Lange, smalle cel waaruit hout vooral is samengesteld.
Lange, smalle cel waaruit hout vooral is samengesteld.
Groef die wordt aangebracht in een plaat of een stijl om er een ander stuk in te klemmen.
Kleine dakstoel, met een geïndustrialiseerd gebinte, die op regelmatige afstanden (meestal 60 cm) geplaatst wordt met behulp van metalen verbindingsstukken.
Structureel geheel bestaande uit houten onderdelen die in een gebinte de nok en de pannen ondersteunen.
Scheur zichtbaar op twee verschillende plaatsen aan het einde en op het randoppervlak.
Scheur zichtbaar op het randoppervlak. Ze kan voorkomen in de vorm van een eindscheur.
Scheur die op het eindvlak van het hout verschijnt.
Scheur zichtbaar op het zijvlak die tot aan de eindvlakken kan doorlopen.
Scheur zichtbaar op het vlak die tot aan de eindvlakken kan doorlopen.
Scheiding in de houtvezels in de lengterichting.
Wordt gezegd van de handeling waarbij bruikbare producten worden vervaardigd van omgehakte bomen.
Gelijk welke zijde van de breedste, longitudinale, tegenover elkaar staande vlakken van zaaghout, en gelijk welke longitudinale zijde van vierkant gezaagd hout.
Hout dat van een specifieke boomsoort komt.
Belangrijkste categorie in de taxonomische classificatie die gelijkaardige soorten groepeert die talrijke gemeenschappelijke eigenschappen vertonen en meestal onderling vruchtbaar zijn.
Verbinding van twee houten onderdelen die door middel van de assemblage van verschillende lassen (schuine liplas, zwaluwstaartverbinding, zigzagverbinding, enz.) tegen elkaar aan geplaatst worden. Een hout-houtverbinding heeft als …
Schors die geheel of gedeeltelijk door het houtweefsel is ingesloten.
1.Lijmingsfase waarbij lijm op de drager(s) wordt aangebracht. 2. Handeling waarbij twee oppervlakten op duurzame wijze met elkaar in contact worden gebracht. Het zo gevormde geheel moet weerstand …
Het afzagen van boomtakken om de vorm en de kwaliteit van het hout te verzorgen.
Buitenste deel van de boom bestaande uit meerdere verschillende lagen.
Verandering vóór droging veroorzaakt door een schimmel (van de basidiomyceten-familie), die een wijziging van de chemische structuur van het hout teweegbrengt. Ze uit zich door een lichte verkleuring …
Ook wel “impregnatiewater” genoemd. Het dringt door in de celwanden waarin de watermoleculen “gebonden” zijn aan de cellulose- en hemicelluloseketens door krachten van elektrische aard, ook wel “waterstofbruggen” …
Water dat in de cellulaire of intercellulaire holten opgeslagen is.
Weerstand tegen de groef of de afdruk van een harde stof als gevolg van een belasting of schok. Ze wordt gemeten door middel van het penetreren van een …
Intrinsieke weerstand tegen aanvallen van destructieve organismen. Aangezien het spinthout niet natuurlijk duurzaam is, wordt enkel de natuurlijke duurzaamheid van het kernhout in beschouwing genomen.
Bij het verzagen van rondhout, eerste of laatste plank die men verwijdert en die haar schors behoudt. Zij vertoont een vlakke zijde, gladgeschaafd door de zaag en een …