid betreft. Negenennegentig percent van de scholen heeft geen enkele ventilatiebeheersing, vandaar de ontzettend hoge CO²-concentraties (verbaast het u dat kinderen in de klas in slaap vallen?). De GMV (Gecontroleerde Mechanische Ventilatie) helpt voorts de onaangename geuren op de toiletten te voorkomen, wat op scholen een welgekend probleem is;
– De compactheid of de verhouding tussen de nuttige en de verloren oppervlakte is een belangrijke factor om de prestaties van de passiefstandaard te bereiken. Deze factor speelt in het voordeel van grote gebouwen als scholen.
Hoewel het geen specifiek kenmerk van scholen of de passiefstandaard is, blijft de oververhitting een van de knelpunten voor de passiefscholen, voornamelijk wegens de talrijke grote ramen. Verschillende maatregelen zijn evenwel mogelijk zoals dakoverstekken, de plaatsing van buitenscreens of de installatie van een aardwarmtewisselaar die de buitenlucht doeltreffend koelt (tussen 5 en 10 °C) door de ventilatie ’s zomers te voeden.
In het geval van een school, zet de nood aan compactheid vaak aan tot een centrale indeling. De inrichting van klaslokalen aan weerszijden van een gang betekent onvermijdelijk dat een deel van de klaslokalen niet optimaal naar het zuiden gericht is. Wij hebben hier hoekramen voorgesteld om het probleem in minder goed georiënteerde klaslokalen op te lossen. Het gaat om een kleine handicap die we ons, rekening houdend met de eerder aangehaalde voordelen, evenwel kunnen veroorloven, bevestigt Pierre Somers.
Betrokkenheid van de leerkrachten
Vanaf het begin hebben enkele geïnteresseerde leerkrachten deelgenomen aan de besprekingen, de bezoeken aan de passiefwerf en andere werkvergaderingen met de architect. Het project gaat verder dan het bouwproject alleen en is een schoolproject geworden (energie-, afval- en waterbeheer). Zowel de kinderen als de ouders werden bewustgemaakt van de milieu-impact. Bij wijze van voorbeeld blijven de twee deuren van de inkomsluis van de kleuterschool nooit meer tegelijk geopend. Een kleine revolutie op een school …
Budget
Ondanks de beperkte middelen van de school, heeft de directie aangetoond dat het mogelijk was om volgens passiefstandaarden te bouwen mits inachtneming van de financiële normen van de Franstalige gemeenschap. Het gebouw heeft 1280 €/m² exclusief BTW gekost. Volgens ramingen zal deze passief- en milieu-investering over ongeveer 12 jaar terugverdiend zijn.
Meer info:
www.trait-architects.eu
Louise Charlier
Tafel ‘4U’
Na haar studies ‘industrieel ontwerp’ gaat Louise Charlier aan de slag bij Mediane, het communicatie- en ontwerpbedrijf van haar vader. Dit is de start van de uitbreiding van de afdeling industrieel ontwerp van het bedrijf, met onder meer de eerste prijs van de wedstrijd Design-Hout 2010 van Bois & Habitat.
Als starter bij Médiane had Louise een beetje tijd om een project uit te werken voor de designwedstrijd van Bois & Habitat. Omdat ze eigen tafel nodig had, paarde ze het nuttige aan het aangename en ging ze op zoek naar een tijdloos object. Het was niet de bedoeling in te spelen op trends of modegrillen maar wel om een oplossing te vinden die tegemoet komt aan de industriële en logistieke beperkingen. Met andere woorden, geen sprake van drie bomen kappen voor één enkele tafel of een vrachtwagen vullen met maar 10 tafels.
Wedstrijd
Tot haar grote verbazing wint de tafel ‘4U’ de eerste prijs in de Naamse designwedstrijd. Een wedstrijd winnen, opent deuren, geeft Joseph Charlier toe, die eveneens industrieel ontwerper is van opleiding. Men wordt meer au sérieux genomen en dat stelt de fabrikanten gerust maar dat is helaas niet genoeg, het is niet gemakkelijk om een uitgever te vinden. Produceren en commercialiseren zijn heel andere beroepen dan het onze. Na verschillende contacten was het uiteindelijk De Zetel, de laatste Vlaamse fabrikant van houten stoelen, die toestemde om de tafel in het nieuwe horecagamma op te nemen.
