![]() |
|
Herkomst
Western Red Cedar is de commerciële naam voor de botanische soort Thuya plicata en behoort tot de familie van de Cupressaceae. Ze groeit tussen de 39ste en 57ste breedtegraad, met als belangrijkste groeigebied de Canadese provincie British Columbia. Het verspreidingsgebied heeft noordelijke uitlopers tot in Alaska en zuidelijke tot in Californië. Ook westelijk van de Cascade Mountains groeit Western Red Cedar, in de regenwouden langs de kust tot aan de Rocky Mountains.
De vele oerbossen in dat gebied zijn heel gevarieerd door het gunstige klimaat. Zo vormen ze een belangrijke ecologische reserve. Ze bestaan uit 40% Western Red Cedar en 60% Hemlock.
Uitzicht
In gunstige omstandigheden wordt de Western Red Cedar gemakkelijk 70 meter hoog, met een diameter tot 4 meter op borsthoogte. In minder gunstige omstandigheden reikt hij gemiddeld 25 tot 40 meter hoog, met een diameter van 1,5 tot 2,5 meter. Opvallend is het grote verloop van de diameter. De nuttige stamlengte is ongeveer 25 meter.
De Western Red Cedar wordt heel oud, soms meer dan 1000 jaar. Oude exemplaren hebben vaak zware wortelaanlopen en soms een voos hart.
Kleur en tekening
Western Red Cedar kent talloze kleurvariaties: van licht geelbruin, over rozebruin en zalmkleur tot chololadebruin. Het kernhout is donkerder dan het bijna witte spinthout. De spintzone is niet breder dan 2 à 3 cm.
Lichte en donkere banen wisselen elkaar af en geven een gevarieerde tekening. De kleurverschillen nemen af onder invloed van het licht. Op het kwartierse vlak geeft het kleurcontrast tussen vroeg- en laathout een duidelijke streeptekening. Op dosse zijn dat fraaie vlammen.
De groeiringen van Western Red Cedar zijn meestal fijn, met meerdere ringen per mm. Toch heeft het hout soms ook een grovere structuur met groeiringen tot 5 mm breed.
Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II).
Kwaliteit
Western Red Cedar wordt ingevoerd in diverse kwaliteiten:
Droging
Western Red Cedar droogt gemakkelijk, vooral bij kleine doorsneden, en met weinig risico op vervormingen. Bij een dikte van bijvoorbeeld 30 mm is het aangewezen het hout eerst twee maanden op te latten en in openlucht te drogen, vóór het kunstmatig te drogen. Nog dikker hout heeft een specifiek droogproces nodig. Door het langdurig op te latten en daarna natuurlijk te drogen, voorkomt u collaps en inwendige scheuren.
Bewerking
Western Red Cedar is heel gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Het stof dat daarbij vrijkomt, irriteert soms. Zorg daarom voor een goede afzuiging.
Het vroeghout is zacht. Met scherpe werktuigen en een gematigde druk op het werkvlak vermijdt u dat u het samendrukt, vooral bij het schaven en frezen. Anders kan het hout een ribbelig en onregelmatig oppervlak vertonen.
Het hout is bovendien vrij bros en dreigt af te brokkelen aan de kanten. Zorg daarom voor schone messen en beitels (van machines) zonder bramen.
Bevestigen
Western Red Cedar splijt gemakkelijk. Toch kun je het gemakkelijk nagelen. De inhoudsstoffen van het hout reageren wel met metalen zoals ijzer of messing. Dat zorgt voor corrosie en lelijke strepen. Gebruik daarom roestvrij staal.
Komt regenwater via het cederhout terecht in bijvoorbeeld een dakgoot? Dan is zink en galvaan uit den boze. Met fosfor gedesoxydeerd koper (CuP of SFCu volgens DIN 1778) van minimaal 0,8 mm dikte is dan wel geschikt.
Afwerking en behandeling
Verven of beitsen leveren geen problemen op, als het hout goed gedroogd is. Ook een afwerking met een dekkende verf of transparant middel gaat gemakkelijk. Dan is een behandeling volgens procedé C1 wel aangewezen om verblauwing te vermijden.
Voor buitentoepassingen blijft Western Red Cedar vaak onbehandeld. Het hout heeft dan een zijdeglans en vergrijst natuurlijk tot een mooi zilverkleurig oppervlak. Hout dat naar het noorden is gericht, dreigt te moeten afrekenen met vlekken en algengroei. In gebieden met veel luchtvervuiling verdonkert het hout ook snel en is een afwerking met C2 aangewezen.
Het houtoppervlak is zacht en kwetsbaar. Mede daarom is een afwerkingslaag onmisbaar voor buitenschrijnwerk zoals ramen.
Toepassingen
|
Western Red Cedar |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
370 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,3% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,5% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,7% |
|
Buigsterkte |
54 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
8000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
34 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
5,6 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
3040 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
1470 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
45 mm |
52 mm |
65 mm |
105 mm |
155 mm |
|
Breedte |
105/155/205/255/305 mm |
90 mm |
155/205/255/305 mm |
||
|
Uitzonderlijk zijn ook zwaardere maten zoals 305 x 305 mm of meer beschikbaar. |
|||||
![]() |
|
Herkomst
Afrikaans padoek is de commerciële naam voor de botanische soort Pterocarpus soyauxii Taub., en komt voor in Midden- en West-Afrika. Deze lichtboomsoort komt solitair voor in het altijd groene tropische regenwoud. De wind verspreidt zijn gevleugelde zaadjes. Hij verjongt zich gemakkelijk en natuurlijk. Zijn optimale groeigebied is Gabon en Kameroen.
Uitzicht
De bomen worden zo’n 50 meter hoog – waarvan de eerste 30 meter takkenvrij zijn. De schors scheidt roodachtige stoffen af. De kruin is sterk vertakt. Typisch voor deze boom zijn de zeer smalle (5 à 7 cm) aanloopwortels, die wel tot 6 meter hoog kunnen worden.
Kleur en tekening
Het kernhout van Afrikaans padoek is fraai koraalrood tot paarsbruin. Het wordt dan ook gebruikt als kleurstof in o.a. de textielnijverheid. Zonder afwerking verkleurt het door licht snel tot bruin. Het spinthout heeft een crèmekleur.
De kleur van het kernhout verschilt van locatie tot locatie. In het optimale groeigebied is ze koraalrood met zwarte strepen (Gabon) of homogeen rood in Kameroen. Aan de rand van het groeigebied (Congo, Congo-Brazaville) krijgt het kernhout lelijke witte vlekken. Maar dat verandert niets aan de duurzaamheid of mechanische eigenschappen.
De nerf is matig fijn, en soms komt er kruisdraad voor. Maar meestal heeft het hout een vrij gelijkmatige structuur.
Duurzaamheid
Het kernhout van Afrikaans padoek is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I), het spint niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
De houtpartijen komen shipping dry binnen. Droog het voorzichtig om droogscheuren te voorkomen, maar om vervorming hoeft u zich niet echt zorgen te maken.
Bewerking
U bewerkt Afrikaans padoek gemakkelijk machinaal en met de hand. Ga inspringsel bij schaven van kruisdradig hout tegen met een bewerkingshoek van 20°. Vooral grotere afmetingen zijn splijtbaar. Het houtstof werkt irriterend: organiseer dus goede stofafzuiging. Boor ook best voor.
Afwerking
De uitharding van afwerkingsproducten op basis van alkydharsen geeft soms plaatselijk problemen. Op voorhand ontvetten met alcohol of thinner helpt meestal. Watergedragen producten (acrylaten) kunnen een oplossing bieden.
Afrikaans padoek verkleurt door licht, dus de oppervlakteafwerking moet snel gaan. Los daarvan gaat de afwerking goed: de producten hiervoor worden meestal prima opgenomen.
Toepassingen
| Afrikaans padoek | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 750 kg/m³ | |
| Radiale krimp | van 60-30% r.v. | 0,4% |
| van 90-60% r.v. | 0,3% | |
| Tangentiale krimp | van 60-30% r.v. | 0,5% |
| van 90-60% r.v. | 0,5% | |
| Werken | van 60-30% r.v. | 0,9% |
| van 90-60% r.v. | 0,8% | |
| Buigsterkte | 121 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 13.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 63 N/mm² | |
| Schuifsterkte | 12,2 N/mm² | |
| Hardheid (Janka) – Kops | n.a. | |
| Hardheid (Janka) – Langs | 6.860 N | |
* bij 15% houtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte | 26 mm | 65 mm |
| Vaste breedtes | 80/105/130/155/180/205 mm | 90/130/155/180/205 mm |
| Lengte | 185 cm en langer (vanaf 60 cm bij breedtes van 80 en 105 mm) | |
| Afrikaans padoek met een dikte van 40, 52, 65 of 80 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm (met een percentage van 10 tot 14 cm), en met een lengte van 185 cm en langer. | ||
| Afrikaans padoek is soms ook verkrijgbaar in balken van 155 x 155, 180 x 180 en 205 x 205 mm. | ||
![]() |
|
Herkomst
Het populierengeslacht Populus telt 39 botanische soorten en behoort tot de familie van de Salicaceae. In natuurlijk verband komen populieren vooral voor in de boreale en gematigde streken van het noordelijk halfrond.
West-Europa teelt vijf zuivere populierensoorten, waaronder Populus tremula, Populus nigra en Populus alba. In Noord-Amerika groeien de Populus tremuloïdes, Populus deltoïdes en Populus trichocarpa.
Daarnaast zijn er heel wat gecultiveerde soorten. In 1948 begon het Instituut voor Populierenteelt van de Union Allumettière in Geraardsbergen de veredeling en kruising van populierensoorten te bestuderen. Een doorgedreven selectie leidde tot hybride soorten, die zich door stekken heel gemakkelijk voortplanten. Het zijn die variëteiten die vandaag het beste gedijen in onze streken.
Intraspecifieke kruisingen verhoogden de groeikracht van de hybride populierensoorten, die de zuivere soorten meer een meer verdringen. De klonen eisen vandaag het gros van de productie op.
De belangrijkste hybride soorten zijn:
Groei
Waar vroeger populieren alleen in bevloeide valleien gedijden, groeit de grote variëteit van gekloonde populieren vandaag ook op laag- en hoogvlakten, of aan de voet van hellingen. De bodem moet wel voldoende waterreserves hebben en niet gecompacteerd of verstikkend zijn. Populieren stellen geen grote vruchtbaarheidseisen aan de bodem. Het is een lichtboomsoort die schaduw en onderlinge concurrentie van bomen slecht verdraagt. Bovendien zijn sommige gekloonde populierensoorten vorstgevoelig.
De populier speelt een belangrijke rol voor de valorisering van landbouwgrond of braakland. Zijn groeisnelheid, korte bedrijfstijd, houtkwaliteit en lage exploitatiekosten doen zijn aandeel in de klassieke bosbouw groeien. Populieren zijn bovendien ook landschappelijk belangrijk. Zo doorbreken populierenrijen de monotonie van grote vlakten en vormen ze een natuurlijke ‘windbreker’.
Uitzicht en structuur
Populieren groeien snel en worden soms meer dan 40 meter hoog, met een diameter van meer dan 3 meter. Oude gekloonde exemplaren worden geveld na 40 jaar, de jongste klonen al na 20 jaar. De stam is meestal heel recht en – mits snoeiing – kwastvrij tot op een hoogte van 8 tot 10 meter.
Door de onevenwichtige opbouw van het hout ontwikkelt zich redelijk veel trekhout. Dat heeft nadelige gevolgen: veel groeispanningen, scheuren, vervormingen, wollig houtoppervlak, golven en scheuren in fineervellen. De aanwezigheid van trekhout gaat meestal gepaard met excentrisch gelegen merg in de stam. Sommige klonen bevatten ook veel ‘slapende’ knoppen. Die vormen kleine vlekjes in het oppervlak van fineervellen en maken ze bros. Toch zijn dergelijke vellen om esthetische redenen vaak gegeerd.
