Biochemisch proces waarbij planten onder invloed van zonne-energie water en CO2 omzetten in organische stoffen (koolhydraten) en zuurstof.
Biochemisch proces waarbij planten onder invloed van zonne-energie water en CO2 omzetten in organische stoffen (koolhydraten) en zuurstof.
Vloerbedekking in hout waarvan de dikte van de slijtlaag tijdens de plaatsing meer dan 2,5 mm bedraagt.
Dun weefsel dat door het cambium naar de buitenzijde toe wordt voortgebracht en voor de dalende sapstroom instaat.
Weefsel dat instaat voor de opslag van voedingsstoffen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het horizontale parenchym dat de houtstralen vormt en het verticale of axiale parenchym.
Plaat bestaande uit aan de randen gelijmde latten, bedekt door een plaatmateriaal met fineerlaag.
Bouwsysteem. Een houtskelet is een constructie bestaande uit een skelet dat gevormd wordt door verticale stijlen met een standaarddoorsnede (sparren), die telkens op 40 à 60 cm van …
Oriented Strand Board: plaat vervaardigd uit gerichte houtdeeltjes, bestaande uit meerdere lagen lange, smalle, gerichte spanen waar lijm aan toegevoegd wordt.
Dode kwast die niet stevig vastzit in het omringende houtweefsel en loszit.
Gat waarin de pen geplaatst wordt om twee stukken hout te verbinden d.m.v. een pen-gatverbinding.
Verhouding tussen de druk en de vervorming van een stuk hout. Een hoge modulus wijst op een grote starheid.
Verticale deel van een constructie (deur, raam, skelet, enz.).
Serpula lacrymans: houtetende zwam die hout kan aantasten waarvan het vochtgehalte hoger is dan 22 %.
Weefsel bestaande uit levende cellen die tot celdeling in staat zijn en dat instaat voor de groei van de plant (verlenging en verdikking).
Quotiënt van de massa en het volume van een stof.
Medium Density Fibreboard: vezelplaat met middelhoge dichtheid die uit geperste, lignocellulosehoudende vezels vervaardigd wordt, waar lijm aan toegevoegd wordt.
Longitudinale, onregelmatige strepen of krasjes die ontstaan bij het longitudinaal verzagen van houtstralen; zij zijn zichtbaar op één zijde van kwartiers gezaagd hout.
Wordt gezegd van schimmels die zich met hout voeden.
Niet-filmvormend afwerkingsproduct waarbij de houtaders en de houtnerf zichtbaar blijven.
Kenmerkend voor weefsels waarvan de wanden geïmpregneerd zijn met lignine (houtstof) waardoor ze een bepaalde hardheid vertonen.
Geeft de verhouding weer van de hoeveelheid waterdamp in de lucht ten opzichte van de maximale hoeveelheid waterdamp bij bepaalde druk- en temperatuuromstandigheden.