Gevierschaald, rechthoekig gezaagd langshout met een dikte van 27 mm en een breedte die varieert van 50 tot 90 mm, opgaand per 10 mm. De loten bestaan uit …

Radiale scheur die in de boom ontstaat door vorst en die vanuit het spint naar het merg toeloopt. De barst is aanzienlijk in longitudinale zin (gaat gepaard met …

Visuele indruk gewekt door, naargelang het geval, de dikte van de zichtbare elementen van het hout (loofhout) of de breedte en de regelmatigheid van de ringen (naaldhout): fijne …

Aanwezigheid in het kernhout van een volledige of gedeeltelijk groeiring met de kleur en de eigenschappen van spinthout.

Draad die een traject volgt dat door onregelmatige, verwarde bochten gevormd wordt.

Kwast waarvan de buitenste laag voor minstens ¾ van de kwastomtrek ter hoogte van een zaagvlak hecht aan het omringende houtweefsel.

Kwasten die zodanig geplaatst zijn dat de rechtheid van de draad tussen twee opeenvolgende kwasten niet hersteld is.

Kwast waarvan de buitenste laag voor meer dan ¼, maar minder dan ¾ van de kwastomtrek ter hoogte van een zaagvlak hecht aan het omringende houtweefsel.