Populierenhout heeft een gelijkmatige structuur en meestal een rechte draad. Het is licht en zacht, en heeft een fijne nerf. Bij nieuwe klonen zijn de groeiringen vaak meer dan 2 cm breed. Over heel de breedte van de groeiring zijn veel kleine vaten regelmatig verspreid. Het steunweefsel bestaat uit vezels van 1,5 mm, wat lang is voor een loofhoutsoort. Zij bepalen de stijfheid van de boom. Het hout telt vele fijne stralen, die onzichtbaar zijn voor het blote oog.
Kleur en tekening
Het kernhout is wit tot geelwit en licht glanzend, en het spinthout is er moeilijk van te onderscheiden. Populierenhout heeft vaak een ‘valse kern’: een bruine tot grijsgroene verkleuring met middenin een zwarte adertekening. Bij versgehakt hout is die tekening nog uitgesproken, toch verzacht ze wat bij het drogen. Voor toepassingen waarvoor het uitzicht belangrijk is, vermindert de aanwezigheid van een ‘valse kern’ de waarde aanzienlijk.
Kwaliteit
De Europese norm NBN EN 1316-2 regelt sinds 1997 de kwaliteitssortering van populierenhout. Ze is van toepassing op alle gecommercialiseerde klonen en onderscheidt drie kwaliteitsklassen. De score van het hout voor verschillende criteria zoals de aanwezigheid van gebreken of de stamafmetingen, bepalen in welke klasse het geklasseerd wordt.
Duurzaamheid
Het kern- en spinthout zijn niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V) en zijn gevoelig voor verblauwing.
Droging en vochtgehalte
Hoewel vers populierenhout veel vocht bevat, gaat het drogen in openlucht gemakkelijk. Voor planken van 27 mm zijn twee tot drie maanden meestal voldoende, afhankelijk van het seizoen. Bij kunstmatige droging kan het vochtgehalte van planken van 28 mm in vijf dagen, en van planken van 50 mm in acht dagen tot 8 à 10% worden teruggebracht. Een geleidelijke verhoging van de temperatuur voorkomt daarbij droogscheuren. En een relatief hoge luchtvochtigheid bij het begin van het droogproces voorkomt de verdichting van het houtoppervlak en ‘waterblaasjes’.
Vers populierenhout heeft een kenmerkende, nogal onaangename geur. Toch verdwijnt die volledig bij het drogen.
Bewerking
Populierenhout is meestal gemakkelijk bewerkbaar. Alleen de aanwezigheid van trekhout leidt bij het zagen soms tot wollige houtoppervlakken, wat het zaagblad kan verhitten. Dat kunt u voorkomen met scherpe werktuigen en door de tanden van het bandzaagblad sterker te schranken.
Verlijmen
Populierenhout is goed verlijmbaar. Toch moet u de viscositeit van de lijm afstemmen op het absorptievermogen van het hout. Waterblaasjes bemoeilijken de verlijming soms.
Afwerking
Een mooi oppervlak als resultaat van de schuurmachine is niet evident. Naschuren met de hand is dan ook meestal aangewezen. Verven en vernissen gaat gemakkelijk. Toch moet u de grondlaag eerst mooi gladschuren. Het hout absorbeert de afwerkingsproducten niet altijd gelijkmatig, wat soms kleurschakeringen oplevert.
Bevestigen
Spijkeren, nieten en schroeven van populierenhout vormen geen probleem.
Behandeling
Populierenhout voor daktimmerwerk? Dat moet eerst een verduurzaming volgens procedé A2.1 ondergaan.
Toepassingen
| Populierenhout | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 300 tot 520 kg/m³ | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | 0,6% |
| 90 tot 60% r.v.** | 0,7% | |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,4% |
| 90 tot 60% r.v.** | 1,9% | |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | 2% |
| 90 tot 60% r.v.** | 2,6% | |
| Vochtgehalte stammen | 100 tot >250% | |
| Warmtegeleiding | 0,12 à 0,13 W/mK | |
| Zuurtegraad | 5,8 pH (van de waterige oplossing) | |
| Hardheid (Brinell) | 10-15 MPa | |
| Axiale druksterkte | 29-37 MPa | |
| Statische buigsterkte | 45-76 MPa | |
| Dynamische buigsterkte | 3,8-4,9 Nm/cm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 6500 tot 11.300 N/mm² | |
| Longitudinale schuifsterkte | 5-7 MPa | |
| Treksterkte – evenwijdig met de vezel | 1,8-2,4 MPa | |
| Splijtsterkte | 10-15 N/mm | |
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
Op bestelling is populierenhout verkrijgbaar in talloze standaard- en afwijkende maten.
![]() |
|
Herkomst
Tatajuba is de commerciële naam voor de botanische soorten Bagassa guianensis Aubl. en B. tililaefolia (Desv.) R. Ben, en behoort tot de familie van de Moracea. Het tatajuba in België wordt ingevoerd vanuit Brazilië, maar u vindt het ook in Suriname, Guyana en Frans-Guyana.
Uitzicht
De tatajubaboom wordt 27 tot 30 meter. De stem is mooi recht, cilindrisch en takvrij tot op een hoogte van ongeveer 20 meter. De diameter varieert van 50 tot 100 cm. De bast geeft bij beschadiging een zoete, kleverige latex af.
Kleur en tekening
Het kernhout is fraai goudgeel tot bruin, en wordt donkerder onder invloed van lucht. Het spinthout is geelwit en 3 à 4 centimeter breed. De nerf is matig fijn en meestal kruisdraad. Op kwartier is de tekening lichtjes breed gestreept.
Duurzaamheid
Het kernhout van Tatajuba is (zeer) duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-II), het spint niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Tatajuba droogt langzaam, en heeft neiging tot vervorming en scheuren. Het heeft ook soms last van droogspanningen.
Bewerking
Tatajuba is goed bewerkbaar. Door de kruisdraad gebruikt u het best een spaanhoek van 15-20 graden. U moet altijd voorboren.
Toepassingen
|
Tatajuba |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
800 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,8% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1,3% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,1% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
2,2% |
|
Buigsterkte |
141 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
17.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
79 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
13,3 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
9.530 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
7.700 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
|
Netto geschaafd hout |
||||
|
Dikte |
21 mm |
25 mm |
27 mm |
28 mm |
|
Breedte |
90/120/140/145 mm |
140/145 mm (AD verkrijgbaar) |
||
|
Bruto gezaagd hout |
|
|
Dikte |
65 mm |
|
Breedte |
90/130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer |
|
Kepers |
|
|
Dikte x breedte |
105×105/155×155/180×180/205×205 mm |
|
Lengte |
245 cm en langer |
![]() |
|
Herkomst
Teak is de commerciële naam voor de botanische soort Tectona grandis en behoort tot de familie van de Verbenaceae. Teak groeit in de moessonbossen van India, Laos, Myanmar (het vroegere Birma) en Noord-Thailand.
Andere landen probeerden de boomsoort te introduceren, met wisselend succes. Zo introduceerde Java teak succesvol in de tiende eeuw. In het begin van de 19de eeuw verstevigde teak er zijn aanwezigheid met de aanleg van zuivere opstanden. Teak wordt er gecommercialiseerd onder de naam Djati.
In het begin van de 20ste eeuw plantten ook Afrika, en Centraal- en Zuid-Amerika teak aan. Toch is hun bodem en klimaat teak minder gunstig gezind.
Duurzaamheid
Het kernhout van teak uit de natuurlijke bossen van Myanmar en Indonesië is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I). Dat uit plantages in andere gebieden matig duurzaam, duurzaam tot zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-III).
Kleur
Na het schaven treden kleurverschillen op variërend van bruin, over lichtbruin tot wat oranje. Na blootstelling aan het licht gedurende ongeveer 6 à 8 weken wordt de kleur effen bruin.
Droging en vochtgehalte
Eens luchtdroog neemt teakhout geen water meer op.
Bewerking
Teakhout is heel goed bewerkbaar. Het hout bevat wel kalk. Gebruik daarom hardmetalen werktuigen. Je kunt het gemakkelijk zagen, schaven, frezen en boren.
Afwerking
Onbehandeld vergrijst teakhout natuurlijk. Beitsen kan met alle gangbare merken. Ontvet wel eerst het oppervlak. Met speciale teakolie voorkomt u vergrijzing en geeft u het hout extra glans.
Bevestiging
Spijkers en schroeven dringen gemakkelijk in teakhout. In normale omstandigheden roesten ze bovendien niet.
Toepassingen
|
Teak |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
630-680 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,5% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,6% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,4% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,6% |
|
Buigsterkte |
100 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
10.700 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
58 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
13 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) |
4450 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26/40/52/65/80/105 mm |
|
Vaste breedtes |
105/130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer, soms van 90 tot 180 cm |
|
Ook zaagwerk op maat is mogelijk. |
|
![]() |
|
Herkomst
Tulpenboomhout is de commerciële naam voor de botanische soort Liriodendron tulipifera L.Die naam dankt het aan zijn geelgroene tulpvormige bloemen met oranje strepen. In de VS heet het vaak – misleidend – yellow poplar. Tulpenboomhout behoort tot de familie van de Magnoliaceae en komt uit het Oosten van Noord-Amerika. Dat is het gebied tussen de Atlantische kust in het Oosten (vanaf het Zuiden van Connecticut tot het Noorden van Florida), het Zuiden van Michigan en Mississippi in het Westen. Het optimale groeigebied ligt in het centrum: Tennessee, Kentucky en West-Virginia.
Uitzicht
Dit zijn grote bomen: ze kunnen tot 50 meter hoog worden. De stam is recht en heeft soms een diameter van meer dan 2 meter.
Kleur en tekening
Het kernhout is geelgroen tot bruingroen, en steekt fel af tegen het witachtige spint. De spinthoutzone is smal in oude bomen en heel breed in aangeplante exemplaren. De draad is recht. De nerf heeft een fijne, gelijkmatige structuur. Omdat tulpenboomhout kleurverschillen en vlekvormige verkleuringen heeft, moet het haast altijd worden gekleurd.
Duurzaamheid
Het kernhout van Tulpenboomhout is weinig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse IV), het spint is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Tulpenboomhout wordt gedroogd in de VS en ingevoerd met een houtvochtgehalte van 8 tot 10%. Het is licht, zacht en heeft de neiging om opnieuw vocht op te nemen bij verhoogde luchtvochtigheid. Deskundig gedroogd tulpenboomhout werkt weinig. De gemiddelde volumieke massa bij 12% vochtgehalte is 450 kg/m³.
Bewerking, afwerking en verlijming
Bewerken, afwerken, kleuren, lijmen en bevestigen van tulpenboomhout gaan gemakkelijk.
Toepassingen
|
Tulpenboomhout |
|
|
Buigsterkte |
63 N/mm² |
|
Elasticiteitsmodulus |
10.300 N/mm² |
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
36 N/mm² |
|
Schuifsterkte |
7,6 N/mm² |
|
Hardheid (Janka) – Kops |
2.490 N |
|
Hardheid (Janka) – Langs |
2.000 N |
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
32 mm |
40 mm |
52 mm |
65 mm |
|
Breedtes |
Gevierschaafd 10 cm en breder |
Gevierschaafd 10 cm en breder |
Gevierschaafd 10 cm en breder |
Gevierschaafd 10 cm en breder |
Gevierschaafd 10 cm en breder |
|
Lengte |
245 cm en langer, met max. 5% 185 cm en meer toegelaten |
||||
![]() |
|
Herkomst
Vurenhout is het hout van de fijnspar. Dat is de commerciële naam voor de botanische soorten Picea abies of Picea excelsa, die behoort tot de familie van de Pinaceae. België commercialiseert zowel inlands als ingevoerd vurenhout uit Zweden, Finland, Rusland, Polen, Tsjechië en de Baltische staten.