4 elementen voor de poten
Het getal 4 in de naam van de tafel verwijst ook naar het aantal elementen die de poten vormen. In het oorspronkelijke concept was de tafel in massief beuken maar om in verschillende prijscategorieën beschikbaar te zijn, zal ze ook aangeboden worden met een blad in multiplex of vezelplaat. De poten zijn voor alle versies in massief beuken.
Eenvoud
De tafel zelf is van een onwaarschijnlijke eenvoud, ook wat de productie betreft. Eenvoud is doorgronde complexiteit, zei Constantin Brancusi. De grootste problemen werden opgelost in de ontwerpfase. Er werd een groot aantal maquettes gemaakt om de diktes, de hoeken en de tussenruimtes te bepalen.
Stoel
De producent heeft aan de vormgeefster gevraagd om ook een stoel te ontwerpen. Een veel complexere opdracht dan een tafel, vertrouwt men ons toe bij Médiane. Langs achter bekeken, vormen de poten en de stijlen van de rugleuning een originele ‘X’. De structuur werd zodanig ontworpen dat de zitting en de rug op verschillende manieren aangekleed kunnen worden. Op die manier kan de fabrikant het model personaliseren volgens de wensen van de klant. Deze suggestie van de ontwerpster werd uiteraard zeer goed onthaald door de fabrikant die op deze manier zijn verdelers verschillende producten kan aanbieden.
Authenticiteit van hout
Waarom met hout werken ? Hout is een duurzaam materiaal in alle betekenissen van het woord. Het wordt mooi oud, laat zich goed onderhouden en leeft. Zelfs als het een stootje krijgt, behoudt het zijn charme in tegenstelling tot heel wat andere materialen. Luc Vincent, artistiek directeur van De Zetel, verwoordt het als volgt hout heeft een authentiek en natuurlijk karakter.
Andere projecten ?
Voor haar eindwerk ontwikkelde Louise Charlier een schuilhut voor wandelaars in gegoten beton met een dak uit lorken. De toeristische sector en de vereniging van campinguitbaters heeft al interesse getoond voor het project. Binnenkort zullen een aantal aanpassingen aangebracht worden om aan de eisen van de sector te voldoen. Er werden ook al stappen ondernomen voor eventuele export. Wordt vervolgd…
Meer informatie :
Médiane
Louise Charlier
Rue Gachard 49
1050 Bruxelles
T : 02 644 14 35
Als architect, begon François Dedeur tijdens zijn vrijetijd aan het ontwerp van massiefhouten meubilair. Een meesterzet aangezien hij met zijn eerste realisatie de eerste prijs van de wedstrijd Houtdesign 2009, georganiseerd in de marge van de beurs Bois & Habitat, in de wacht sleepte.
Omdat hij zin had om zijn oude tafel te vervangen, begon François Dedeur een idee uit te werken dat al lang in zijn gedachten speelde. Een visueel lichte tafel met hedendaagse lijnen, waarvan de poten gedemonteerd konden worden. Elke creatie ontstaat uit eisen en afneembare poten leken me een zinvolle eis, licht François Dedeur toe. Het eindresultaat was op zijn minst origineel.
Lichtheid en stabiliteit
Zijn ‘Josef’ tafel bestaat uit drie elementen: een frame, een ingebed tafelblad en poten die in V-vorm in elkaar passen. De originaliteit van het ontwerp zit vervat in de eenvoud en het vernuft van de assemblage van de tafel omdat geen enkel element vastgeschroefd of gelijmd is. De poten worden eenvoudigweg in het frame gevoegd, maar niet gekantrecht (op de hoeken van de tafel). De ineensluiting draagt ook bij tot de schoonheid van de tafel. Door een technisch handigheidje te gebruiken, heb ik de assemblage van het frame en de assemblage van de poten van elkaar gescheiden. Ondanks de lichte indruk die de tafel uitstraalt, gaat er toch een indrukwekkende stabiliteit vanuit. Hoe harder je immers op de tafel duwt, hoe steviger de assemblage wordt.
Tafelblad
Vermits het tafelblad in het frame ingebed is, blijft de smalle zijde van de planken van het tafelblad onzichtbaar, wat de tafel een homogener uitzicht geeft. De planken zijn samengesteld uit ongelijmde veertjes, waarna een open voeg van hoogstens 1 mm zichtbaar blijft. Klanten die deze open voegen zouden willen voorkomen, kunnen kiezen voor een drielagig paneel van 6 mm, maar hierdoor gaat de natuurlijke charme van massiefhout verloren.
