Alle houten elementen die een dragende functie vervullen in de constructie.
Alle houten elementen die een dragende functie vervullen in de constructie.
Een rechte kante van een stuk hout dat onder een hoek van 45° wordt ingezaagd over de lengte en die zo dus afgeschuind is. De afschuining zorgt ervoor …
Oppervlakkige vlekken te wijten aan de werking van micro-organismen.
Omgevallen boom door wind, breuk of ziekte.
In dwarsdoorsnede, concentrische groeilaag bestaande uit cellen die in de loop van één jaar worden aangemaakt.
Intercellulair kanaal dat hars bevat en bij sommige soorten voorkomt (vuren, den, lork, douglas, enz.)
Celweefsel waar onder de schors nieuwe cellen worden aangemaakt die voor de diktegroei van de boom zorgen.
Radiale eindscheur vanuit het merg tot aan de rand.
Recent gekapt hout of hout waarvan de vochtigheidsgraad hoger dan 30 % is.
Binnenzijde van de jaarring, gevormd aan het begin van de groeiperiode.
Hout afkomstig van in Europa groeiende bomen.
Buitenzijde van de jaarring, gevormd tegen het einde van de groeiperiode.
Reactiehout dat typisch gevormd wordt aan de bovenkant van de takken en aan de zijde van de druk die de buiging van een tak of stam bij loofbomen …
Hout dat afwijkende anatomische eigenschappen vertoont en dat in de gebogen of kromme stammen en in de takken gevormd wordt. De plant levert inspanningen om opnieuw een normale …
Hout waarin de poriën van het vroeghout duidelijker zichtbaar zijn dan de poriën van het laathout en een goed aangegeven ring vormen.
Hout waarin de jaarringen poriën vertonen die betrekkelijk gelijkmatig verdeeld zijn of geleidelijke veranderingen vertonen.
Hout afkomstig van loofhoutsoorten die tot de klasse van de angiospermen behoren.
Reactiehout dat typisch gevormd wordt aan de onderkant van de takken en de tegengestelde kant van de druk die de buiging van een tak of stam veroorzaakt bij …
1.Centraal deel van de stam onder het spinthout. 2.Binnenste zone van de stam, meestal donkerder gekleurd, die voortkomt uit de geleidelijke omzetting van het spinthout, waarvan de cellen …
Hout gezien op het dwarse vlak van de boom, via een loodrechte doorsnede op de as ervan. Hierop zijn de jaarringen te zien als concentrische ringen.
Rondhout geschikt om verzaagd (dwarsliggerhout inbegrepen), gesneden of geschild te worden.
Hout dat in het algemeen kleinere afmetingen heeft dan bouwhout en bestemd is voor pulphout, mijnhout, balken, palen, enz.
Vlakke oppervlakte of paneel bestaande uit op mekaar gelegde lagen van, kruiselings samengekleefde, houten lamellen.
Heeft betrekking op de zachte houtsoorten zoals vuren, populieren of linden in tegenstelling tot de kostbaardere harde houtsoorten zoals beuken of eiken.
Esthetisch gebrek veroorzaakt door een schimmel van de familie van de zakjeszwam die geen impact heeft op de mechanische eigenschappen van het hout.