Fijnspar is geen den
In het dagelijkse taalgebruik wordt de fijnspar vaak verward met de den (Pinus sylvestris). Dat wordt nog in de hand gewerkt door de vaak gebruikte benaming Abies – zoals die van het dennengeslacht. En door de benaming ‘Witte Noordse Den’ waarmee Zweden, Finland en Rusland de fijnspar uitvoeren. In de Jurastreek staat de fijnspar bekend als faux sapin (valse dennen) en in de Vogezen als gentil sapin.
Kwaliteit
Vurenhout sorteren volgens de kwaliteit kan op twee manieren:
De sortering naar uitzicht is louter beschrijvend en vermeldt niets over de toepassing van het hout. Ingevoerd gezaagd hout wordt gesorteerd naar uitzicht. Afhankelijk van de herkomst gelden verschillende sorteringregels.
Vurenhout uit Zweden en Finland
Hiervoor volgt België ‘Noords hout: sorteringsregels voor gezaagd grenen en vuren’, ook bekend als ‘het Scandinavische groene boekje’. Dat onderscheidt zes kwaliteitsklassen (van I tot VI). ‘Ongesorteerd hout’ groepeert de klassen I, II, III en IV.
Daarnaast gebruiken Zweden en Finland ook de kwaliteitsaanduiding saw falling. Daarbij bestaat het hout uit een deel ‘ongesorteerd hout’, een deel zaaghout van klasse V en een tot 20% beperkt deel zaaghout van klasse VI.
Vurenhout uit Rusland
De Russen onderscheiden vijf kwaliteitsklassen. ‘Ongesorteerd hout’ groepeert er de klassen I, II en III. Hun vierde klasse stemt overeen met de saw falling-kwaliteit van de Scandinavische landen, hun vijfde met de zesde kwaliteit van de Scandinavische landen.
Vurenhout uit de Baltische staten, Polen en Tsjechië
De Balten, Polen en Tsjechen voeren saw falling-kwaliteit uit die dicht bij die uit de Scandinavische landen ligt.
Ook Europa legde de kwaliteit van vurenhout vast in de norm EN1611-1. Die wijkt grondig af het Scandinavische systeem, dat nochtans stevig in de houtwereld is verankerd.
Hiervoor hanteert België STS 04. Die methode legt een verband tussen het aandeel kwasten op het dwarsvlak (KAR, Knot Area Ratio) en de mechanische eigenschappen van het hout. Ze onderscheidt vier klassen: S4, S6, S8 en S10.
NBN EN 14081 is vanaf 01/09/2009 de referentie voor de CE-markering van constructiehout.
Kleur en tekening
Vurenhout is heel lichtkleurig, witachtig tot crèmekleurig. Bij fijnsparren uit bergstreken is het glanzend en soms zelfs paarlemoerachtig. Kern- en spinthout zijn niet te onderscheiden. De ronde en homogeen brede groeiringen dan weer wel. Waar de banen donkerder rood kleuren, wijst dat op de aanwezigheid van drukhout.
De nerf is fijn bij het traag groeiende hout uit het Noorden of uit bergstreken, en grover bij snelgroeiend hout uit de vlakten. Vurenhout heeft een heel rechte draad. Vurenhout heeft fijne, nog net met het blote oog waarneembare harsgangen.
Op het kwartierse vlak geven de kleine houtstralen een lichte, onopvallende tekening.
Duurzaamheid
Vurenhout is laag duurzaam (duurzaamheidklasse 4) en gevoelig voor blauwschimmel, vervuring, houtrot en aantasting door insecten, vooral de huisboktor. Het hout laat zich moeilijk impregneren. Zo dringt vocht heel moeilijk door in de houtstructuur, wat de kans op aantasting door zwammen verlaagt.
Droging en vochtgehalte
Vurenhout droogt snel en gemakkelijk. Drogen bij een temperatuur hoger dan 70 °C voorkomt harsuitvloei. Om blauwschimmel en vervuring te vermijden, is het aangewezen vers gezaagd hout snel op te latten. Dat maakt een goede oppervlaktedroging mogelijk.
Bewerking
Vurenhout is gemakkelijk bewerkbaar. Toch kan het scheuren bij schuine draad of dicht bij kwasten. Bij het frezen doet de hardheid van de kwasten soms splinters wegslingeren. Door de kwasten vooraf te stomen, wordt het hout gemakkelijker bewerkbaar.
Ondanks het soms wat ruwe oppervlak, is vurenhout gemakkelijk verzaagbaar. Het is ook geschikt voor snij- en schilfineer.
Verlijmen
Vurenhout is gemakkelijk verlijmbaar.
Bevestigen
Vurenhout splijt gemakkelijk bij het nagelen of schroeven.
Gebruik schroeven met een langere schroefdraad en grotere diameter.
Afwerking
De afwerking van vurenhout is goed, als het voldoende gedroogd is (tot een vochtgehalte van minder dan 15%).
Wilt u vurenhout gebruiken voor buitentoepassingen? Dan moet u het hout impregneren in de diepte, wat heel moeilijk is – zelfs in autoclaaf onder vacuüm of druk.
Voor constructiehout moet het hout vooraf worden verduurzaamd volgens procedé A2.1.
Toepassingen
Vurenhout in verschillende kwaliteiten wordt gebruikt voor talloze toepassingen:
| Vurenhout | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 450 kg/m³ (420 kg/m³ bij Belgisch vurenhout) | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | 0,8% |
| 90 tot 60% r.v.** | 0,9% | |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,5% |
| 90 tot 60% r.v.** | 2% | |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | 2,3% |
| 90 tot 60% r.v.** | 2,9% | |
| Buigsterkte | 71 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 10.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 45 N/mm² | |
| Schuifsterkte | 6,5 N/mm² | |
| Hardheid (Janka) – Kops | 2650 N | |
| Hardheid (Janka) – Langs | 1570 N | |
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Friezen (strips) | |
| Dikte | 19/22/25/32/38/50/63/75 mm |
| Breedte | 75/100/125/150/175/200/225 mm |
| Inlands vurenhout is op bestelling in talloze afwijkende afmetingen verkrijgbaar. | |
![]() |
|
Herkomst
Purperhart of Purpleheart is de commerciële naam voor de botanische soort Peltogyne spp., Peltogyne venosa (M. Vahl) Benth, Peltogyne confertiflora (Hayne) Benth, Peltogyne paniculata Benth., Peltogyne spp. Ze behoort tot de familie van de Leguminosae en komt uit de tropische bossen van Zuid- en Midden-Amerika.
Uitzicht
De boom wordt 35 tot 45 meter hoog. De stamdiameter is vrij beperkt: hij varieert van 40 tot 70 centimeter, met zeldzame exemplaren tot 100 centimeter. De takkenvrije, rechte, cilindrische stam is tussen de 5 en 20 meter lang. De wortelaanlopen kunnen tot 3,5 meter hoog zijn.
Kleur en tekening
Het versgezaagde kernhout heeft een vaalbruine kleur, maar onder invloed van licht evolueert dat snel naar paarsblauw. Met een degelijke afwerking blijft die kleur, onbewerkt evolueert ze binnen naar bruin, buiten naar zilvergrijs. De nerf is matig grof tot fijn. De draad kan recht, golvend of warrig zijn, en ook kruisdraad komt voor.
Duurzaamheid
Het kernhout van Purperhart is matig duurzaam tot duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II-III). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Purperhart droogt langzaam, met weinig neiging tot vervormen of scheuren.
Bewerking
Purperhart laat zich goed draaien en steken. Is het rechtdradig? Dan laat het zich ook mooi glad bewerken. Door zijn hoge volumieke massa is aangepast snijgereedschap wel nodig.
Afwerking
De afwerking verloopt goed. Wilt u de paarsblauwe kleur zo goed mogelijk behouden? Sluit het hout dan, onmiddellijk na de verwerking, goed van de lucht af met een degelijke afwerking. Een behandeling met (citroen)zuur haalt die kleur weer op als ze verminderd is.
Toepassingen
|
Purperhart |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
850 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
90 tot 60% r.v.** |
1,1% |
|
Tangentiële krimp |
90 tot 60% r.v.** |
1,8% |
|
Buigsterkte |
142 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
16.880 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
77 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
17 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
12.450 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
11.400 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 12 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
40 mm |
52 mm |
65 mm |
|
Vaste breedtes |
80*/105/130/155/180/205 mm |
230/255 mm |
230/255 mm |
90/130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
|||
|
Voor bij te schaven terrasplanken wordt ook Purperhart ingevoerd met een dikte van 32 mm, een breedte van 15,5 cm en een lengte van 305 cm en langer (met 15 à 20% van 185 cm en langer). |
||||
|
Er wordt ook Purperhart ingevoerd met een dikte van 40, 52 of 65 mm in vallende breedtes van 15,5 cm en breder (met 10 à 15% van 10 tot 14 cm), en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||||
|
Daarnaast wordt Purperhart ook ingevoerd met een dikte van 40 of 52 mm in vallende breedtes van 20 cm en breder (met 10 à 15% van 10 tot 22 cm), en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||||
Purperhart met een breedte van 80 mm is verkrijgbaar in lengtes van 60 cm en langer.
![]() |
|
Herkomst
Okan is de commerciële naam voor Cylicodiscus gabunensis Hars, en behoort tot de familie van de Leguminosae. Het komt voor in de tropische bossen van West-Afrika. In België wordt het ingevoerd vanuit Gabon, Kameroen, Ghana en Ivoorkust.
Uitzicht
De boom wordt tussen de 40 en de 60 meter hoog. De rechte, cilindrische stam is takvrij tot 20 à 30 meter en heeft een diameter tussen 90 en 300 cm.
Kleur en tekening
Het kernhout van okan is fraai geel tot goudbruin, met een olijfgroene tint. Onder invloed van licht wordt het roodbruin, en soms koperkleurig. Het spinthout is lichtroze en scherp afgelijnd van het kernhout. De nerf is matig grof, de draad vaak kruisdradig.
Duurzaamheid
Het kernhout van okan is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I), het spint niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Okan heeft neiging tot splijten en scheuren, en moet u dus langzaam drogen. Het vervormt zelden. Bescherm de kopse kanten en voorkom zo eindscheuren.
Bewerking
Okan heeft een hoge densiteit en wisselend draadverloop. Toch laat het zich met aangepast snijgereedschap onder een snijhoek van 10° glad bewerken. Het laat zich goed draaien. Maar vergeet niet voor te boren!
Afwerking
De oppervlakafwerking van Okan verloopt goed.
Toepassingen
|
Okan |
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
950 kg/m³ |
|
Buigsterkte |
133 N/mm² |
|
Elasticiteitsmodulus |
17.000 N/mm² |
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
82 N/mm² |
|
Schuifsterkte |
20 N/mm² |
|
Hardheid (Janka) – Kops |
n.a. |
|
Hardheid (Janka) – Langs |
12.300 N |
* bij 12% houtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
U kunt alle afmetingen bestellen. Voorbeelden?
| 27 x 155/180 mm |
|
34 x 155/180 mm |
|
41 x 155/180/205 mm |
|
54 x 155/180/205 mm |
|
65 x 90/155/180 mm |
|
130 x 130 mm |
|
155 x 155 mm |
|
180 x 180 mm |
|
205 x 205 mm |
Allemaal in lengtes van 215 cm en meer.
![]() |
In deze tekst wordt het onderscheid tussen Oregon Pine en Europese douglas alleen gemaakt als dat nodig is. Zo niet, gebruikt de tekst de benaming Oregon Pine. |
Herkomst
Oregon Pine of Europese douglas zijn de commerciële namen voor de botanische soort Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco. De Namenlijst der voornaamste in België gebruikte houtsoorten (NBN 199) maakt een onderscheid tussen de uit Noord-Amerika ingevoerde Oregon pine (nr. 416) en de Europese douglas (nr. 108). Toch gaat het om eenzelfde botanische soort.
Oregon Pine
Het groeigebied van Oregon pine ligt verspreid over Noord-Amerika:
Europese douglas
Rond 1830 voerden Groot-Brittannië en later ook Duitsland de douglasspar in als parkboom. Pas in het begin van de 20ste eeuw werden de eerste bosbestanden aangeplant. Na WOII veroorzaakt zijn economische waarde de echte doorbraak.