Gedeponeerd model
In het vooruitzicht van de wedstrijd, had de echtgenote van François Dedeur gecontroleerd of zijn assemblagesysteem nog niet gepatenteerd was en stappen ondernomen om zijn model te deponeren. Men kan niet voorzichtig genoeg zijn, steekt zijn echtgenote Fabienne Castagne van wal, wier onderneming Lodjî sinds iets meer dan een jaar de verkoop verzorgt van de tafel en van andere nieuwe creaties.
Massiefhouten meubilair
Binnen het hedendaagse design is de bewerking van massiefhout een moeilijk, maar weinig uitgebaat marktsegment, verklaart de ontwerper. Het is erg moeilijk om een mooi meubel te maken. Doorgaans zijn massiefhouten tafels zwaar en hoekig. Ik wilde het tegendeel bewijzen door op zoek te gaan naar lichtheid en ergonomie. Daarom werden alle hoeken van het frame afgerond. Door het tafelblad in het frame in te passen, heb ik ook met minder dikke planken kunnen werken.
Lokaal hout
‘Als je een wedstrijd wil winnen, gebruik je esdoorn’, wierp een zager aan wie de architect/ontwerper enkele tips had gevraagd hem toe. Ik maak er een erezaak van om enkel lokaal hout te gebruiken, gaat François Dedeur verder. Het eerste model werd uit esdoorn vervaardigd, maar op verzoek van klanten, zagen variaties in beuk, es of eik reeds het daglicht.
Afmetingen
Net als bij de houtsoorten, kunnen de afmetingen op verzoek bepaald worden. De enige beperking is de maximale lengte/breedte van 2,4 meter. Bij grotere afmetingen, wordt het tafelblad te soepel. Een verlengstuk kan optioneel voorgesteld worden. Op onzichtbare wijze kan het frame met behulp van een scharnier onder de tafel dichtgeklapt worden. De kleinere tafelbladen van de verlengstukken zijn niet in de tafel geïntegreerd.
Productie
Een van de basisvoorwaarden van de ontwerper was dat de tafel volledig machinaal bewerkbaar zou zijn. Er kon geen sprake van zijn dat het zaagwerk niet met een machine gedaan kon worden. Een modelstuk werd door een meubelmaker afgewerkt die de productie op verzoek verzekerde. Om de fabricatie te optimaliseren, onderzoekt François Dedeur de mogelijkheid om de tafel in kleine reeksen te produceren. Een van de voordelen van het model is dat de poot, ongeacht de afmetingen van de tafel, telkens identiek blijft.
Andere projecten?
Na verloop van tijd, kon de ontwerper het gedrag van zijn tafel in de tijd bestuderen. Het assemblagesysteem wordt uitgetest en nieuwe ontwerpen staan eraan te komen. Het gamma zou weldra worden uitgebreid met een ‘alledaagse tafel’. Deze tafel zal de vorm krijgen van een reusachtige smeerplank. Een buffetkast in dezelfde stijl als de eerste tafel wordt nog ontwikkeld, terwijl een kapstok binnenkort in productie gaat. Van een salontafel moet tenslotte enkel nog een prototype gemaakt worden. Op onze schaal blijft investeren in prototypes een moeilijke onderneming en een rem op de ontwikkeling, gaat hij verder. Niemand twijfelt er echter nog aan dat we de komende jaren nog over deze ontwerper zullen horen spreken. Wordt vervolgd?
Meer info:
Lodjî
Fabienne Castagne
10 rue Henry Linchet
5020 Flawinne
T. 081 736523
M. 0475 685671
www.lodji.be
info.lodji@skynet.be
Een oude arbeiderswoning, die haast onbewoonbaar was, werd volledig gestript en heropgebouwd. Door de tussenkomst van verschillende vakmensen werd de woning gered door een nieuw omhulsel rond het oude huis te zetten, aan de achterzijde werd het huis uitgebreid en van een grote raampartij voorzien.
Een passieve groepswoning in 100% hout.
