Lensvormige holte, teweeggebracht door de breuk van een harskanaal, dat hars bevat(te).

Geheel van boolplaten, die na het verzagen van de stam terug op elkaar gelegd worden.

Verzaagd stuk hout met twee evenwijdige zijden, en twee wankanten over de volledige lengte.

Nevenproduct verkregen door vermaling van afval van massiefhout (schaaldelen, scheve latten, …) of rechtstreeks tijdens het kopse zagen. Het heeft de vorm van een parallellogram.

Plant waarvan de stengel voldoende houtbundels bevat om bestendig te worden (in tegenstelling tot een grasachtige plant).

Slag aangebracht op een staande boom die een breuk in de bestendigheid van de boomschors kan veroorzaken en tot het voorkomen van schimmelziekten (minuscule schimmels) kan leiden die …

Twijg of spoor van een zichtbare twijg op het buitenoppervlak van de stam. Op een ronde of ovale, vaste of gedeeltelijk vergroeide kwast met een diameter van maximaal …

Biochemisch proces waarbij planten onder invloed van zonne-energie water en CO2 omzetten in organische stoffen (koolhydraten) en zuurstof.

Dun weefsel dat door het cambium naar de buitenzijde toe wordt voortgebracht en voor de dalende sapstroom instaat.

Vloerbedekking in hout waarvan de dikte van de slijtlaag tijdens de plaatsing meer dan 2,5 mm bedraagt.

Weefsel dat instaat voor de opslag van voedingsstoffen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het horizontale parenchym dat de houtstralen vormt en het verticale of axiale parenchym.

Zichtbaar oppervlak van een gebouw of gevel (b.v. gevelbekleding, bakstenen, enz.).

Plaat bestaande uit aan de randen gelijmde latten, bedekt door een plaatmateriaal met fineerlaag.

Plaat op basis van hout die onder druk en op hoge temperatuur vervaardigd wordt uit houtdeeltjes (schilfers, schaafsel, zaagsel, enz.) en/of andere lignocellulosehoudende stoffen in de vorm van …

Geprefabriceerd element (in de vorm van platen) dat als bouwmateriaal in de schrijnwerkerij gebruikt wordt.