Vandaag groeit driekwart van de Europese douglassparren in Frankrijk en Duitsland. Toch verspreidt het groeigebied zich ook over Groot-Brittannië, Spanje, België, Nederland, Italië en Ierland.
Groei
In natuurlijk verband groeit de Oregon pine in gemengde naaldhoutbossen. Het is een pioniersboom en zijn zaailingen gedijen goed op braakliggende gronden. Toch groeit hij niet in de schaduw van andere bomen, die hem op termijn dan ook verdringen. Daarom haalt het gros van de bomen hun natuurlijke verjonging niet. De soort leeft vooral op na bosbranden.
Het hout uit primaire bossen heeft een fijnere draad en minder kwasten dan het hout uit cultuurbossen. De Europese douglas heeft een groot aanpassingsvermogen en is de belangrijkste houtsoort voor herbebossingen.
Kleur en tekening
Het kernhout is zalmkleurig tot roodachtig bruin, en verkleurt in roodtinten onder invloed van het licht. Het spinthout is roomkleurig wit tot geel.
Het hout gaat abrupt over van vroeg- naar laathout. Dat is goed te zien aan de groeiringen. Op het radiale vlak veroorzaakt dat strepen op het kopse ringen. Op het tangentiële vlak zorgen kleurverschillen voor een fraaie vlammentekening.
Het hout heeft meestal een rechte draad en een grove nerf, vooral bij bomen van de tweede generatie. Op het kwartierse vlak heeft het een vrij fijne structuur met kleine, maar goed zichtbare houtstralen.
Oregon pine of Europese douglas bevat weinig harsgangen, maar wel veel harszakken. Bij versgezaagd hout levert dat een typische citroengeur op, die verdwijnt bij het drogen.
Densiteit
Oregon pine is een matig zware houtsoort. Toch is het een van de hardste naaldhoutsoorten, met een goede buigweerstand. In tegenstelling tot de meeste andere naaldhoutsoorten, verminderen de sterkte en de textuur van het hout niet door de verbreding van de groeiringen. Zo is het hout uit bossen van laaggelegen kuststreken ondanks de heel smalle groeiringen – van nauwelijks 1 mm – toch zachter (en minder kleurrijk).
De densiteit van aangeplant hout is dan ook vergelijkbaar met die van Oregon pine van de eerste generatie.
Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III) en is gevoelig voor aantasting door termieten. Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V). Het hout is ook goed bestand tegen zwakke zuren (zoals azijnzuur) en alkalische stoffen.
Droging en vochtgehalte
Oregon pine droogt gemakkelijk, met weinig vervormingen. Toch is het aangewezen het hout trager te laten drogen dan andere naaldhoutsoorten. Anders kan het scheuren. Drogen bij een luchttemperatuur van meer dan 70 °C beperkt harsuitscheiding achteraf. Kleinere secties drogen zowel in openlucht als in een droogoven.
Bewerking
Hout met fijne groeiringen is gemakkelijk bewerkbaar. De bewerking wordt moeilijker bij hout met groeiringen van 5 mm of meer, of bij hout met veel kwasten. Het laathout kan dan loskomen van het vroeghout. Toch leveren de huidige technieken een mooi glad oppervlak op. De harsrijke delen vervuilen het gereedschap soms.
Verlijmen
Oregon pine is goed verlijmbaar met alle gangbare lijmtypes. Vooral voor gelijmde gelamelleerde toepassingen is Oregon pine uiterst geschikt.
Afwerking en behandeling
Oregon pine voor buitenschrijnwerk vereist in principe geen verduurzamingsbehandeling, tenminste als alle spinthout eerst zorgvuldig wordt verwijderd. Een behandeling volgens procedé C1 voorkomt verblauwing.
Voor timmerwerk is een preventieve verduurzaming nodig volgens procedé A2.1.
Vóór u het hout afwerkt is het aangewezen de harsrijke stukken te ontvetten. Zandstralen of borstelen leveren prima resultaten. Het laathout en de typische vlammentekening komen dan beter tot hun recht.
Bevestigen
Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor of gebruik een schietpistool, want het splijt gemakkelijk – vooral als u het met de hand wilt nagelen. Komt het hout in contact met metaal? Dan dreigt corrosie en verkleuring, zeker als het vochtgehalte meer dan 18 à 20% bedraagt. Bevestig het dan met roestvrij staal.
Kwaliteitsnormen
Schrijnwerk
Nr. 2 Clear & Better garandeert de topkwaliteit van het uit Noord-Amerika ingevoerde hout met heel weinig spint en gezonde kwastjes, zoals bij de hiervan afgeleide Oregon Kroon-kwaliteit voor fijn schrijn- en meubelwerk.
Timmerwerk
NBN EN 14081 de referentie voor de CE-markering van constructiehout.
Select & Merchantable garandeert de kwaliteit van Oregon Pine. De visuele sterkte wordt aangeduid:
Toepassingen
|
Oregon pine/Europese douglas |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
550 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,8% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1,3% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,9% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
2,1% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
3,1% |
|
Buigsterkte |
89 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
13.500 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
50 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
9,5 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
4020 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
2940 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
|
Timmerhout |
||
|
Dikte |
65 mm |
80 mm |
|
Breedtes |
155/180 mm |
205/230 mm |
|
Schrijnwerk |
||
|
Dikte |
26/32/52/65/80/105/130/155 mm |
|
|
Lengte |
245/305/365/425/490/550/610 cm |
![]() |
|
Herkomst
Southern Yellow Pine (Pinus spp.) is de verzamelnaam voor de volgende botanische soorten uit de staten Louisiana en Mississippi, in het Zuid-Oosten van de Verenigde Staten:
Southern Yellow Pine komt uit uitgestrekte productiebossen. De aanplantingen zijn niet alleen economisch, maar ook ecologisch belangrijk.
Tijdens de eerste levensjaren bestrijdt het bosbeheer actief de aangroei van loofhout, zodat de aangeplante dennen in hun groei niet worden gestuit. Bij zowel de eerste dunningskap (na ongeveer 12 jaar) als de tweede (na ongeveer 24 jaar), én bij de eindkap (na ongeveer 35 jaar) wordt het loofhout gekapt. Zo groeit er in de tussenperioden een hakhoutbos van uiteenlopende loofboomsoorten en –struiken.
Uitzicht
De Southern Yellow Pine wordt gemiddeld 30 meter hoog. De takkenvrije stam heeft een lengte van 10 tot 18 meter, en een diameter van 40 tot 80 cm.
Kleur en tekening
Het kernhout is licht geelbruin en heeft een sterke hars- of terpentijnkleur. Het spinthout is witachtig geel en breed – ook bij kaprijpe bomen.
Het hout van de Southern Yellow Pine gaat abrupt over van vroeg- naar laathout. Dat is goed te zien aan de duidelijke en scherp afgetekende groeiringen. Het laathout is ook donkerder dan het vroeghout. Het contrast is het grootst op het kopse vlak.
Het hout heeft een fijne tot matige nerf en een rechte draad. Op kwartier gezaagd vertoont het strepen, op dosse duidelijke vlammen.
Droging en vochtgehalte
Bij de invoer schommelt het vochtgehalte van Southern Yellow Pine rond 17%.
Bewerking
Southern Yellow Pine is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Ook draaiwerk levert geen problemen op.
Bij de bewerking van nat of onvoldoende gedroogd hout blijft soms hars aan het gereedschap kleven. Reinig het daarom tijdig.
Verlijmen
Ook verlijmen gaat gemakkelijk. Toch is het aangewezen het hout meteen na de bewerking te verlijmen. Zo voorkomt u dat er hars uitzweet.
Afwerking
De afwerking van Southern Yellow Pine levert geen problemen op. Ontvet eerst wel de harsrijke delen met thinner.
Bevestigen
Nagelen of schroeven gaat zonder moeilijkheden.
Toepassingen
|
Southern Yellow Pine |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
540 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,9% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,5% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
2,4% |
|
Buigsterkte |
105 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
12.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
60 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
11,1 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
4400 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
4200 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
40 mm |
52 mm |
65 mm |
|
Vaste breedtes |
105/155/205/255/305 mm |
155/205/255/305 mm |
||
|
Lengte |
245 tot 610 cm |
|||
![]() |
|
Herkomst
Tasmanian oak is de verzamelnaam voor drie botanische soorten: Eucalyptus delegatensis R.T. Bak., Eucalyptus obliqua L’Herit. en Eucalyptus regnans F.v.M. De belangrijkste groeigebieden van Tasmanian oak zijn Victoria in Zuidoost-Australië en Tasmanië. De Tasmanian oak groeit er in homogene, eerder open bestanden en staat onder het reguliere bosbeheer. België voert uitsluitend Tasmanian oak in uit Tasmanië.
Uitzicht
De Tasmanian oak wordt gemiddeld 60 tot 100 meter hoog, met een diameter tot 2 meter. De stam is recht en takkenvrij.
Kleur en tekening
Het kernhout is lichtbruin, soms rozig. Het spinthout is lichter, maar bijna niet te onderscheiden van het kernhout. Het hout heeft soms kruisdraad of een warrige draad, en een grove nerf. Op kwartier gezaagd vertoont het brede strepen (geen spiegels). Op dosse zijn dat fraaie vlammen. Lichtgekleurd hout lijkt wat op essenhout, donkerder hout op eikenhout.
Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
België voert gezaagd of geschaafd, en geprofileerd hout in met een vochtgehalte van ongeveer 12%. Met het oog op de toepassing wordt het extra gedroogd (tot 8 à 10% voor parket bijvoorbeeld).
Spinthout is toegelaten voor niet-zichtbare delen, mits behandeling volgens procedé A1.
Bewerking
Het hout van Tasmanian oak is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Voorboren is aangewezen. Anders dreigt het hout te splijten.
Afwerking
De afwerking van Tasmanian oak is goed: kleuren, beitsen, schilderen, boenen en vernissen vormen geen probleem.
Toepassingen
|
Tasmanian oak |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
650 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,7% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1,5% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
2,4% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,9% |
|
Buigsterkte |
112 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
16.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
64 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
12,4 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
3700 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
3400 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
|
Plankenvloeren (tand en groef) |
|
|
Dikte x breedte |
12×45/13×85/14×65/19×60/19×65/19×85/19×108 mm (nettomaten) |
|
Wand en plafondbekleding (tand en groef) |
|
|
Dikte x breedte |
12×80/12×130 mm (nettomaten) |
|
Gezaagd hout |
|
|
Dikte |
16/20/26/40/52 mm |
|
Breedte |
155 mm (soms 180 mm en breder) |
|
Lengte |
185 cm en langer (soms 90 cm en langer) |
![]() |
|
Herkomst
Moabi is de commerciële naam voor de botanische soort Baillonella toxisperma Pierre en behoort tot de familie van de Sapotaceae. Ze komt uit West- en Midden-Afrika; Congo, Congo-Brazzaville, Gabon, Kameroen en Guinee.
Uitzicht
De Moabiboom wordt gemiddeld 30 tot 50 meter hoog, waarbij de takkenvrije stam 25 tot 30 meter meet. De stam is meestal recht en cilindrisch, met een diameter van 60 tot 150 cm – in een zeldzaam geval zelfs 3 meter. De 4 tot 5 cm dikke schors is donkerbruin, zit vaak los en heeft diepe groeven.
Kleur en tekening
Het kernhout is bruinachtig roze tot donker bruinrood. Het spinthout is rozegrijs en 4 tot 6 cm breed. Moabi heeft een fijne nerf, soms een gegolfde draad en meestal een gelijkmatige structuur. De tekening is lichtgestreept of gemoireerd.
Duurzaamheid
Het kernhout is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Moabi droogt heel traag, maar met weinig kwaliteitsverlies. Heeft het zijn evenwichtsvochtgehalte bereikt? Dan gedraagt het hout zich stabiel.
Bewerking
Moabihout bevat kiezel, wat snijwerktuigen afstompt. Voorboren is aangewezen. De bewerking maakt irriterend stof vrij. Zorg daarom voor een goede afzuiging.