Architect Damien Carnoy heeft een, op meer dan één manier, innovatief bouwproject bedacht voor een aantal families die geconfronteerd werden met een schrijnend gebrek aan betaalbare woningen. Het project werd ‘L’Espoir’ (Hoop) gedoopt, het is een passiefgebouw, volledig opgetrokken in hout en heeft een uniek sociaal luik.
Alternatief
Met de hulp van het buurthuis ‘Bonnevie’ in Molenbeek, de vzw CIRE (Coordination et Initiatives pour et avec les Réfugiés et Etrangers) en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn veertien families erin geslaagd een woning aan te kopen voor een bedrag tussen 148.000 en 203.000 EUR. Het project biedt bovendien een maatschappelijke meerwaarde op het vlak van integratie: er wonen ongeveer 75 mensen, waaronder heel wat kinderen, en ze zijn samen goed voor niet minder dan 10 nationaliteiten.
100% hout
De architectuurwedstrijd die het Woningfonds uitschreef bepaalde dat het een passiefgebouw moest zijn met een maximumprijs van 1.200€/m2. Het winnende architectenbureau stelde een volledige houtstructuur voor die toeliet om het vereiste isolatieniveau te halen zonder meerkost t.o.v. een traditionele bouw (ongeveer 1250 EUR/m2). Het project ‘L’Espoir’ is desondanks het eerste gebouw met meerdere woningen over 4 verdiepingen dat 100% uit hout werd opgetrokken en gecertificeerd is als passiefgebouw. De houtskeletbouw werd opgebouwd uit gelijmd gelamelleerde balken (STEICO en KERTO) en vurenbalken. De gevelbekleding werd uitgevoerd in ceder.
Funderingen
De drassige ondergrond heeft de architect gesterkt in zijn keuze voor houtbouw, die per definitie licht is. Door de keuze voor houtbouw konden de kosten voor de funderingen beperkt worden. Het gewicht van de 4 verdiepingen en de ondergrondse parking komt overeen met het gewicht van de uitgegraven grond, een belalsting die 7 keer minder zwaar is dan bij een traditionele constructie. De lichtheid van de constructie vereist dan wel weer bijzondere aandacht voor de windbelasting.
Akoestiek
Het respecteren van de akoestische normen was de grote uitdaging voor dit project. De dragende elementen van de verschillende woningen werden gescheiden en de wanden werden op ‘veren’ geplaatst. Tot slot werd gekozen voor een vloerafwerking met een lage overdracht van contactgeluid (linoleum). De combinatie van deze drie maatregelen zorgde voor een comfortniveau dat nog hoger ligt dan de eisen van de nieuwe norm voor akoestiek NBN S 01-400-1.
Luchtdichtheid
Het gebruik van OSB-platen voor de binnenwanden laat toe gemakkelijke aansluitingen tussen plafond en vloeren te maken en ze hebben bovendien goede eigenschappen op het vlak van luchtdichtheid. De luchtdichtheidstesten (‘blowerdoor’) waren een succes zonder het minste probleem.
Ventilatie
Economisch gezien was een centraal gecontroleerd mechanisch ventilatie voor de 14 woningen de meest interessante optie geweest. Het nadeel hiervan zou de geluidsoverdracht langs de leidingen geweest zijn. Daarom werd gekozen voor een individueel gecontroleerd mechanisch ventilatiesysteem per wooneenheid.
Passiefbouw promoten
‘Door de administratieve rompslomp voor de passiefcertificering en het gebruik van de PHPP-software zien heel wat architecten af van deze bouwmethode’ volgens Damien Carnoy. In het geval van een groepswoning loont het toch de moeite. Om passiefbouw te promoten stelt de architect twee pistes voor. Om te beginnen een soort premie voor de architect, nu kan alleen de eigenaar daar aanspraak op maken. Een tweede voorstel betreft een fiscale maatregel: het BTW-tarief voor passiefbouw naar 6% brengen zoals voor renovaties.
Onderhoud
De werkings- en onderhoudskosten voor het gebouw zijn nog niet gekend omdat het een zeer recent gebouw is. De bewoners hebben een opvolgingssysteem voor hun verbruik ingesteld: iedere maand zorgen een groepje kinderen onder begeleiding van een volwassene voor de meteropneming. ‘Van bij het begin van het project werd er getracht zoveel mogelijk families bij het project te betrekken’ zegt Geert De Pauw, coö:rdinator van groep ‘huisvesting’ in het buurthuis Bonnevie. Ze hadden inspraak in alle belangrijke beslissingen, zoals de keuze voor passiefhuizen. Er werden experts uitgenodigd, er was een werfbezoek en opleidingen. Vandaag de dag zijn de bewoners de beste ambassadeurs voor passiefwoningen. Er wordt momenteel bekeken of de bewoners opleidingen kunnen geven aan nieuwe huurders, aangezien alle sociale woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de toekomst passiefwoningen zullen zijn.
