Wordt gezegd van een dierlijk organisme (insect) dat zich met hout voedt (boorkever, boktor, schorskever, lyctus, enz.).

Houtvezel die door het cambium naar de buitenzijde van de stam wordt aangemaakt. Term die tot het vakgebied van hout behoort.

Deel van de stam bij naaldbomen dat de takken groepeert die in hetzelfde jaar ontstaan zijn.

Zwartachtig gebied dat bij sommige loofhoutsoorten een groeiring volgt. Hij verschijnt in de vorm van een zwarte streep op zaaghout.

Opstapeling van cellen bij loofbomen die een kanaal vormen die voor de sapstroom zorgt.

Spiraalvormige vervorming van een stuk hout in de lengterichting waarvan één vlak hol of bol loodrecht op de draad komt te staan.

Wijze waarop een boomstam in fijne fineerlaagjes wordt gesneden, die bestemd zijn voor decoratief fineerwerk.

Behandeling die ernaar streeft het hout een kunstmatige duurzaamheid te verlenen door het te beschermen tegen biologische veranderingen door het aanbrengen van beschermingsproducten.

Behandeling die bedoeld is om het oppervlak van het hout te beschermen tegen fysische en chemische veranderingen die aan veroudering te wijten zijn.

Spoelvormige cel bij naaldbomen van meerdere millimeters lang die de sapstroom in het hout ondersteunt en ertoe bijdraagt.

Verhouding in heterogene bossen van de lengte van het eindhout tot de breedte van de ring, uitgedrukt in %.

Gehouwen deel (mannelijk deel) van een houten onderdeel dat bedoeld is om in de holte van een gat te schuiven om iets op te bouwen. Mannelijke deel van …

Fenolische, natuurlijke stof, die in water oplosbaar is, door de plant wordt aangemaakt en in bladeren, vruchten, schors, hout en wortels van talloze planten aanwezig is.

Geheel van methodes en praktijken die bijdragen tot de ontwikkeling, het beheer en de waardering van een bos.

Hout dat in een constructie verwerkt wordt en aan mechanische vereisten onderworpen zal worden (timmerhout bijvoorbeeld).

Hoeveelheid gestapeld hout (rondhout en gekloven hout) die met een volume van 1 m³ overeenstemt.

1.Structuurelement van een vloeropbouw dat de planken ondersteunt. 2. Stuk zaaghout dat aan een ondersteunend element wordt bevestigd om er het parket op vast te nagelen.

Organisch en voedend sap dat het groeiweefsel bevoorraadt. Stof die op basis van ruw plantensap, licht en CO2 door fotosynthese geproduceerd wordt in de bladeren. Het sap wordt …

Vloeistof bestaande uit water en minerale zouten, die door de wortels geabsorbeerd en vervoerd wordt via de vaten (loofhout) of de tracheïden (naaldhout) naar de bladeren om er …

Vloeistof die door de verscheiden delen van planten stroomt.

Productie van afgewerkte en halfafgewerkte producten (verpakkingen, bouwelementen, paaltjes en palen, kuiperswaren, meubelen, panelen, enz.).

Afname van het vochtgehalte in het hout, hetzij op natuurlijke wijze in openlucht, hetzij kunstmatig door diverse procedés (warme lucht, vacuüm, enz.).