Afwerking
De afwerking van Moabi is goed, zowel met producten op solventbasis als met watergedragen producten.
Toepassingen
|
Moabi |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
850 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,8% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,1% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,9% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
3% |
|
Buigsterkte |
165 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
15.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
69 N/mm² |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
65 mm |
|
Vaste breedtes |
80*/105/130/155/180/205 mm |
90/130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
|
Moabi met een dikte van 40, 52 en 65 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm en meer** en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||
|
Moabi met een dikte van 40 en 52 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 23 cm en meer*** en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||
* planken van 80 mm breed worden ingevoerd met een lengte van 60 cm of langer
** met 10 à 15% toegelaten van 10 tot 14 cm
*** met 10 à 15% toegelaten van 10 tot 22 cm
![]() |
|
Herkomst
Movingui is de commerciële naam voor de botanische soort Distemonanthus benthamianus Baill. en behoort tot de familie van de Leguminosae. Ze komt uit tropisch West-Afrika; Ivoorkust, Ghana, Congo-Brazzaville, Nigeria en Kameroen.
Uitzicht
De stam heeft een nuttige lengte van gemiddeld 15 à 20 meter, en een diameter van 60 tot 120 cm.
Kleur en tekening
Het kernhout is lichtgeel (citroengeel) tot bruinachtig geel, soms met bruinachtige strepen. Het spinthout is grijsgeel en soms moeilijk te onderscheiden van het kernhout. Movingui heeft een kruisdraad of onregelmatige draad, en een matig fijne nerf. Op kwartier vertoont het hout soms brede strepen.
Movinguihout bevat geelachtige inhoudsstoffen die in water oplossen. Dat kan vlekken nalaten op het houtoppervlak. Die zijn gemakkelijk verwijderbaar met water.
Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Movingui droogt traag, maar zonder veel risico. Heeft het zijn evenwichtsvochtgehalte bereikt? Dan gedraagt het hout zich stabiel.
Bewerking
Movingui bevat kiezel, wat zaagwerktuigen afstompt. Voorboren is aangewezen. Gebruik een snijhoek van 20° om te voorkomen dat de vezels op het radiale vlak rechtop gaan staan.
Afwerking
De afwerking van Movingui is goed, met een brede waaier van kleurtinten. Bij een onregelmatige draad is een poriënvuller aangewezen. Gebruikt u het hout voor buitenschrijnwerk? Dan is een kleurloze voorbehandeling aangewezen volgens procedé C1, gevolgd door C2, CTOP of verf.
Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor.
Toepassingen
|
Movingui |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
700 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,6% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,7% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,8% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,4% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,9% |
|
Buigsterkte |
103 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
12.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
55 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
12,8 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
5470 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
65 mm |
|
Vaste breedtes |
80*/105*/130/155/180/205 mm |
90/105/130/155/180 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
|
Movingui met een dikte van 26, 40, 52, 65 en 80 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm en meer** en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||
* parketfriezen worden ingevoerd met een lengte van 60 à 170 cm
** met 10 à 15% toegelaten van 10 tot 14 cm
![]() |
|
Herkomst
Mutenye is de commerciële naam voor de botanische soort Guibourtia arnoldiana J. Léonard. en behoort tot de familie van de Leguminosae. Ze komt uit Midden- en West-Afrika. België voert vooral Mutenye uit Congo-Brazzaville in, en, minder, uit de Democratische Republiek Congo.
Uitzicht
De stam heeft een nuttige lengte van gemiddeld 9 tot 18 meter, en een diameter van 40 tot 90 cm.
Kleur en tekening
Het kernhout is geelbruin tot donkerbruin en heeft een hoge natuurlijke glans. Donkere houtzones maken een gevlamde tekening op dosse, en strepen op kwartier. Het spinthout is geel- tot grijsachtig. Mutenye heeft een rechte draad tot lichte kruisdraad, soms warrig, en een fijne tot matig fijne nerf. Soms heeft het hout gominsluitingen.
Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Mutenye moet traag en zorgvuldig drogen in de oven voor de bewerking.
Bewerking
Mutenye is gemakkelijk bewerkbaar. Beperk de snijhoek bij kruisdraad of gegolfde draad. Ook draaien en snijden levert geen problemen op.
Afwerking
De afwerking van het houtoppervlak is goed. Kleurloos afgewerkt Mutenye krijgt met de tijd zijn typische natuurlijke patine.
Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor.
Toepassingen
| Mutenye | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 800 kg/m³ | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | 0,8% |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,5% |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | 2,3% |
| Buigsterkte | 147 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 16.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 74 N/mm² | |
| Schuifsterkte | 19,3 N/mm² | |
| Hardheid (Janka) – Kops | 12.020 N | |
| Hardheid (Janka) – Langs | 10.250 N | |
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte | 26 mm |
| Vaste breedtes | 80*/105*/130/155/180/205 mm |
| Lengte | 185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
| Mutenye met een dikte van 26 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm en meer** en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). | |
| Mutenye met een dikte van 40, 52, 65 en 80 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15 cm en meer** en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). | |
* parketfriezen worden ingevoerd met een lengte van 60 à 170 cm
** met 10 à 15% toegelaten van 10,5 tot 13 cm
![]() |
|
Kan ik de meranti die ik aangeboden krijg voor mijn buitenschrijnwerk vertrouwen?
Meranti is een generieke handelsnaam die gebruikt wordt om het hout te identificeren dat tot het geslacht Shorea van de familie Dipterocarpacees behoort. Het is een zeer grote familie waarvan het geslacht Shorea alleen al 196 verschillende soorten omvat!
Er zijn 5 hoofdgroepen van meranti, voornamelijk gedifferentieerd op basis van de kleur van het kernhout van de soort (daarbij moet worden opgemerkt dat Lauan eigenlijk een meranti is in de brede zin van het woord; hij wordt gebruikt voor de vervaardiging van panelen):
De eerste groep (Dark red meranti) omvat de soorten die over het algemeen het meest duurzaam zijn en die gemiddeld betere mechanische eigenschappen hebben.
Oorspronkelijk (meer dan 60 jaar geleden) stond de soort Shorea pauciflora bekend om zijn goede natuurlijke duurzaamheid (natuurlijke duurzaamheidsklasse 2) en zijn uitstekende mechanische eigenschappen. Deze meranti stond bekend als ‘Nemesu’, afkomstig van de Zuidoost-Aziatische eilanden, voornamelijk Maleisië en in mindere mate uit de Filippijnen en Indonesië. Het was het vlaggenschip van de Dark red meranti en was overvloedig aanwezig op de Europese markt. Momenteel staat bijna 75% van de Shorea-soorten op de Rode Lijst van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) – d.w.z. dat het om soorten gaat die min of meer ernstig met uitsterven worden bedreigd. Als gevolg van de overexploitatie worden allerlei soorten van het geslacht Shorea met sterk uiteenlopende kwaliteiten en eigenschappen gebruikt en onder de generieke naam meranti aan de man gebracht. De indeling in de bovengenoemde groepen wordt niet langer gerespecteerd. De markt wordt overspoeld met soorten van een lagere duurzaamheidsklasse, namelijk klasse 3 of zelfs 4 ! Hun mechanische eigenschappen zijn ook zeer variabel en vaak inferieur aan die van Shorea pauciflora.
Voorzorgsmaatregel
De variabiliteit van eigenschappen binnen dezelfde denominatie zorgt voor veel verwarring. Als voorzorgsmaatregel wordt sterk aanbevolen om niet langer te vertrouwen op de groepsnamen, maar alleen Shorea met een dichtheid van meer dan 550 kg/m³ te gebruiken. Daardoor verhoogt de kans dat het hout met betere mechanische eigenschappen betreft. In het algemeen is er geen verband tussen de mechanische eigenschappen en de natuurlijke duurzaamheid. Maar in het geval van Shorea, met hout van de bovengenoemde minimale dichtheid, kunt u toch een betere duurzaamheid verwachten.
Helaas, met het blote oog lijkt het hout van bijna alle soorten van het geslacht Shorea op elkaar. Geen enkele professionele houtverkoper of -verwerker kan ze met zekerheid identificeren. Hun identificatie vereist observatie onder een microscoop, en zelfs dan is het niet gemakkelijk! In België zijn er slechts enkele gespecialiseerde laboratoria die dergelijke expertises kunnen uitvoeren.
Vanwege de variabiliteit van de soorteigenschappen is het dus raadzaam om zich eerst te baseren op de minimaal vereiste dichtheid van 550 kg/m³, en daarbij als extra zekerheid de laagste overeenstemmende kwaliteiten (duurzaamheid, mechanische eigenschappen, enz.) als referentie te nemen, of om een ander type hout te kiezen waarvan de soortafkomst geen twijfel laat.
Herkomst
Meranti (dark red) is de commerciële naam voor een reeks botanische soorten van het geslacht Shorea, secties Rubella, Brachyptera, Pachycarpae, Multica en Ovalis, die allemaal tot de familie van de Dipterocarpaceae behoren. Volgens de Malayan Grading Rules (uitgave 1984) omvat Meranti (dark red) deze soorten:
Het groeigebied van Meranti (dark red) ligt in de regenwouden van Zuidoost-Azië, met de grootste concentratie in Maleisië en Indonesië.
Uitzicht
De Merantiboom wordt gemiddeld 30 tot 40 meter hoog, uitzonderlijk zelfs 60 tot 70 meter. De takkenvrije stam is recht en cilindrisch, en bereikt een hoogte van 10 tot 30 of zelfs 42 meter.
De diameter van de takkenvrije stam ligt tussen de 70 en 180 cm, in een zeldzaam geval 255 tot 300 cm. Na veertig jaar bereiken Merantibomen soms een diameter van 48 tot 80 of zelfs 105 cm. Afhankelijk van de soort zijn de wortelaanlopen kort en breed, of hoog en smal, 3 tot soms 5 meter hoog.
De grijze of bruine schors heeft een glad oppervlak met duidelijke spleten in v-vorm of vlokken, soms ook schilfers. Volwassen bomen hebben een kroon in de vorm van een halfbol of koepel. Het blad is enkelvoudig en groeit alternerend.
De Merantiboom groeit sneller in de zon dan in de schaduw. Toch lijdt hij onder te lange blootstelling aan de zon. Ideaal voor zaailingen is zonlicht met tussenpozen. Voor een optimale groei zijn ook Mycorrhizae essentieel.
Kleur en tekening
Het kernhout is roodbruin tot rozebruin, met veel kleurvariatie – niet alleen naargelang van de soort, maar ook binnen eenzelfde soort. Vers hout kleurt tussen rozerood en purperbruin. Bij het drogen verdonkert het hout.
Het spinthout is meestal grijsachtig roze, onderscheidt zich duidelijk van het kernhout en is 2 tot 6 cm breed (4 tot 5 cm bij volgroeide bomen).
Gommen kunnen bij nat hout voor donkere strepen op het langsvlak zorgen. Die verdwijnen bij het drogen. Het hout bevat ook vaak lichtgekleurd en vast hars. Dat geeft fijne witachtige lijntjes op onregelmatige afstand op het kopse vlak (‘harsgangen’).
De structuur van (Dark) Red Meranti is meestal regelmatig, zonder uitgesproken tekening. Op kwartier gezaagd vertoont het hout soms strepen, op dosse soms vlammen.
Duurzaamheid
Het kernhout is weinig duurzaam, matig duurzaam tot duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II-IV). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Vers gekapt hout of een stam is gevoelig voor nathoutboorders. (Dark) Red Meranti vertoont dan ook soms zwarte wormsteken of pinholes. Die zijn niet groter dan 1 mm en hebben geen invloed op de duurzaamheid of mechanische eigenschappen.
Voor buitenschrijnwerk moet het hout een volumieke massa van minstens 550 kg/m³ hebben bij een houtvochtgehalte van 15%. Merantihout met een lagere volumieke massa is geschikt voor talloze binnentoepassingen.