Meer informatie vindt u op
www.bonnevie40.be
https://espoirmolenbeek.blogspot.com
www.carnoy-crayon.be
Marina Bautier
Een succesverhaal in eiken
De jonge Belgische designer Marina Bautier, erkend voor haar houtkennis, is een referentie in de internationale designwereld.Met haar ontwerpen voor Swedese (Zweden), Idée (Japan), Ligne Roset (Frankrijk), Case Furniture (Verenigd Koninkrijk) en Feld (België) is ze erin geslaagd een breed publiek te bekoren met haar handelsmerk: sobere lijnen en functionaliteit.
‘Tijdens mijn studies in Engeland moesten we onze prototypes zelf uitwerken en omdat de school over een groot houtatelier beschikte, heb ik met hout leren werken en leren appreciëren’ zegt Marina Bautier. Hout is relatief gemakkelijk te bewerken zonder al te veel gereedschap. Het zijn de natuurlijke en duurzame eigenschappen van het materiaal die mij aanspreken. En bovendien is ieder stuk anders. Het is daarnaast waarschijnlijk één van de zeldzame materialen die mooier worden met de tijd.
Trouw aan eiken
Op een paar uitzonderingen na zijn al haar ontwerpen in eiken. Deze warme houtsoort die gekenmerkt wordt door een discrete tekening sluit perfect aan bij mijn ontwerpen.
De uitbreiding van deze eengezinswoning werd van bij de start sterk bepaald door de bestaande woning, die 20 jaar geleden door dezelfde bouwheer werd opgetrokken.
In tegenstelling tot het zware, traditionele en weinig energiezuinige gebouw is de uitbreiding een houtskeletbouw waarvan de lichtheid is aangepast aan de ondergrond, met goede isolatie.
De afwerking ligt in de lijn van het eenvoudige en flexibele karakter van de woning en ecologisch interessant.
Het hout, dat in de meest uiteenlopende vormen aanwezig is – massief, in planken, in plaatmateriaal of in gelijmd gelamelleerde elementen – werd zichtbaar gelaten.
een uitbreiding die de verbinding vormt tussen de voormalige garage (nu kamer) en een kleine slecht georiënteerde woning en die nu de centrale leefruimte van de woning is.
De woning Radelet-Walhin ligt in het dorpje Aux Houx op een hoekterrein aan een kruispunt. Het huis is op de tuin gericht door de grote vensters aan de achterzijde en dankzij de goede oriëntering baden de leefruimtes in natuurlijk licht.
De gemeentelijke overheid heeft de plaatsing van een gevelbekleding in behandeld ceder en een volume met een plat dak toegelaten. De houten gevelbekleding laat toe om het gelijkvloers van de verdieping te onderscheiden en het horizontale karakter van de woning te benadrukken. In continuïteit met de buitenbetimmering werd deze ook gebruikt voor het valse plafond van het overdekte terras en aan de ingang.
Op het gelijkvloers bevinden zich de leefruimtes (keuken, eetkamer, woonkamer), een open bureau, een open trap in hout en metaal, een vestiaire, een wc en een bergplaats. Op de verdieping bevinden zich de slaapkamers van de ouders en de 3 kinderen, een badkamer, een douchekamer, een dressing. De woning heeft ook kelders en een carport.
Het gelijkvloers wordt verwarmd met vloerverwarming en het sanitaire water wordt gedeeltelijk verwarmd door zonnepanelen die op het hellende dak geplaatst zijn. De dakstructuur bestaat uit zelfdragende panelen. De ramenkozijnen zijn in aluminium en de ramen op het zuiden bestaan uit vierseizoensglas.
Het project heeft de ambitie om een nieuw landschap te scheppen: een continuïteit tussen de aanwezige vegetatie en de zichtbare typologie en de omgeving.
Het project biedt twee radicaal verschillende zichten. Vanaf de straat lijkt de woning een nieuw landschap. Het terrein werd gewijzigd voor de ingangen en de grond / vloer wordt een groendak.