Droging en vochtgehalte
Merantihout drogen gaat gemakkelijk.
Schilfineer
Meranti is uitermate geschikt voor schilfineer. Dat voert Europa in als multiplex Lauan – Indo Hardwood, dat ook andere houtsoorten bevat. Het is van uitstekende kwaliteit, maar vertoont vaak kleurverschillen. De lokale producenten werken volgens de British Standards (BS 6566, Part 8) die op basis van de verlijming drie types schilfineer onderscheiden:
Bewerking
Meranti is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Herzagen, afkorten, boren, draaien, spijkeren, schroeven en lijmen gaat gemakkelijk.
Voor buigwerk is Merantihout niet geschikt.
Afwerking
De afwerking van Meranti is goed. Gebruikt u het hout voor buitenschrijnwerk? Dan is een kleurloze voorbehandeling volgens procedé C1 nodig.
Toepassingen
| Meranti | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 550 kg/m³ | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | 0,6% |
| 90 tot 60% r.v.** | 0,9% | |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,2% |
| 90 tot 60% r.v.** | 1,8% | |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | 1,9% |
| 90 tot 60% r.v.** | 2% | |
| Buigsterkte | 76 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 11.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 45 N/mm² | |
| Schuifsterkte | 8,4 N/mm² | |
| Hardheid (Janka) – Kops | 3705 N | |
| Hardheid (Janka) – Langs | 3475 N | |
* bij houtvochtgehalte tussen 11 en 17 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte | 16 mm | 20 mm |
| Vaste breedtes | 80/105/130 mm | 80/105/130/155/180/205 mm |
| Dikte | 26/40/52/65 mm | 32/45/80 mm |
| Vaste breedtes | 80/105/130/155/180/205/230/280/305 mm | 105/130/155/180/205/230/280/305 mm |
| Dikte | 105 mm | 45 mm |
| Vaste breedtes | 130/155/180/205/230/280/305 mm | 105/130/155/180/205/230/280/305 mm |
![]() |
|
Herkomst
Jatoba is de commerciële naam voor de botanische soort Hymenaea spp., vooral Hymenaea courbaril L.Ze behoort tot de familie van de Leguminosae – Caesalpiniaceae en komt uit de tropische hooglandbossen van Zuid- en Midden-Amerika. België voert vooral Jatoba uit Brazilië in.
Uitzicht
De Jatobaboom wordt gemiddeld 30 tot 40 meter hoog, de takkenvrije stam 18 tot 24 meter hoog. De stam heeft een diameter van 60 tot 90 cm, in een zeldzaam geval 150 cm. De stamvoet is gezwollen.
Kleur en tekening
Het kernhout is oranjerood tot roodbruin, en varieert van een egaal roodbruine kleur tot een roodachtige notenkleur. Het spinthout is rozewit. Jatoba heeft een rechte draad, soms een kruisdraad, en een matig fijne nerf. Soms heeft het een geaderde tekening. Mooi glad afgewerkt heeft Jatoba een fraaie glans.
Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Jatoba droogt traag maar met weinig risico op vervormingen.
Bewerking
Jatoba is gemakkelijk bewerkbaar. Het oppervlak kun je mooi glad maken. Bij kruisdraad moet u de snijhoek aanpassen. Voorboren is aangewezen.
Afwerking
Jatoba bevat wateroplosbare inhoudstoffen die soms vlekken veroorzaken. Met oplosmiddelhoudende producten kun je het hout goed afwerken. Waterhoudende producten vragen dan weer een sealer (poriënvuller) om de doorslag van inhoudsstoffen te voorkomen.
Toepassingen
|
Jatoba |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
900 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,6% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,8% |
|
Buigsterkte |
134 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
15.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
66 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
17,2 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
11.200 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
10.400 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
65 mm |
|
Vaste breedtes |
80/105/130/155/180/205 mm |
90/130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer* |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm en langer |
|
Jatoba met een dikte van 40, 52 of 65 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm (met 10 à 15% van 10 tot 14 cm), en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||
|
Daarnaast wordt Jatoba met een dikte van 40 of 52 mm ook ingevoerd in vallende breedtes van 23 cm (met 10 à 15% van 10 tot 22 cm), en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
||
* Jatoba met een breedte van 80 mm is verkrijgbaar in lengte van 60 cm en langer.
![]() |
|
Herkomst
Koto is de commerciële naam voor de botanische soort Pterygota bequaertii De Wild. en Pterygota macrocarpa K. Schum. Ze behoort tot de familie van de Sterculiaceae en komt uit het Westen van tropisch Afrika. België brengt vooral Koto uit Ivoorkust, Ghana en Kameroen op de markt.
Uitzicht
De Kotoboom wordt gemiddeld 25 tot 40 meter hoog. De takkenvrije stam is 15 tot 20 meter lang, recht en cilindrisch. De stam heeft een diameter van 50 tot 90 cm, in een zeldzaam geval 120 cm, en hoge wortelaanlopen.
Kleur en tekening
Het kernhout is crèmekeurig tot geelwit en niet duidelijk van het spinthout te onderscheiden. De houtstructuur is vrij homogeen met satijnachtig uitzicht. Koto heeft een rechte draad, soms kruisdraad, en een matig grove nerf.
Het hout bevat minerale inhoudsstoffen die soms witte, bruine of zwarte stippen of onregelmatige streepjes opleveren. Af en toe vertoont het ook zwarte wormsteken.
Gestoomd Kotohout of Anatolia heeft een typische lichtbruine kleur.
Duurzaamheid
Het kern- en spinthout zijn niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Koto droogt matig snel met weinig risico op trekken of scheuren. Het hout is gevoelig voor blauwschimmel. Daarom wordt het ingevoerd met een vochtgehalte tussen 10 en 14% en eventueel nagedroogd tot 8 à 10%.
Bewerking
Koto is gemakkelijk bewerkbaar. Voor een mooi glad oppervlak zijn een snijhoek van 20° en scherp gereedschap nodig. Snijden en schillen gaat meestal probleemloos.
Afwerking en behandeling
De afwerking van Koto is goed. Het hout bevestigen met spijkers of schroeven gaat ook goed.
Koto is gevoelig voor aantasting door Lyctus. Daarom is een preventieve behandeling volgens procedé A1 ten zeerste aanbevolen.
Toepassingen
|
Koto |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
+/- 580 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
n.a. |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
n.a. |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
n.a. |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
n.a. |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
middelmatig |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
middelmatig |
|
Buigsterkte |
n.a. |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
n.a. |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
n.a. |
|
|
Schuifsterkte |
n.a. |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
n.a. |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
n.a. |
|
* bij houtvochtgehalte van 12 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Koto met een dikte van 26, 40, 52, 65 of 80 mm wordt vooral ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm en breder (met 10 à 15% van 10 cm en breder), en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). |
|
Daarnaast is Koto soms ook verkrijgbaar met een dikte van 26 mm en een vaste breedte van 10,5, 13 of 15,5 cm. |
![]() |
|
Herkomst
Het lorkengeslacht Larix behoort tot de familie van de Pinaceae en telt een tiental soorten. Die groeien alleen in het noordelijk halfrond van Europa, Azië (o.a. Oost-Rusland en Siberië) en Noord-Amerika.
Europese lork
De Europese lork (Larix decidua Mill.) komt onder meer voor in de Alpen, Polen, het Tsjechische Sudetengebergte en het Slowaakse Tatragebergte.
Naast de Europese lork komt ook de Japanse lork (Larix kaempferi (Lambert) Carr.) voor in Europa. Hij werd in de negentiende eeuw ingevoerd en bleek beter bestand tegen larikskanker of schorsbrand (Trichoscyphella wilkommii (Hart.) Nannf.) dan de jonge inlandse lorken. Zo kreeg hij in lagergelegen bestanden stilaan de bovenhand op de Europese lork. Japans lorkenhout is iets minder zwaar en duurzaam dan Europees lorkenhout, maar wel stabieler.
De hybride lorkensoort Larix x eurolepis Henry is de natuurlijke kruising tussen de Europese en Japanse lork. Ze heeft een hoog groeipotentieel en is goed bestand tegen schorsbrand.
Aziatische lork
Noord-Amerikaanse lork
Uitzicht
De lork groeit en zijn naalden vergaan met een hoge snelheid. Zo verrijkt hij mee het fijnsparrenbestand. Hij draagt ook bij tot bosdiversificatie: onder zijn licht doorlatende kruin groeien kruiden en struiken, wat de bodem, fauna en flora ten goede komt. Ook voor boomsoorten die later in de onderlaag zijn aangeplant en langzamer groeien, vormt de lork een prima bescherming.
Kleur en tekening
Lorkenhout gaat abrupt over van vroeg- naar laathout. Dat is goed te zien aan de duidelijke groeiringen. Het laathout is ook donkerder en dichter dan het vroeghout.
Het kernhout is roodachtig bruin en verdonkert aan het licht en door veroudering. Het is duidelijk te onderscheiden van het spinthout. Dat is geelachtig wit en heel smal bij lorken uit bergstreken.
Lorkenhout heeft meestal een rechte draad en een fijne tot matige grove nerf. Bij lorken uit vlakten met een gematigd klimaat is de nerf grof. Op dosse gezaagd vertoont lorkenhout fraaie vlammen.
Densiteit
Het laathout heeft bij naaldbomen een vrij constante breedte – ongeacht de radiale groeisnelheid. Toch neemt de globale densiteit van het hout af naarmate de groei wordt opgedreven. Lorkenhout heeft de hoogste densiteit van alle naaldhoutsoorten en wordt meestal geklasseerd als een halfzware en halfharde houtsoort. Toch heeft snelgroeiend hout uit de vlakten een lagere densiteit en is het dus ook minder sterk. Bij lorken uit de natuurlijke bossen van het hooggebergte ligt de dichtheid vaak hoger dan 750 kg/m³.
Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III) en is gevoelig voor aantasting door termieten. Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Lorkenhout droogt gemakkelijk. Het moet langzaam drogen bij relatief hoge temperaturen (75 °C) om zo veel mogelijk hars te verwijderen, en het risico op scheuren en loszittende kwasten te beperken. Na het drogen heeft het hout een uitgesproken en aanhoudende harsgeur.
Bewerking
Lorkenhout is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Soms blijft er hars aan het zaaggereedschap kleven, wat tot een abnormale opwarming kan leiden.
Lorkenhout heeft een heel goede drukweerstand. Klieven gaat zeer regelmatig. De stabiliteit van het hout is middelmatig.
De stam van de lork heeft vaak krommingen aan zijn basis. Daardoor ligt het hart soms zeer excentrisch en vormt zich drukhout. Wat dan weer inwendige spanningen en abnormale vervormingen veroorzaakt.
Schuren, schaven en verlijmen
Schuren levert geen problemen op, maar doet de vezels van het vroeghout soms wel rechtop staan. Let ook goed op de vrij harde kwasten. Die zitten soms los. Alleen vers geschaafd lorkenhout kun je verlijmen, liefst met basische lijmen.
Afwerking en behandeling
De afwerking van correct gedroogd lorkenhout levert geen problemen op. Ontvet wel de harsrijke delen vóór u het hout afwerkt met verf, vernis, was of beits.
Lorkenhout voor buitenschrijnwerk vereist een behandeling volgens procedé C1, gevolgd door C2, CTOP of een dekkende verf.
Dankzij zijn kleur, textuur en duurzaamheid kan lorkenhout ook onafgewerkt worden gebruikt. Het hout vergrijst dan met de tijd en houdt zijn natuurlijk effect.
Lorkenhout voor dragende structuren onder dak vereist een behandeling volgens procedé A2.1, onbeschermde structuren volgens procedé A3 en palen volgens procedé A4.1.
Bevestigen
Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor, want lorkenhout splijt gemakkelijk.
Toepassingen
|
Lorkenhout |
Lorken |
Douglas |
Vuren |
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
600 kg/m³ |
550 kg/m³ |
450 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,6% |
0,8% |
0,8% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,7% |
1,2% |
0,9% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
1,3% |
1,5% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,3% |
1,9% |
2% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,5% |
2,1% |
2,3% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
2% |
3,1% |
2,9% |
|
Buigsterkte |
94 N/mm² |
85 N/mm² |
71 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
10.600 à 14.500 N/mm² |
11.000 à 13.200 N/mm² |
10.000 à 12.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
54 N/mm² |
55 N/mm² |
45 N/mm² |
|
|
Treksterkte (evenwijdig met de vezel) |
101 N/mm² |
94 N/mm² |
85 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
9,9 N/mm² |
8,6 N/mm² |
6,3 N/mm² |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte x breedte |
19 mm x 75/100/125/150/175/200/225 mm |
|
25 mm x 100/125/150/175/200/225 mm |
|
|
32 mm x 100/125/150/175 mm |
|
|
38 mm x 100/125/150/175/200 mm |
|
|
50 mm x 100/125/175/200/225 mm |
|
|
63 mm x 125/150/175/200/225 mm |
|
|
75 mm x 150/200/225 mm |
|
|
95 mm x 95 mm |
|
|
98 mm x 98 mm |
|
|
Op bestelling is inlands lorkenhout beschikbaar in talloze afwijkende afmetingen. |
|
![]() |
|
Herkomst
Merbau (Intsia spp.) is de verzamelnaam voor het hout van twee botanische soorten uit Zuidoost-Azië: Intsia bijuga en Intsia palembanica. De eerst komt uit de kustgebieden, vlak achter de mangrovegordel. De tweede meer uit het binnenland.
Uitzicht
Bomen van het Intsia-geslacht zijn typisch voor het tropische bos. Toch komen ze niet in gesloten bestanden voor, maar groeien ze altijd individueel verspreid – gemiddeld één boom per twee hectare.
De boom wordt maximaal 45 meter hoog, met een takkenvrije stam van ongeveer de helft. Dat levert meestal 15 tot 25 meter bruikbare lengte op. De stam is niet recht en cilindrisch, en vertoont soms groeiafwijkingen. De wortelaanlopen zijn meestal tot twee meter hoog. In een zeldzaam geval reiken ze tot zeven meter hoog.
Kleur en tekening
Het kernhout is geel-, oranje-, rood- of grijsbruin met veel variatie en meestal een fraaie glans. Blootgesteld aan de lucht verdonkert het.
Het spinthout is bleekgeel. Bij oudere bomen is het maar 2 tot 8 cm breed. Jonge bomen hebben een veel bredere spintlaag, die kan oplopen tot een derde van de stamdiameter. Het is economisch dan ook niet opportuun om bomen met een diameter van minder dan 60 cm te vellen.
Merbauhout heeft een gelijkmatige structuur, een vrij grove maar regelmatige nerf en geen uitgesproken tekening. De kleurschakeringen van het weefsel leveren naargelang van de zaagrichting fraaie vlammen of vage strepen in de lengte. Merbau heeft een ietwat onregelmatig rechte draad of kruisdraad.
Het hout voelt vettig aan en vertoont typische, fijne, zwavelgele streepjes aan het oppervlak, veroorzaakt door de vulstof van de houtvaten.
Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam tot zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-II).
Droging en vochtgehalte
Merbauhout droogt heel traag, zowel in de lucht als in de droogkamer, met weinig risico op scheuren en vervormingen. Daarbij krimpt het wel een beetje, maar eens gedroogd werkt Merbau nog nauwelijks.
Bewerking
Merbau is gemakkelijk bewerkbaar met moderne machines – moeilijker met de hand. Het heeft een homogene en vaste structuur, wat precisiewerk mogelijk maakt. Zo kun je het frezen tot op een tiende van een millimeter! Gebruik een snijhoek van 20° om bladders te voorkomen. Polijsten levert geen moeilijkheden op.
Afwerking
Bevestigen
Wilt u Merbauhout nagelen of schroeven? Voorkom dan dat het hout splijt en boor het voor.
Bloeden
Merbau bevat kleurstoffen die oplossen in water. Voor buitentoepassingen is het dan ook belangrijk het hout goed af te werken. Anders komen die inhoudstoffen vrij en doen ze het hout ‘bloeden’. In Maleisië staat Merbau daarom bekend als ‘duivelshout’.
Hoe voorkomt u ‘bloeden’?
Toepassingen
|
Merbau |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
700-900 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,5% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,4% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,8% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,8% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,2% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,3% |
|
Buigsterkte |
115 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
15.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
53 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
12,4 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
6590 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
6700 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
|
Dikte |
22/32/38/50 mm |
25 mm |
44 mm |
|
Breedte |
150/200/250/300 mm |
150/200/225/250/300 mm |
125/150/225/250/300 mm |
|
Dikte |
63 mm |
75 mm |
100 mm |
|
Breedte |
75/90/100/125/150 mm |
100/125/150/200/250/300 mm |
125/150 mm |
|
Lengte |
Van 245 tot 610 cm (oplopend per 30 cm) |
![]() |
|
Herkomst
Het beukengeslacht Fagus telt weinig botanische soorten. België commercialiseert bijna uitsluitend hout van de gewone beuk (Fagus sylvatica).
De beuk groeit het best op leemhoudende gronden met voldoende vocht, humus en kalk. Hij komt voor van op het Europese vasteland tot aan de Zwarte Zee, met twee optimale groeigebieden: het Franse Centraal Massief en de zuidelijke Bosnische Karpaten. Ook in Belgisch en Frans Lotharingen en de Vogezen groeien beuken.
‘Rode’ beuken
Sommige beuken hebben een ‘valse’ rode kern. Een vlies (thyllen) sluit dan de houtvaten af. De begrenzing ervan loopt soms parallel met de jaarringen, maar kan ook grillig zijn. ‘Rode’ beuken zijn minderwaardig aan de gewone ‘witte’. Er is nog geen eenduidige verklaring waarom in sommige streken meer ‘rode’ dan ‘witte’ beuken voorkomen.
Uitzicht
De meeste beuken worden geveld na 80, maximaal 120 jaar. Dan is zijn diameter ongeveer 1,2 meter. De stam is gemiddeld 30 meter hoog, waarvan 9 meter takkenvrij.
Kleur en tekening
Het kern- en spinthout van de beuk verschillen weinig van kleur. Versgezaagd is het kernhout witachtig of heel lichtbruin. Het verdonkert tot licht geelbruin onder invloed van lucht en licht. Gestoomd beukenhout is veel rozer.
Beukenhout heeft een rechte, soms golvende draad en een fijne nerf. Het heeft een gelijkmatige structuur met weinig tekening. Op dosse vertoont het vage vlammen, op kwartier geen speciale tekening op kleine spiegels na (overlangs doorgesneden stralen). Op onzuivere kwartiervlakken vallen de aangesneden stralen op als min of meer lusvormige lijntjes van 1 tot 4 mm.
Duurzaamheid
Beukenhout is niet duurzaam en dus gevoelig voor aantasting door insecten en schimmels. Boktorlarven maken na het vellen soms ovale gangen van 5 tot 8 mm hoog in de stammen. Daarom is het aangewezen het versgekapte hout meteen te verwerken.
Droging en vochtgehalte
Beukenhout droogt meestal snel, maar met een grote kans op scheuren en vervormingen. Dat komt door het grote verschil tussen de radiale en tangentiële krimp. Droog het boolhout eerst in de openlucht voor het in de droogkamer gaat. Blijft de temperatuur enige tijd constant boven de 60 °C? Dan krijgt het hout een rozeachtige kleur.
Bewerking
Beukenhout is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Toch gaat dat iets beter met hout uit de optimale groeigebieden (Frankrijk, Centraal- en Oost-Europa). Dat heeft een mildere structuur en is gemakkelijker bewerkbaar dan het hardere en splinterige hout uit de noordelijke groeigebieden. Door het te schaven, krijgt het een fraai glad oppervlak.
Versgezaagd hout of inwendige droogspanningen doen zaaggereedschap soms klemmen in de lengte. Gebruik scherp gereedschap in gunstig weer. Anders veroorzaakt het schuren van de zaag donkere brandplekken.
Stomen
Stomen geeft beukenhout een rozeachtige kleur en verzacht de soms grote kleurverschillen in het kernhout. De stoomtijd bepaalt de kleur. Bij hout met een vochtgehalte van 20% duurt het stomen maximaal drie dagen bij 80 à 90 °C.
Daarnaast maakt stomen het hout ook elastischer, wat het buigwerk vergemakkelijkt. Het neutraliseert ook de groeispanningen en vermindert de kans op vervormingen en scheuren bij de bewerking.
Buigen
Beukenhout buigen kan op twee manieren:
Schilfineer
Gestoomd beukenhout is gemakkelijk te schillen voor fineer- of multiplextoepassingen. Met een fineermes stript u de ronddraaiende stam. Zo krijgt het hout een licht golvende tekening.
Snijfineer
Niet-gestoomd wit beukenhout wordt ook gesneden tot fineer. Daarvoor is het aangewezen hout te kiezen zonder waarneembaar hart. De gekantrechte en hartgekloofde blok wordt dan laag voor laag afgesneden, wat een vlamtekening oplevert op dosse. Kwartiers snijden? Dat kan ook. De kwartronde blok wordt dan laag voor laag afgesneden in de richting van de stralen. Dat maakt de spiegels zichtbaar.
Bevestigen
Wilt u het hout nagelen of schroeven? Boor het dan voor.
Afwerking en behandeling
Lijmen, lakken, politoeren of beitsen leveren geen problemen op. Beukenhout neemt wel onregelmatig product op. Wilt u een egaal gekleurd oppervlak? Laat het kleuren dan over aan een vakman. Het hout heeft open poriën en neemt gemakkelijk verduurzamingsproducten op.
Toepassingen
|
Beukenhout |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
700 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,9% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,2% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
1,5% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
2,5% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
2,4% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
3,7% |
|
Buigsterkte |
113 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
13.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
54 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
10 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Kops |
8430 N |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
7060 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
|
Boolhout |
|
|
Dikte |
26/32/34/40/41/52/65/70/80 mm |
|
Diameter |
40 cm en meer (meestal 57 cm en meer) |
|
Lengte |
minimaal 250 cm |
|
Bekantrecht hout |
|
|
Dikte |
16/20/26/40/52 mm |
|
Breedte |
8 cm en breder |
|
Lengte |
50 cm en langer |
|
Bekantrecht trappenhout |
|
|
Dikte |
40/52 mm |
|
Breedte |
23 cm en breder |
|
Lengte |
50 tot 110 cm en langer, 350 cm en langer |
|
Friezen |
|
|
Dikte |
26 mm |
|
Breedte |
80/105/130 mm |
|
Lengte |
50 cm en langer |
|
Kepers |
|
|
Dikte x breedte |
50×50/60×60/70×70/80×80/90×90 mm 100×100/105×105/120×120/140×140 mm |
|
Fineer |
|
|
Dikte |
0,6 mm (van 0,3 tot 2,8 mm op aanvraag) |
|
Breedte |
10 cm en breder |
|
Lengte |
210 tot 250 cm (deuren), 250 tot 300 cm (plaatmateriaal), 340 cm (lange panelen) |
![]() |
|
Herkomst
Coigue is de commerciële naam voor de botanische soort Nothofagus dombeyi (Mirbel) Oerst. Zij behoort tot de familie van de Fagaceae. Het hout komt uit Vuurland (Tierra del Fuego), de Chileens-Argentijnse archipel in het uiterste Zuiden van Zuid-Amerika. België brengt Coigue uit Chili op de markt.
Uitzicht
De coigueboom wordt gemiddeld 20 tot 40 meter hoog. De takkenvrije stam heeft een diameter van 60 tot 90 cm, soms zelfs 240 cm. Hij wordt 15 tot 20 m lang.
Kleur en tekening
Het kernhout is vrij egaal bruinroze en lijkt op kersenhout. Het heeft een regelmatige en dichte structuur en een mooie tekening. Op kwartier gezaagd zorgen de afgelijnde groeiringen voor bruine strepen. Het spinthout is witachtig en heeft een rechte of soms golvende draad. De nerf is fijn tot matig grof, en vrij gesloten.