Aan de tuinkant refereert de woning duidelijk naar de plaatselijke bouwstijl.
De structuur van het huis werd uitgevoerd in massieve meerlaagse houtplaten (KLH-panelen).
Vanuit ecologisch oogpunt werd er veel aandacht besteed aan rationeel energie- en materiaalgebruik.
Door een doorgedreven isolatie en het gebruik van een dubbel ventilatiesysteem in combinatie met een warmtepomp, haalt de woning de normen voor een ‘lage-energiewoning’, de energiebehoeften (verwarming) van de woning zijn geraamd op 42 KWh/(m2a) (Bij een ‘standaardconstructie’ ligt dat rond 120 KWh/(m2a).).
08160 Vendresse (Frankrijk) – 2009
Huis in houtmassiefbouw (systeem Kaufmann)
Burcht Singelberg bestaat uit een kantorencluster palend aan het logistieke park van Katoen Natie in de haven van Antwerpen te Kallo. De logistieke activiteiten strekken zich uit over 260 hectare. De kantorencluster omvat 8300 m2 kantoorruimte en een 400 m2 groot restaurant. In de toekomst kan het complex uitgebreid worden tot een totaaloppervlakte van 22.000m2.
Langs de dijk van de Schelde, met uitzicht op de weidse rivier, hebben Poponcini & Lootens ir. Architecten een masterplan voor dit kantorencomplex ontworpen bestaande uit een conglomeraat van gebouwen, gegroepeerd rond een plein op een sokkel. Het gebouwencomplex heeft een sterke identiteit en uitstraling. Het ontwerp roept het beeld op van een vesting of een burcht.
Centraal op het dek is een café/restaurant gerealiseerd, genaamd ‘Bebronna’. Het bestaat uit een transparant volume met uitzicht op de Schelde. Aanpalend is een uitgebreid terras voorzien.
Voor de beglaasde geveldelen werd een claustra uit massieve houten balken, die horizontaal voor de glasplaten gemonteerd zijn, geplaatst. Deze elementen uit Padouk zorgen voor zonnewering en creëren ook de nodige privacy voor het restaurant.
Voor de dakstructuur werd gekozen voor houten gelamelleerde liggers. Deze vormen tegelijk de draagstructuur, de binnenafwerking en het onderdak. Langs de onderzijde blijven de liggers in het zicht. Als afwerking werd een witte beits gekozen. Aan de bovenzijde wordt isolatie uit PIR en een koperen dakbekleding geplaatst.
Voor de gevel van het buitenterras werd door voormalig stadsdichter Ramsey Nasr een gedicht geconcipieerd dat een relatie aangaat met het gebouw en de omgeving. Het gedicht is op de ruiten geprint door middel van zeefdruk procedure.
Bouw van een lage energiewoning in het centrum van Sant-Vith!
Er werd een tweede leven gegeven aan een oude stal door ze om te vormen tot 2 woongelegenheden.
Het uitzicht van de stal werd behouden in harmonie met de aanpalende bestaande woning, er werden goede energieprestaties bereikt door een houtskeletbouw binnenin de bestaande bakstenen muren te bouwen.
De woning ligt in de rand van Eupen in een wijk met vrijstaande huizen op een hellend terrein dat georiënteerd is op het zuiden. De helling en de oriëntering lieten toe om de vele wensen van de bouwheer uit te voeren en toch rekening te houden met de afmetingen van de omliggende huizen. Het grootste deel van de villa ligt op straathoogte.
Het woongedeelte ligt half ingegraven op het niveau van de tuin en is zoveel mogelijk opengewerkt om het contact met de tuin en de bomen te behouden. Alle dienstenzones liggen in het ingegraven gedeelte aan de noordkant.
Het zwembad ligt in een afzonderlijk volume dat haaks staat op het hoofdgebouw, de grote vensters laten toe om optimaal te genieten van het zonlicht.
Op het gelijkvloers bevinden zich aan de straatkant de garages en de dokterspraktijk en aan de achterkant de vertrekken van de ouders en een wintertuin.
Structuur: palen-balkensysteem en houtskeletbouw.
Isolatie in cellenglas.
Gevel- en dakbedekking in geprepatineerd zink.
Houtbouwsysteem: gestapelde massieve balken
Bouwsysteem: Palen-balken