Duurzaamheid
Het kernhout is weinig tot niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse IV-V). Ook het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Coigue droogt traag met risico op scheuren of vervormingen. Toch levert dat geen problemen op, want vóór de invoer wordt het hout in de oven gedroogd tot een houtvochtgehalte van 8%.
Bewerking
Met scherp gereedschap is Coigue goed bewerkbaar.
Afwerking
Spijkers en schroeven dringen gemakkelijk in het hout. Toch is voorboren aangewezen. Ook lijmen gaat vlot.
Toepassingen
| Coigue | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 620 kg/m³ | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | n.a. |
| 90 tot 60% r.v.** | n.a. | |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | n.a. |
| 90 tot 60% r.v.** | n.a. | |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | n.a. |
| 90 tot 60% r.v.** | n.a. | |
| Buigsterkte | 96 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 11.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 50 N/mm² | |
| Schuifsterkte | n.a. | |
| Hardheid (Janka) – Kops | n.a. | |
| Hardheid (Janka) – Langs | n.a. | |
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte | 20/26 mm |
| Vaste breedtes | 80/105/130/155/180 mm |
| Lengte | 185 cm en langer |
![]() |
|
Herkomst
Garapa of Grapia is de commerciële naam voor de botanische soort Apuleia leiocarpa. Ze behoort tot de familie van de Caesalpiniaceae en komt uit de bossen van Centraal-Brazilië.
Uitzicht
De Garapa is een pionierboom die gemiddeld 25 tot 35 meter hoog wordt. De takkenvrije stam is cilindrisch, met een diameter van 60 tot 90 cm. Hij kan tot meer dan 15 m lang worden. De kruin spreidt zich open in parasolvorm. De schors is grijsachtig bruin en glad.
Kleur en tekening
Het kernhout is geelbeige tot geelachtig bruin en wordt lichtbruin met de tijd. Het is goed te onderscheiden van het witte spinthout dat tussen 5 en 11 cm breed is. Garapa heeft een middelmatige nerf en een rechte draad of kruisdraad. De tekening heeft lichte brede strepen en is soms ietwat gemoireerd.
Duurzaamheid
De natuurlijke duurzaamheid van Garapa is wetenschappelijk nog niet vastgelegd. Toch laat de ervaring – in België en Brazilië – toe om in te schatten dat de duurzaamheid die van Bangkirai benadert.
Droging en vochtgehalte
Garapa droogt traag met weinig risico op vervormingen. Hout voor terrasplanken droogt in open lucht (air-dried) of in de oven (kiln-dried) voor het wordt ingevoerd.
Bewerking
Garapa bevat silicium en stompt snijwerktuigen af. Daarom is voorboren aangewezen.
Afwerking
De afwerking van Garapa levert geen problemen op.
Toepassingen
|
Garapa |
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
tussen 800 en 960 kg/m³ |
|
Totale radiale krimp |
4,2% |
|
Totale tangentiële krimp |
7,5% |
|
Werken |
matig |
|
Buigsterkte |
125 N/mm² |
|
Elasticiteitsmodulus |
14.000 N/mm² |
* bij houtvochtgehalte van 12 procent
Commerciële afmetingen
|
Terrasplanken |
|
|
Dikte x breedte |
19/21 x 90 mm |
|
Buitenconstructies |
|
|
Dikte x breedte |
155 x 155 mm |
|
Lengte |
245 cm of meer (opgaand per 30 cm) |
![]() |
|
Herkomst
Ipe is de commerciële naam voor de botanische soort Tabebuia spp. die behoort tot de familie van de Bignoniaceae en komt uit de tropische bossen van Midden- en Zuid-Amerika. België brengt vooral Ipe uit Brazilië op de markt.
Uitzicht
De Ipeboom wordt gemiddeld 30 tot 40 meter hoog, met een stamdiameter van 60 tot 90 cm. De takkenvrije stam is recht, cilindrisch en tussen 8 en 40 meter lang, en soms met wortelaanlopen.
Kleur en tekening
Het kernhout is bruin, soms groenachtig geelbruin en heeft vaak licht- tot donkergestreepte zones. Het spinthout is geelachtig grijs. De houtstructuur is vrij gelijkmatig, met een fijne nerf en zonder uitgesproken tekening. Ipe heeft een rechte draad, soms kruisdraad.
Duurzaamheid
Het kernhout is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Droging en vochtgehalte
Ipe droogt traag met weinig risico op vervormingen.
Bewerking
Ipe kun je mooi glad maken. Heeft het hout een kruisdraad? Schaaf het dan met een kleine snijhoek. Bij de bewerking komt giftig stof vrij. Goed stof afzuigen en voorboren zijn aangewezen.
Afwerking
De afwerking van het houtoppervlak is goed.
Ipe bevat Lapachol, een inhoudsstof die (donker)rood kleurt als ze in contact komt met ammonia of alkalihoudende producten. Op het langsvlak levert dat bovendien gele, soms ietwat groenachtige streepjes op.
Toepassingen
| Ipe | ||
| Gemiddelde volumieke massa* | 1050 kg/m³ | |
| Radiale krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,3% |
| 90 tot 60% r.v.** | 0,8% | |
| Tangentiële krimp | 60 tot 30% r.v.** | 1,6% |
| 90 tot 60% r.v.** | 1,2% | |
| Werken | 60 tot 30% r.v.** | 2,9% |
| 90 tot 60% r.v.** | 2% | |
| Buigsterkte | 178 N/mm² | |
| Elasticiteitsmodulus | 19.000 N/mm² | |
| Druksterkte (evenwijdig met de vezel) | 91 N/mm² | |
| Schuifsterkte | 14,4 N/mm² | |
| Hardheid (Janka) – Kops | 14.400 N | |
| Hardheid (Janka) – Langs | 16.700 N | |
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte | 26 mm | 32 mm | 65 mm |
| Vaste breedtes | 80*/105/130/155/180/205 mm | 155/180 mm | 90/130/155/180/205 mm |
| Lengte | 185 cm en langer, gemiddeld 250 cm en langer | 305 cm en langer (met 15 à 20% 185 cm en langer) | 185 cm en langer, gemiddeld 250 cm en langer |
| Ipe met een dikte van 40, 52 of 65 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 15,5 cm en breder**, en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). | |||
| Ipe met een dikte van 40 of 52 wordt ook ingevoerd in vallende breedtes van 20 cm en breder***, en met een lengte van 185 cm en langer (gemiddeld 275 cm en langer). | |||
| Uitzonderlijk is ook Ipe van 155 x 155 mm verkrijgbaar, met een lengte van 305 cm en langer (met 15 à 20% 185 cm en langer). | |||
* in lengtes van 60 cm en langer
** met 10 à 15% toegelaten van 10 à 14 cm
*** met 10 à 15% toegelaten van 10 à 22 cm
![]() |
|
Herkomst
Iroko of Kambala zijn de commerciële namen voor twee botanische soorten:
Uitzicht
De Iroko is een lichtboom die meestal goed natuurlijk verjongt, vooral op open plaatsen in het bos waar olifanten grazen, langs exploitatiewegen of op plaatsen met ijle vegetatie.
Kleur en tekening
Het kernhout is goudbruin en verdonkert aan de lucht tot donkerbruin. Het verschilt duidelijk van het spinthout, dat geelwit is. De houtstructuur is vrij gelijkmatig, met een matig fijne nerf. Iroko heeft een rechte draad tot kruisdraad, en in een zeldzaam geval een golvende draad.
Rond de houtvaten laat het bleke parenchym duidelijke lichtgekleurde sporen na, vooral op dosse. Dat levert het hout zijn typische lichtgekleurde streep- of zigzagtekening op. Ook de groeiringen zijn goed zichtbaar.
Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam tot zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-II). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V). Iroko is ook heel goed bestand tegen zuren en basen.
Droging en vochtgehalte
Na het zagen wordt Iroko op latten gestapeld en meteen verscheept – zonder droging. De stapellatten laten soms donkere strepen na op het hout. Drogen gaat vrij snel – versneld of aan de lucht. Toch bestaat het risico op scheuren en vervormingen, vooral bij kruisdraad.
Bewerking
Iroko is goed bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. In de hartbarsten komen soms steenharde witte kalkinsluitsels voor, van uiteenlopende grootte. Die stompen de werktuigen af.
Verzaagt u het hout met een cirkelzaag? Houd dan een hoek van 20° aan. Werkt u met materiaal dat gehard is met wolfraamcarbide? Gebruik dan een snijhoek van 15°. Diezelfde hoek voorkomt ook inspringsel bij bewerking van hout met kruisdraad op een werkbank.
Bij de machinale bewerking komt fijn zaagsel en schuurstof vrij. Dat kan allergische reacties veroorzaken. Gebruik daarom een goede afzuiging.
Afwerking
Iroko voor buitentoepassingen zoals gevelbekleding of terrassen blijft vaak onbehandeld. Het vergrijst dan en krijgt een natuurlijk effect.
Iroko bevat chlorophorine, een antioxidant die in organische solventen oplost. Dat vertraagt of verhindert soms de droging van afwerkingsproducten op solventbasis. Reinigen met thinner of white spirit kan dit verhelpen.
Vermijd ook contact met beton, omdat de inhoudstoffen de uitharding ervan vertragen.
Het hout bevat ook wateroplosbare inhoudsstoffen. Behandeling met watergedragen producten kan witte vlekken opleveren. Dat kun je vermijden door afwerkingsproducten te gebruiken op basis van kunstharsen (cellulosevinylverf of polyurethaanvernis). Die drogen door polymerisatie en vormen zo een prima ondergrond voor watergedragen afwerkingsproducten. Voor een mooi glad oppervlak is een poriënvuller vooraf aangewezen.
Bevestigen en verlijmen
Nagelen en schroeven gaat gemakkelijk. Toch veroorzaakt contact met ijzer corrosie. Daarom is het aangewezen om roestvrij bevestigingsmateriaal zoals inox te gebruiken. Verlijmen gaat vlot met alle gangbare lijmtypes.
Toepassingen
|
Iroko |
|
|
|
Gemiddelde volumieke massa* |
650 kg/m³ |
|
|
Radiale krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,4% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,5% |
|
Tangentiële krimp |
60 tot 30% r.v.** |
0,7% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
0,8% |
|
Werken |
60 tot 30% r.v.** |
1,1% |
|
|
90 tot 60% r.v.** |
1,3% |
|
Buigsterkte |
94 N/mm² |
|
|
Elasticiteitsmodulus |
11.000 N/mm² |
|
|
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) |
53 N/mm² |
|
|
Schuifsterkte |
12,4 N/mm² |
|
|
Hardheid (Janka) – Langs |
5600 N |
|
* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte
Commerciële afmetingen
| Dikte |
26 mm |
26 mm |
|
Vaste breedtes |
80/105 mm |
130/155/180/205 mm |
|
Lengte |
60 tot 180 cm |
155 tot 450 cm |
|
Dikte |
65 mm/80mm |
|
|
Vaste breedtes |
90/105/130/155/180 mm |
|
|
Lengte |
185 cm en langer, gemiddeld 275 cm of beter |
|
|
Iroko met een dikte van 40, 52, 65, 80 of 105 mm wordt ook ingevoerd in vallende breedtes* en met een lengte van 185 cm en langer, gemiddeld 275 cm of beter. |
||
|
Iroko wordt ook ingevoerd als keperhout van 52 x 52 mm**, 65 x 65 mm**, 80 x 80 mm**, 105 x 105 mm**, 120 x 120 mm***, 130 x 130 mm***, 155 x 155 mm***, 180 x 180 mm***, 205 x 205 mm***, 230 x 230 mm***, 255 x 255 mm ***. |
||
|
Boolhout is verkrijgbaar in diktes en breedtes op maat. |
||
* van 15,5 cm /en meer
** lengte 60 cm en langer
*** lengte 60 cm en langer of 245 cm en langer